De Boertjes zijn aardige en eenvoudige jongens, echt waar. Ze hebben alleen chagrijnige hoofden en van hun stemmen wordt een mens ook niet vrolijk. Ooit zei Wim van Hanegem tegen Frank uit Lutjebroek: “Als ik jou op televisie zie, denk ik altijd dat net je mooiste jas is gestolen.” De Boertjes, ze hebben het kwaad niet in de wereld gebracht. Wel worden ze geadviseerd door lui, voor wie ethiek begint bij een bankrekening in het buitenland en fatsoen hetzelfde is als portretrecht.
De Boertjes hebben ook een eigenaardig toekomstbeeld. Ze willen nu zó veel geld verdienen, dat straks ook voor hun koters de bedjes zijn gespreid. En meteen ook maar voor de koters van hun koters. Zekerheid, eigenlijk tot in de 22ste eeuw voor alle Boertjes - Frank en Ronald zijn echte familiemensen. Vijftien jaar om den brode voetballen en dan alleen nog willen zien dat iedereen binnen de Boertjes-clan gelukkig, want financieel onafhankelijk is! Daar hoeft niet eens een buitensporige luxe aan te pas te komen. Ik vond het bijna ontroerend om te zien hoe de Boertjes in de zomer van 1998 op plastic leunstoelen aan een plastic tafel, zichtbaar zaten te genieten op hun vaste camping in Garderen. Daar staat de familiecaravan al een kwarteeuw. Om vijf uur spelletjes.
De Boertjes zijn geen jongens voor verre reizen, dure kleren of wilde plannen. Hadden ze drie generaties eerder gevoetbald - een sigarenwinkel zou hun volgende bestemming zijn geweest. Nu is er een massa geld en dringt zich de vergelijking met Rob Rensenbrink op. Robbie, 'Het Slangenmens', was een lieve, dromerige jongen. Hij deed geen vlieg kwaad en interesseerde zich nergens voor. Een beroemde speler uit zijn tijd vond hem zo saai en zo ambitieloos, dat hij dit grapje maakte: “Rensenbrink is nog te saai om van zijn vrouw af te gaan en te lui om zijn geld te verbrassen.”
Vorige week had ik het op deze plaats over de eerste interland in Nederland. Rotterdam, 14 mei 1905, Oranje wint op het Schuttersveld met 4-0 van België. Zouden De Boertjes en Rensenbrink weten wie die internationals waren en wat zij later zoal deden? Een greep uit de inhoud, te beginnen met de mannen van de eerste goal: de voorzet van de Spartaan Rein Boomsma, de treffer van Willem Hesselink van Vitesse.
Dr. Willem Hesselink was een groot geleerde. Hij was scheikundige en promoveerde in 1904 in Munchen ook nog tot doctor in de filosofie. Als politiedeskundige liep hij in moordzaken voorop bij nieuwe onderzoeksmethoden.
Kolonel Rein Boomsma was een moedig man. In mei 1940 vocht hij tegen de Duitsers. Samen met de journalist Bob Spaak zat hij vast in Vught, alvorens hij op 26 mei 1943 in een concentratiekamp werd vermoord.
Nog enkele internationals uit die oudste doos:
Prof. dr. Lou Otten. Groot speler van Quick Den Haag, in Bandoeng de man die een succesvol serum ontwikkelde in de strijd tegen de Indische pest.
Dr. Jack Akkersdijk. Lid van de Raad van Nederlands-Indië, te vergelijken met een ministerspost.
Dr. Harry Kuneman. Groot kenner van Japan. Toen hij in het jappenkamp weigerde Japans te spreken, werd hij onthoofd.
Mr. dr. Dé Kessler. Eén der beste voetballers rond de jaren twintig. Kunstkenner. Hij hield vol dat het schilderij 'De Emmaüsgangers' geen Vermeer was. Jaren na zijn dood kreeg hij gelijk: het schilderij was een vervalsing van Van Meegeren.
Mr. Dolf Kessler. President-directeur van Hoogovens.
En dan waren er ook nog twee rechters (Nol van Berckel en Constant Feith), een burgemeester (Felix von Heijden) plus een leger artsen, tandartsen, fabrikanten, ingeneurs, advocaten en architecten uit de eerste lichting voetbal-internationals. De afwezigheid van een zaakwaarnemer hadden allen met elkaar gemeen.
Overigens waren er ook slechte jongens bij, dat bleek wel in de Tweede Wereldoorlog. Gejus van der Meulen (HFC Haarlem) was aan het Oostfront arts bij de SS. Eerder had hij in zijn Haarlemse praktijk een bordje gehangen waarop duidelijk werd gemaakt dat hij weigerde joodse patiënten te behandelen. Tonny Kessler (HVV Den Haag) was adjudant van NSB-leider Aton Mussert. Hij arrangeerde zelfs een inval bij broer Dé, die onderduikers in huis had. En Theo de Haas (Be Quick) was in het noorden tijdens de oorlog een zodanige slechterik, dat hij in 1952 nóg vast zat in Norg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.