*

 
dossier

Archief

Pools theater-avant-gardist bande het 'valsspelen' uit

Van onze kunstredactie − 16/01/99, 00:00

De Poolse toneelregisseur Jerzy Grotowski, die donderdag op 65-jarige leeftijd overleed, had als bijnaam 'De vader van het arme theater'. Zijn theorie omschreef hij in zijn boek over theatertheorie ook als 'het arme theater'.

Grotowski overleed in zijn woonplaats Pontedera in Toscane, waar hij sinds 1986 woonde. Hij was al lange tijd ziek. In het Italiaanse Pontadera had hij samen met enkele medewerkers en vrienden een 'workcenter' opgericht, waar hij tientallen acteurs en regisseurs ontving.

Hij was een van de belangrijkste theatermakers van de jaren zestig en zeventig. Door zijn in 1959 in Opole opgerichte experimentele theatergroep De Dertien Rijen werd hij in zijn vaderland een soort cultfiguur.

Nadat de groep zich in 1965 onder de naam Toneellaboratorium in Wroclaw had gevestigd, werd Grotowski tot ver buiten Polen bekend om zijn bijzondere, tot uiterste soberheid teruggebrachte voorstellingen van onder meer 'Hamlet'. Hij zette het technische toneelapparaat, coulissen en requisieten grotendeels aan de kant en concentreerde zich op de lichamelijkheid en de stemmen van zijn acteurs. Hij legde zijn ensemble een ascetisch, sekteachtig bestaan op.

Al in 1966 haalde het Holland Festival de Poolse avant-gardist naar Nederland met de voorstelling 'De standvastige prins' (van de Poolse auteur Juliusz Slowacki naar Calderón). In Trouw noemde toenmalig toneelrecensent C. van Hoboken de voorstelling 'een heel unieke en spectaculaire uitschieter'. Hij schreef: “Zij betekende wel een heel merkwaardige ervaring, doordat de toneelbegrippen en opvatting van Jerzy Grotowsky voor ons geheel nieuw zijn, maar ook doordat de gesproken taal, het Pools, niet te verstaan was.”

Van Hoboken noteerde onder meer dat in het midden van de zaal (het toenmalige veilinggebouw Frascati) een ongeveer twee meter hoge houten bak stond opgesteld van circa drie bij vijf meter. Daaromheen waren aan drie kanten twee lange rijen zitplaatsen gerangschikt voor niet meer dan 89 toeschouwers. Vele nieuwsgierigen konden niet binnen. In het thuistheater te Wroclaw pasten overigens slechts tachtig toeschouwers op dertien rijen (vandaar de naam van het gezelschap).

Grotowski ging uit van bestaande, traditionele toneelwerken, maar in een bewerking bracht hij die terug tot het meest kernachtige dramatische conflict. Hij bande bovendien elke vorm van decor, kostumering of grime uit (hij noemde dat 'valsspelen'); de acteurs moesten het doen met totale inzet van hun lichamelijke en geestelijke uitdrukkingsmogelijkheden. “De beweging ontstaat alleen door het lichaam, de adem en de stem,” aldus Van Hoboken.

In 1967 keerde Grotowski terug in het Festival met 'Akropolis', een symbolistisch toneelstuk van de Poolse schrijver Wyspianski. Hans van den Bergh, recensent van Het Parool, sprak zijn teleurstelling uit. “Wat vorig jaar een interessante poging leek om nieuwe perspectieven voor het toneel te openen, maakt bij hernieuwde kennismaking al de indruk van een doodgelopen weg.” Van Hoboken voelde zich nog meer dan bij 'De standvastige prins' gehinderd door de taalbarrière. Hij wilde daarom geen oordeel uitspreken, ook al was hij door het gebeuren wel gefascineerd geraakt.

Grotowski hoort thuis tussen de toneelvernieuwers als Artaud en Brook. Hij zocht naarstig naar 'het fysieke theater' in plaats van high brow toonzettingen. De oprichter en voormalige regisseur Erik Vos van toneelgroep De Appel kan een leerling van Grotowski worden genoemd, door het streven naar soberheid: wat ruwhouten planken en kostuums als oude lappen als decor, verder alle aandacht voor de fysieke aanwezigheid van de acteurs, aangevuld met origineel en heftig gebruik van muzikale elementen voor de versterking van ritmiek en emotionaliteit van de voorstelling.

mailIcon print |