GENT - Jacqueline Poelman is puur op kwaliteit gaan trainen en heeft alle snelheid verloren. Even schiet ze in de lach als vragende ogen haar aankijken, maar het gelaat is snel weer in de plooi. “Dit doet pijn, heel erge pijn.”
Met het atletiekgala van Gent is voor de Nederlandse het indoorseizoen al weer afgesloten. Ze is sprintster, maar accellereert als een marathonloopster. “Wat heeft het dan voor zin om door te gaan”, vraagt ze zich terecht af. Drie maal op rij werd een internationale wedstrijd over 60 meter een deceptie, in Sindelfingen (7,66), in Stuttgart (7,72) en gisteren in Gent (7,69). Een regelmatige serie, dat wel, maar schertsend stelt Poelman dat ze die tijden vorig seizoen achteruit liep.
Poelman was nog een onbevangen, haast speelse atlete, toen ze als lid van de kibbelende estafetteploeg tijdens de Spelen in Barcelona haar eerste schreden op een aansprekend evenement zette. Tot haar eigen verrassing belandde de sprintster twee jaar geleden tijdens de Europese indoorkampioenschappen in Parijs op het erepodium. Dat opende pas haar ogen: ze wilde ècht weten hoe hoge snelheden aanvoelden. Ze ontwikkelde haar talenten in het daarop volgende buitenseizoen verder, bijvoorbeeld door in eigen land de hegemonie van Nelli Cooman te doorbreken en zich te plaatsen voor de aansprekende internationale titeltoernooien. Maar ogenschijnlijk gunstige ontwikkelingen qua begeleiding en faciliteiten hebben vervolgens een averechts effect gehad.
Ze groeide als sportster op in een beschermd Gronings milieu waar het gevaar van stilstand dreigde. Daarom verkaste ze, weg van haar oude begeleider Tije Blauw, naar Utrecht. Waar ze samen met onder anderen Esther Goossens woont in het NOC*NSF-huis voor de topsport en ze onder de hoede kwam van Peter Verlooy. Nog altijd is Poelman er van overtuigd dat de verhuizing naar Utrecht een goede keuze is geweest. Maar ze zet wel vraagtekens bij de abrupte verandering van trainingsarbeid. “Ik doe nu alles op kwaliteit, dat heb ik nooit gedaan. Misschien is die overgang wel te groot geweest en moet ik wat terug naar het oude, een combinatie vinden. Vroeger wist ik hoe ik me tijdens trainingen moest voelen, nu ben ik daar nog niet achter. Eigenlijk was ik vroeger na trainingen lichamelijk veel vermoeider. Nu is dat meer in mijn hoofd.”
De traagheid waarmee Poelman gisteren uit de startblokken kwam was al hoogst verontrustend, stond zelfs in schrille tegenstelling met de explosiviteit van de naast haar gezeten wereldrecordhoudster Irena Privalova. Alsof ze aan de Elfstedentocht begon zo vervolgde ze met de zo belangrijke eerste passen en daarna straalde de ontmoediging van haar af: zevende in de serie. “De hele race is dramatisch. Ik stop ermee, zo gaat mijn zelfvertrouwen eraan.” Zelfs de 200 meter - bij de mannen liep de Namibiër Frank Frederiks met 20,37 een beste wereldseizoenprestatie - liet ze in Gent voor wat die was. Deze week volgt in samenwerking met KNAU's adviseur Henk Kraaijenhof een evaluatie. Daarin zal ongetwijfeld worden meegenomen dat het afgelopen zomerseizoen ook niet naar verwachting is gelopen.
Topvorm, het blijft in een sport als atletiek voor velen een ongrijpbaar fenomeen. Marcel Versteeg kan het weten. Na een goed Olympisch voorseizoen in '92 is het nooit meer iets met hem geworden, ondanks de keuze voor een haast full-time loopbaan. Het was weer ontmoedigend te zien hoe hij gisteren moeizaam voortploeterde achteraan het veld van de drie kilometer-deelnemers dat soeverein werd aangevoerd door Venuste Niyongabo, die hem bijna dubbelde.
Ook Poelman's huisgenote Esther Goossens belandde na het goede jaar 1994 in een vormcrisis, die ze nog altijd met zich meezeult. Steevast volgde vorige zomer na elk startschot een marteling: een geest die zo graag wilde, maar benen die niet volgden. Zozeer twijfelde de voorheen zo onbevangen 800 meter-loopster aan zichzelf, dat ze de stap naar de wedstrijdbaan afgelopen maanden niet meer aandurfde. “Ik stelde het steeds maar uit, ik heb er vreselijk tegenaan zitten hikken. Gewoon doodsbang dat het weer niet zou gaan.” Afgelopen weekeinde volgde de wonderbaarlijke ommekeer. Ze besloot een paar dagen in de stad lol te maken, de atletiek waaraan ze steeds meer twijfelde van zich af te zetten. “Ik voelde de spanning van me af glijden en belde mijn trainer op dat ik in Gent ging lopen. Die was het er niet mee eens, ik zou nog niet zo ver zijn. Maar hier ben ik.”
Achter Jongmans en Djate werd Goossens derde in 2.05,02, ruim een seconde boven de limiet voor de Europese indoorkampioenschappen. Ze putte met name veel zelfvertrouwen uit de ouderwets aandoende tempoversnelling die haar na 500 meter van achteruit naar de derde plaats bracht. Ver voor Goossens liep Jongmans naar 2.01,75, een wereldbeste seizoenprestatie. Nimmer was de Nederlandse zo vroeg in het seizoen zo snel; nooit eerder ook versloeg ze haar Franse vriendin Djate.
Vorige week maakte Jongmans door concentratie-gebrek een lelijke smakker in Sindelfingen, na nog geen 400 meter lopen. Armen en benen tonen nog de schaafschade die ze opliep. Ze heeft zich er geestelijk niet door uit evenwicht laten brengen en liet in Gent zien er goed voor te staat. Meest nabije doel vormt nu een EK-medaille, volgende maand in Stockholm. “Na de vierde plaats twee jaar geleden is dat een reële mogelijkheid.”
Of het in een Olympisch jaar verstandig is een vol indoorseizoen te lopen, is de vraag. Privalova, gisteren op de 60 meter winnares in 7,17, beperkt zich bijvoorbeeld tot slechts vijf wedstrijden. Maar de Russin is ervaren; Jongmans zit nog volop in een (mentaal) groeiproces naar atletisch volwassenheid. “In dat kader past succes bij zo'n toernooi als het EK indoor uitstekend”, aldus haar trainer Haico Scharn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.