Allochtone kinderen in Nederland moeten hun moedertaal goed leren. Dat is goed voor hun zelfvertrouwen en algemene taalontwikkeling, dus ook voor het Nederlands. Daarover zijn deskundigen het eens. Ze moeten liefst ook onderwijs in hun moedertaal krijgen.
Maar hoe doe je dat met Berbers en Marokkaans-Arabisch, de moedertaal van de Marokkaanse kinderen? Of met Koerdisch, de moedertaal van veel kinderen uit Turkije? Talen die niet of nauwelijks geschreven worden, die bestaan uit onderling vaak sterk verschillende dialecten en waarvoor geen lesboeken zijn. “Gewoon beginnen,” vindt Jan Jaap de Ruiter, deskundige Marokkaans-Arabisch aan de Tilburgse universiteit.
“Er wordt oeverloos over gediscussieerd, met als gevolg dat er niets gebeurt. Nu krijgen die kinderen les in Standaard-Arabisch of Turks. Dat zijn in feite vreemde talen voor ze. Vooral voor jonge kinderen is dat een zware belasting, ook al omdat ze nóg een vreemde taal, het Nederlands, moeten leren.”
De Ruiter is coördinator van de werkgroep Thuistaal-onderwijs voor kinderen uit Turkije en Marokko, een Europees samenwerkingsverband dat lesmateriaal in het Berbers, Marokkaans-Arabisch en Koerdisch ontwikkelt. “We kijken er pragmatisch tegenaan: wij vinden dat er moedertaal-onderwijs moet komen, dus dan moeten we ook zorgen dat er lesmateriaal is.”
Onlangs verscheen Zimanê min e taibetî ('mijn eigen taal'), een voorleesboekje in het Koerdisch, met geluidscassette, bestemd voor kinderen van vier tot zeven jaar. Een Marokkaans-Arabische en een Berber versie volgen komende maand. In de loop van de jaren publiceert de werkgroep materiaal voor de hele basisschoolleeftijd en de eerste jaren van het voortgezet onderwijs.
Lesmateriaal maken in ongeschreven talen is een hele klus. “Kijk bijvoorbeeld naar het Berbers”, zegt De Ruiter. “In Marokko alleen al zijn er drie hoofdvarianten, die onderling niet verstaanbaar zijn. Welke neem je dan?” De werkgroep koos de variant die door Marokkanen in Europa het meest gesproken wordt; het Rif-Berbers. Negentig procent van de in Nederland en Duitsland wonende Berbers spreekt deze variant, in andere Europese landen is dat percentage ongeveer zestig.
Het Rif-Berbers kent weer een Oost- en een West-variant. Die verschillen zijn overbrugbaar. “Je moet opletten dat je zoveel mogelijk woorden gebruikt die de twee dialecten allebei kennen. Verder zijn er klankverschillen. In de West-variant zeggen ze bijvoorbeeld steeds een 'r' waar ze in het Oosten een 'l' zeggen. Wij schrijven dan een 'l', en wie dat wil mag die als een 'r' uitspreken. Spelling blijft een benadering,” aldus de Ruiter.
Bij het Marokkaans-Arabisch was de keuze voor een dialect minder ingewikkeld. De verschillen tussen de diverse sub-dialecten zijn niet zo groot als bij het Berbers, en bovendien bestaat er een algemene variant, een soort Grootste Gemene Deler voor alle kleinere dialecten.
Probleem was wel de keuze van het alfabet. Met het Latijnse alfabet kun je de klanken wat nauwkeuriger weergeven, maar veel Marokkaanse leerkrachten, en ook ouders, zijn geschoold in het Standaard-Arabisch. Ze zijn gewend Arabisch schrift te lezen en zijn ook gehecht aan dat alfabet. Om het Marokkaans, dat toch ook Arabisch is, in latijns schrift te lezen zou voor hen net zoiets zijn als wanneer een Nederlander zijn taal opeens in Arabisch alfabet zou moeten lezen. Er zijn ook steeds meer Marokkanen in Europa die het Arabische alfabet niet meer kennen. Die hebben weer liever latijnse letters,'' zegt Petra Bos, één van de samenstellers van het Marokkaanse materiaal. Uiteindelijk besloot de werkgroep het Marokkaans-Arabische materiaal in twee alfabetten uit te brengen.
Het Koerdisch kent eveneens verschillende dialecten. Net als bij het Berber heeft de werkgroep gekozen voor het dialect dat de meeste sprekers kennen, zowel in Turkije als in Europa: Kurmanci. Al in de jaren dertig werd voor Kurmanci een zeer bruikbaar alfabet in latijnse letters ontwikkeld. Ook bestaat er in die taal nogal wat geschreven zaken, waaronder lesmateriaal.
