Van onze verslaggevers DEN HAAG - De conclusie van de commissie-Van Traa dat politie en justitie in een crisis verkeren, heeft tot een schok geleid. Zowel in de Kamer als daarbuiten is onthutst gereageerd op de vaststelling van de parlementaire enquêtecommissie dat de bestrijding van de georganiseerde misdaad ernstig heeft geleden onder 'een wildgroei aan opsporingsmethoden', een falende organisatie en een totaal gebrek aan controle. Daarmee is de geloofwaardigheid van de rechtshandhaving in gevaar.
De conclusies van de commissie betekenen niet dat de positie van minister van justitie Sorgdrager (D66) direct in gevaar is. Het oordeel over haar optreden is vrij mild. De coalitiepartijen hebben zich nog niet over haar positie uitgesproken. Maar Van Traa (PvdA) maakte duidelijk dat hij de bewindsvrouw in staat acht leiding te geven aan de reorganisatie van het justitiële apparaat en het herstel van het gezag en het vertrouwen.
Harder is de commissie over andere hoofdrolspelers. De commissie spaart bijna niemand: Korpschefs, officieren van justitie, procureurs-generaal, rechercheurs, topambtenaren, zelfs de Hoge Raad en ook de Kamer krijgen verwijten. Uiterst kritisch is ook het oordeel over ex-minister Hirsch Ballin (CDA). Hij was nauwelijks of niet op de hoogte van de omstreden opsporingsmethoden die onder zijn verantwoordelijkheid praktijk waren.
Volgens de commissie zal de schoonmaak bij politie en justitie moeten leiden tot het opstappen van kopstukken. “Met het vertrek van één procureur-generaal is het probleem niet opgelost”, aldus Van Traa, doelend op het opstappen van de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. Maar wie er dan moeten vertrekken, wil de commissie niet aangeven. “Wij zijn geen interim-manager voor de minister van justitie.”
De commissie meent dat er sprake is van een crisis in de opsporing, dieper dan zij voor mogelijk hield toen zij anderhalf jaar geleden het onderzoek begon. Het zijn niet alleen de enkelingen die falen, maar het systeem.
De crisis bestaat op drie fronten: er is nauwelijks vastgelegd welke middelen politie en justitie mogen inzetten tegen de georganiseerde misdaad. De commissie: “Niemand weet precies waar men aan toe is bij het gebruik van opsporingsmethoden.”
Ten tweede is er sprake van een organisatiecrisis. Justitiële diensten werken elkaar eerder tegen dan dat ze samenwerken. “Bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn diffuus.” Er is “dringend behoefte” aan meer duidelijkheid wie de verantwoordelijkheid dragen.
Tot slot is er een gezagscrisis. Veel politiekorpsen accepteren niet het wettelijk vastgelegde gezag van het openbaar ministerie (officieren van justitie en procureurs-generaal). “Veel officieren kost het grote moeite hun gezag daadwerkelijk te laten gelden”, schrijft de commissie.
Voorbeeld: de problemen in het ressort Amsterdam, waar politie en justitie elkaar al jaren de tent uit vechten. In een interview met Trouw zegt Van Traa daarover: “Die verstoorde gezagsverhouding werd belichaamd door Nordholt, de Amsterdamse korpschef, die in vrij grove bewoordingen liet blijken het gezag van Van Randwijck, de procureur-generaal, niet te erkennen.”
De schuld hiervan ligt net zo goed bij het openbaar ministerie, dat verdeeld is over wat geoorloofd is bij de misdaadbestrijding. De criminele inlichtingendiensten (CID's) hebben van deze verdeeldheid dankbaar gebruik gemaakt. Ze gingen hun eigen weg in een volgens de commissie “deels zelf getrokken vacuüm”.
Eenvoudig zal het niet zijn om de crisis in de opsporing te bezweren, stelde de commissie vast. Het hele systeem moet worden herzien. Dat vergt meer dan een paar resolute maatregelen op korte termijn. In elk geval zal er meer personeel moeten komen. Met verbazing constateert de commissie dat 440 officieren van justitie het toezicht houden op 40 000 politiemensen.
Belangrijk is vooral dat er wettelijke regels komen en zo duidelijkheid voor iedereen. Alle opsporingsmethoden moeten volgens de commissie in detail worden geregeld en aan voorwaarden gebonden. In de praktijk zullen politie en justitie moeten werken onder een strenger regime. Het inzetten van criminelen als informant/infiltrant is wat de commissie betreft voortaan taboe. Ook het bewust op de markt laten komen van drugs, om criminelen in beeld te krijgen, mag niet meer. Hooguit mogen “enkele kilo's soft drugs” als proefzending passeren. Hoeveel de afgelopen jaren is doorgelaten zal wel een raadsel blijven.
Over niet alle aanbevelingen is de commissie unaniem. Het CDA-Kamerlid Koekkoek vindt als enige dat de politie in speciale gevallen ook hard drugs mag 'doorlaten', zij het kleine partijen. Hij krijgt steun van het CDA,dat meent dat politie en justitie niet in een al te strak keurslijf mogen worden geperst. De politiebonden zijn daar eveneens beducht voor.
Ook de top van het departement van justitie stelt zich op het standpunt dat politie en openbaar ministerie niet vleugellam mogen worden. Maar niemand daar wil daarover in het openbaar iets kwijt. De eerste officiële reactie van de kant van het kabinet is vandaag te verwachten van premier Kok en minister Sorgdrager, na het kabinetsberaad.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.