*

 
dossier

Archief

Mediacircus

SYLVAIN EPHIMENCO − 07/10/95, 00:00

Er is niets ergerlijker en schijnheiliger dan een journalist die het woord 'mediacircus' uit zijn pen laat vloeien. Maar als je dit woord binnen 24 uur in alle kranten en op alle zenders duizend keer leest en hoort, moet je wel tot de conclusie komen dat het gaat om een collectieve hallucinatie waarbij de goochelaar het slachtoffer wordt van zijn eigen truc.

In Los Angeles heeft men een gigantische circustent opgezet voor een buitenproportionele opvoering die negen maanden heeft geduurd. Een jaloerse, zwarte man met een te kleine handschoen en mogelijk een dubbele moord op zijn geweten stond in het midden van de arena. Hij werd omringd door een formidabel leger Amerikaanse clowns met pennen en camera's. De tribunes waren tot de nok gevuld met een al even formidabel leger Europese clowns met pennen en camera's. De Europese Pipo's, die rode plastic bolletjes op hun neus droegen, grinnikten en riepen 'boe!' bij het aanschouwen van de pirouettes, het gedrang en de rode neuzen van de Amerikaanse Pipo's.

Toen de opvoering afgelopen was, doken de Europese clowns massaal op de fax- en telefoonlijnen en werd heel Europa met hun berichtgeving overspoeld. Miljoenen artikelen, onafgebroken live tv-reportages, duizenden uren nakaarten in serieuze klaverjasprogramma's, tonnen inkt voor satirische prenten, miljarden foto's en ontelbare gierbakken vol hersenjus om hoofdredactionele commentaren te vervaardigen. De smoes voor deze Europese krankzinnigheid was de Amerikaanse gekte. Mediacircus! Mediacircus!, riepen de clowns uit Europa. Maar in werkelijkheid waren ze stiekem aan het berichten over de te kleine handschoen, het bloed in de gang, jaloezie, moord en de vraag of de zwarte man vroeger z'n ex-vrouw had geslagen.

De serieuze media hadden het vanzelfsprekend moeilijk met het overbelichten van een vulgair onderwerp dat bol van seks, geld en kinderlijke achtervolgingen stond. Maar ze konden niet achterblijven, moesten ook verkopen en verzonnen daarom serieuze commentaren naast de roddel en achterklap die ze aan de man moesten brengen. Afgezien van het woord mediacircus kwamen in die commentaren serieuze uitdrukkingen voor als 'rassentegenstellingen', 'dubieuze rechtsgang', 'polarisatie', 'strijd tussen de seksen' of 'extravagant proces met theatrale kant'.

Ik ben het Europese en in het bijzonder het Nederlandse mediacircus over het Amerikaanse mediacircus meer dan zat. Ik leef niet in Amerika. Ik heb niets met football te schaften. Ik ken geen zwarte, jaloerse man die 100 miljoen gulden per interview verdient. Ik lees liever over een dubbele moord in de Pijp of over een jaloerse scharrelboer uit Arnemuiden die zijn vrouw met de dominee in een bietenveld betrapt. Ik wil me bezig houden met de vraag of hij die twee wel of niet in zijn gierbak heeft verdronken.

Als ik iets over overspel en jaloezie wil weten wacht ik tot er een goede Nederlandse film wordt gemaakt. Maar zelfs dan zit Amerika me dwars. De prachtige film 'Tot ziens', die lovende kritieken kreeg, werd in eigen land in niet meer dan drie bioscopen uitgebracht. Terwijl de overspelige Meryl Streep uit de Amerikaanse soapfilm van Clint Eastwood, 'The bridges of Madison County', deze week in 27 zalen te zien is.

Ik ben O.J. Simpson, de verkoop van de video van The Lion King, de niet uitgebroken rassenrellen in Los Angeles, CNN en zijn Larry King meer dan beu. De Nederlandse media dienen me een spiegel van mijn eigen omgeving voor te houden. En als ik naar buiten kijk zie ik geen Californische auto's met open daken, maar regen, wind en mesthoopjes.

mailIcon print |