*

 
dossier

Archief

Kleine geschiedenis van de naamgeving

Door: redactie − 28/03/98, 00:00

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - “Wat zegt een naam?”, vroeg Shakespeare zich af. “Wat wij een roos noemen, zou onder elke andere naam even lekker ruiken.” Zo gemakkelijk wordt hierover niet gedacht binnen de hervormde, lutherse en gereformeerde kerken die streven naar een 'verenigde' kerk.

De hervormde synode verwerpt de voorgestelde naam Verenigde Protestantse Kerk in Nederland en geeft de voorkeur aan de naam Verenigde kerk der Hervorming in Nederland. De rechtervleugel binnen de hervormde kerk wil met deze naam het 'hervormde-kerkgevoel' bewaren. De partners van de hervormde kerk vinden het moeilijk die naam te aanvaarden. Het begrip 'hervorming' is weliswaar verbonden met de historie, maar er klinkt teveel in door dat de eigen naam de beste is.

De stroom van brieven over deze kwestie maakt duidelijk hoe groot de betrokkenheid bij dit probleem is. Een naam wordt ervaren als meer dan een willekeurige aanduiding. “Nomen est omen, in de naam ligt het wezen”, schrijft ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond binnen de hervormde kerk. Hij pleit voor de benaming Hervormde Kerk in Nederland, omdat deze naamde traditie van de Hervorming of Reformatie het beste zou weergeven.

Kerkhistoricus prof. dr. O.J. de Jong is auteur van het standaardwerk Nederlandse Kerkgeschiedenis. De Jong zegt dat de calvinisten zich vanaf de Reformatie tot aan het einde van de 18e eeuw aanduidden als 'gereformeerden'. De gereformeerden gingen ervan uit dat wie voor de Reformatie was, gereformeerd was. Zo werd het verschil met de Luthersen wat toegedekt. De Luthersen betitelden zichzelf echter niet als gereformeerd maar als 'toegedaan de onveranderde Augsburgse Confessie'. Aan het einde van de 18e eeuw raakte de kerk der Reformatie verdeeld. De naam 'gereformeerd' werd door de bevindelijken en de middengroepen ontzegd aan de verlichten, omdat de laatsten niet trouw zouden zijn aan de belijdenis. De Jong zegt dat de aanduiding 'gereformeerd' na 1780 steeds meer werd vervangen door 'hervormd'. In het boek Evangelische Gezangen uit 1806 komt alleen nog de benaming 'hervormd' voor. Wanneer in 1798 - tijdens de Bataafse Republiek - de scheiding van kerk en staat tot stand komt, verliest de Hervormde Kerk haar bevoorrechte staatsrechtelijke positie. Toch wordt zij nog lange tijd gezien als de vaderlandse kerk. Illustratief daarvoor was art. 133 in de Grondwet van 1814: “De christelijke hervormde godsdienst is die van de souvereine vorst.” De Jong vertelt dat koning Willem I hier niet blij mee was, niet omdat hij die godsdienst niet wilde, maar omdat hij haar niet bij wet opgelegd wilde krijgen. In 1815, toen de vereniging met de Zuidelijke Nederlanden een nieuwe regeling noodzakelijk maakte, werd het artikel geschrapt. De benaming 'gereformeerd' kwam weer op de voorgrond bij de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886, waarbij de Gereformeerde Kerken zich losmaakten van de Hervormde Kerk.

De Jong meent dat de benaming 'protestants' te vaag wordt geacht voor de 'verenigde' kerk die uit het SoW-proces moet voortkomen. De gehechtheid aan de term 'hervormd' hangt volgens hem samen met het vaderlandse karakter dat de Hervormde Kerk lange tijd is toegekend. Gevraagd naar de benaming die zijn voorkeur heeft, zegt De Jong: “Dat kun je een 71-jarige niet vragen. Dat moet de nieuwe generatie uitzoeken. Dat zijn mijn leerlingen. Die komen daar wel uit.”

mailIcon print |