Kerkhistoricus Ton van Schaik droeg deze week in HN materiaal aan voor de gedachte dat de nieuwe bisschop van Groningen, Wim Eijk, geen revolutie van de rk-leer nastreeft. De oud-bisschop van Breda, Hub Ernst, is milder. Als bisschop leer je heel veel bij.
'We moeten de aanstaande bisschop van Groningen dr. Wim Eijk niet vastpinnen op zijn cursus moraaltheologie voor Bossche seminaristen, want die nieuwe functie brengt je in gevarieerder aanraking met de realiteit en daardoor ook tot andere inzichten,'' zegt de nu 82-jarige oud-bisschop van Breda, Hub Ernst, in reactie op enkele geharnaste stellingen van Eijk die deze week via het blad HN naar buiten kwamen.
'Homoseksualiteit als neurose, die moeilijk te genezen is, een ernstige stoornis waarin een priester iemand zeker niet mag bevestigen. Dat is funest.' De jonge dr. Eijk, moraaltheoloog en ex-arts, doceerde in 1996 de zedenleer van de kerk tot en met het al dan niet geoorloofd zijn van geslachtsverkeer met doorgeprikt condoom en het gevaar dat sporten, douchen en dansen een ongewilde pollutie opwekt.
Bisschop Ernst is een gerede autoriteit voor commentaar. Jarenlang was hijzelf moraalprof en zelfs nu als emeritus verzorgt hij aan de priesteropleiding voor 'late roepingen' Bovendonk te Hoeven de cursus inleiding tot de ethiek.
Hij is op zijn hoede: het behoort tot de bisschoppelijke ethiek of etikette dat een aanstaande ambtsbroeder niet via anderen (journalisten) de les gelezen krijgt. Het laatste wat de milde Ernst wil is de nog niet eens aangebroken wittebroodsweken van de jonge bisschop bederven.
Maar na ruim zestig jaar, als priesterstudent, priester, docent en de laatste helft van die tijdspanne als bisschop overziet hij zijn eigen ontwikkeling. En die blijkt niet gering, ook al heeft de rk kerk in die tijd haar leerstellingen niet sterk gewijzigd en is hijzelf die leer toegedaan.
In zijn pastorale arbeid is Ernst gefascineerd geraakt door de spanning, de dynamiek tussen leer en leven. Hij ziet ze als twee polen die je geen van tweeën los moet laten, enerzijds de leerstellingen, de structuren, anderzijds de concrete situatie, het geweten.
Dat evenwicht vinden en die dynamiek bewaren is moeilijk, weet Ernst; de neiging is om naar één pool te trekken: naar de kant-en-klare zekerheden van de leer ofwel naar het wat-ik-wil-moet-maar-mogen.
Als priesterstudent eind jaren dertig leerde Ernst braaf het traktaatje De conscientia (over het geweten) in de inleiding van de ethiek. Maar in de vervolglessen over de 'speciale' en vooral de seksuele moraal en over wat de priester in de biechtstoel had te doen, speelde dat eigen geweten nauwelijks een rol en ging het alleen over 'objectieve' zondigheid van dit en van dat.
In de jaren vijftig, even later met de zegen van de Bossche bisschop Bekkers, kreeg het eigen geweten en de eigen verantwoordelijkheid in zaken van goed en kwaad een serieuze plek. Voor menigeen is het toen doorgeschoten naar absolute permissiviteit, ook onder de pastores, en zijn we hard toe aan de weg terug naar de objectieve morele orde van de kerk, van God.
Eijk kleedt de leer van de kerk zoals hij die ziet strak in het pak van het neoscholastieke denken, de natuurwet, de objectieve zijnsorde; daar kun je als docent voor kiezen. Ernst voorspelt echter dat de nieuwe bisschop nu een vertaling moet vinden in pastorale aanpak en beleid. Hij krijgt te maken met het gegeven dat er verdeeldheid is in de kerk, dat mensen niet doen wat de kerk leert, en dat ze zelfs niet in kunnen zien dat het fout is wat ze doen, zoals in het geval van anticonceptie.
