Na Rinus Michels heeft Nederland een nieuwe Generaal. Eén die net als de grootmeester van weleer niet van non-valeurs en parvenu's houdt. Mannen, aanpakken die hap, zo was Rinus Michels en zo ís de nieuwe Generaal.
Zijn eerste oorlog is er één die de toon moet zetten. En het gros van zijn mensen, vijfduizend in totaal, blijkt er niet ongevoelig voor. Van verre al klinkt hun gemor en wie het crisiscentrum in Rotterdam nadert, hoort hun geschrei, de schreeuw om hulp.
De Generaal verbaast zich in hoge mate. Toen hij een maand of vier geleden de bureaucratie van het echte leger vaarwel zei en toetrad tot de huurlingen van politie, zag hij links en rechts best pluspunten. Maar het waren er niet genoeg om hem tevreden te stemmen. Weg met die snert-eilandjes binnen óns koninkrijk, zei hij. Stop dat idiote vergaderen om het vergaderen. Een oorlog win je niet vanuit een luxe fauteuil maar op het slagveld. Rennen mannen, de straat op, grijp de boeven. Criminaliteit is oorlog, dát is de Generaal.
En wat doen de crime-fighters, bekeurders, XTC-vangers en wijkagenten? Zij stappen naar een overlegorgaan, dat ze de Centrale ondernemingsraad noemen! Of hij, de Generaal, zich aan de procedures wil houden, want de politie is heus iets anders dan het leger. En als hij weigert, dan wordt de stap naar de rechter gemaakt. Niks oorlog voeren. Hooguit tegen hém, maar niet op straat.
In de kazerne laat de Generaal zich niet kennen. Geduldig en zonder veel omhaal van woorden legt hij de in allerijl opgetrommelde oorlogsverslaggevers uit dat hij zich 'grote zorgen' over zijn manschappen maakt. Maar het typeert hem toch vooral dat hij zijn relaas tien minuten eerder begint dan was afgesproken. Hij maakt haast met zijn strategie dat de aanval de beste verdediging is. Altijd, overal.
Pas 's avonds, onder het licht van de schemerlamp, peinst hij somber voor zich uit. Het wordt een hard gevecht, weet hij. Eén generaal tegen duizend opstandelingen of meer, is dat wel haalbaar? Met lichte weemoed kijkt hij naar de foto in de Defensiekrant van hem, Jan-Willem Brinkman. Hij leest het bijschrift en een glimlach siert zijn lippen. Er staat 'De militaire kijk op zaken wordt door burgemeester Peper zeer gewaardeerd'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.