“Toch kun je niet zonder meer van die geschreven taal uitgaan,” vindt Mehmet éeker uit Berlijn, samensteller van het Koerdische materiaal. “De schrijftaal is voorbehouden aan een kleine, hoog opgeleide elite. De meeste kinderen waar je in het moedertaalonderwijs mee te maken krijgt, begrijpen er niet veel van. Je moet vermijden dat je jonge kinderen gaat belasten met een variant die ver af staat van het Koerdisch dat ze thuis spreken.” Bij het schrijven van de teksten heeft hij geprobeerd dichtbij het gesproken Koerdisch te blijven.
Koerdisch, Berber en Marokkaans-Arabisch zijn in Turkije en Marokko geen officiële talen. Ze worden voornamelijk in informele situaties gebruikt; thuis, onder vrienden. De woordenschat heeft zich daardoor niet kunnen ontwikkelen en is dan ook niet toegesneden op moderne, complexe samenlevingsvormen.
“Als voor een begrip geen woord in het Berber of het Marokkaans bestaat, gebruiken we gewoon een leenwoord uit het Standaard-Arabisch. In de spreektaal gebeurt dat ook. Het Standaard-Arabisch, de officiële taal van Marokko, staat in hoog aanzien bij Marokkanen, het is de taal van de Koran, de taal van het onderwijs. Er wordt naar hartelust uit die taal geleend,” vertelt De Ruiter.
Koerden uit Turkije doorspekken hun Koerdisch met Turkse leenwoorden, maar hebben, in tegenstelling tot de Marokkanen, een uitgesproken negatieve houding tegenover de officiële taal van hun land. Ze ervaren het als taal van de onderdrukker. Het is in Turkije nog steeds verboden Koerdisch te spreken in officiële situaties.
“Ik wil Turkse leenwoorden zo veel mogelijk vermijden”, zegt ëeker, “het zou door de doelgroep niet op prijs gesteld worden. Bij dit eerste boekje was het nog niet zo'n groot probleem. De woordenschat is nog beperkt en voorhanden in het gesproken Koerdisch. Bij de delen die gaan volgen, wordt het moeilijker. Dan zal ik waarschijnlijk toch termen uit de schrijftaal overnemen. Maar dat materiaal is bestemd voor oudere kinderen. Die kunnen meer hebben.” De schrijftaal heeft veel woorden geleend uit het Sorani, een Koerdisch dialect dat in Iraaks Koerdistan de status van officiële taal heeft.
Zal het Koerdische materiaal gebruikt worden? In Nederland moet onderwijs in het Koerdisch nog van de grond komen, in Duitsland wordt het al jaren buitenschools aangeboden. Ali Beltir, docent Koerdisch in Hannover, vermoedt onder collega's veel belangstelling voor het materiaal. “Dat ëeker bij de keuze van het vocabulaire uitgaat van woorden uit de spreektaal, is goed. Ook die geluidscassettes zijn een mooi idee. Zo kunnen ouders thuis het materiaal ook gebruiken. De meesten kunnen geen Koerdisch lezen.”
Hoe groot de belangstelling voor het Berber en Marokkaanse materiaal zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Lahsen Nejmi, docent Arabisch aan een Utrechtse basisschool, ziet niet zoveel in moedertaal-onderwijs: “De allerkleinsten in groep een en twee spreek ik natuurlijk aan in het Berber of Marokkaans. Maar daarna moeten ze Standaard-Arabisch leren. De meeste ouders staan er niet om te springen dat hun kinderen Berbers leren. En ik kan mezelf ook weinig voorstellen bij geschreven Berbers. Berbers is geen geschreven taal, hoe willen ze dat in vredesnaam doen? Straks kunnen die kinderen Berbers schrijven maar hebben ze in Marokko een tolk nodig om zich bij officiële instanties verstaanbaar te kunnen maken!”
Ferid Bourjila, medewerker van het School Adviescentrum in Utrecht, is voorstander van Marokkaans en Berbers op school: “Een Berber- of Marokkaans-talig kind dat thuis te weinig aanbod krijgt in zijn moedertaal, daarnaast Arabisch moet leren én Nederlands, loopt kans alle drie de talen maar half te beheersen.” Hij zal het materiaal onder de aandacht van de leerkrachten brengen. Wel vraagt hij zich af of de keuze van het latijnse alfabet voor het Berbers een gelukkige is. “Ik denk dat je de doelgroep, en vooral ook hun ouders, beter bereikt als je het Arabische alfabet gebruikt, net als bij het Marokkaans dialect. Maar elk initiatief is welkom. Het is beter dan niets.”
“Er zitten veel haken en ogen aan het moedertaalonderwijs en het ontwikkelen van materiaal daarvoor,” erkent De Ruiter. “Veel van onze keuzes zijn voor verbetering vatbaar. Maar nu ligt er tenminste materiaal. Iedereen die dat wil kan aan de slag. En daar gaat het ons om.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.