De nieuwe bisschop zal pastores ontmoeten die homoseksueel zijn en andere, zeer gelovige homo's. Een bisschop staat temidden van onderling zeer verschillende medewerkers met grote, zelfstandige verantwoordelijkheden, temidden van gelovigen met eigen opvattingen en een eigen geweten. Zo word je als bisschop door veel meer bepaald en gevormd dan alleen door je eigen, persoonlijke kijk op de kerkleer.
Homoseksualiteit een 'neurose' noemen is voor de Bredase oud-bisschop een achterhaald standpunt. Kun je nog denken dat het 'geneeslijk' of 'omkeerbaar' is? Ernst betwijfelt het, maar vindt het ook niet zinvol. In alle bescheidenheid kan hij zeggen dat hij veel, indringende contacten met homoseksuelen gehad heeft, binnen en buiten de kerk. Hij gaat niet zover als anderen die homoseksualiteit bewieroken als een 'helaas ondergewaardeerde variant van de Schepper', maar hij heeft deze jubel ook niet nodig om mensen een plek in de kerk te geven.
Hij wil de leer van de kerk op een goede manier brengen, dat wil zeggen inclusief het verhaal dat je je geweten dient te volgen, ,,óók als het naar het oordeel van de kerk dwaalt.''
De kerk leert dat homoseksualiteit 'intrinsiek ongeordend' is, maar dat betekent voor Ernst niet dat mensen die 'zo en niet anders kunnen zijn' onder een massief oordeel vallen of dat hun het zicht op het geloof en op een volwaardige plaats in de kerk ontnomen zou moeten worden. ,,Soms kom je in de gedachtewisseling over de leer niet verder, maar wel in het leven.''
Ook met de blik op de ramp van de aids benadrukt Ernst dat zijn kerk meer te bieden heeft dan rigide regels uit een verkrampte moraal. Hij heeft begrip voor de politiek en de gezondheidszorg die in hún verantwoordelijkheid het condoom propageren ter beteugeling van de ramp.
Maar, zegt hij, ,,de kerk heeft nog een eigen verhaal, en wel dat er een andere weg is dan 'vrij veilig en ga je gang'; zij houdt je voor dat seksuele omgang hoort bij binding aan een vaste partner en aan verantwoordelijkheid voor elkaar. Zo houd je rekening met het eigen karakter en de verantwoordelijkheid van politici en medici en houd je je eigen grondinzicht overeind.''
Is er sprake van stemmingmakerij, nu weer rondom Eijk? Zien ze spoken, degenen die een horde jonge geestelijken uit Den Bosch en van elders zien komen, volgestopt met weer alle zekerheden van weleer?
Ernst vindt het geen spookbeeld. Ook hij ziet na jaren van identiteitsverlies en onzekerheid in de kerk nu onder de kleine schare jonge priesters en priesterkandidaten een opnieuw zoeken van identiteit en een toegankelijkheid voor klassiek, helder onderricht - à la Eijk, zeg maar.
De typische kenmerken, die de oudere generatie heeft afgelegd (zwart pak, priesterboordje) pikt een aantal jongeren weer op. ,,Ze moeten zich vaak al in hun opleiding tegenover een weinig begripvolle omgeving zien te handhaven,'' begrijpt Ernst.
Maar als dat alles is, lopen ze vast en zo zíjn er ook al verscheidene vastgelopen, weet hij. Ook de jonge geestelijke in zwart pak, met de cursus van Eijk in zijn geestelijke ransel komt voor de hedendaagse gelovigen te staan in het milieu van kerk en samenleving met al zijn verscheidenheid aan opvattingen met als kenmerk een sterke individualisering.
Een pastor kan in dit klimaat alleen gedijen in respect voor de ander en zijn geweten. Een priester, een bisschop zal ook het geweten dat zich niet precies conformeert aan de leer van de kerk moeten leren eerbiedigen als een geldig richtsnoer voor verantwoord handelen.
Die situatie verander je niet per ouderwets traktaat. Wat zou de oude bisschop de jonge, rechtzinnige broeders in het ambt voor de volgende eeuw graag het talent toebidden om leer en leven bijeen te houden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.