Zou u het zonder vrienden willen kunnen stellen?
Ondenkbaar, vriendschap en kunst, even belangrijk
Bent u voor uzelf een vriend?
Ik vrees van niet. Maar het gaat de laatste jaren, qua Selbsthass, beter dan vroeger.
Gesteld dat u aan een God gelooft; bestaat er naar u weet enige aanwijzing voor dat hij gevoel voor humor heeft?
Toevallig heb ik het Nieuwe Testament wel eens doorgelezen, ter beantwoording van die vraag. Lang geleden weliswaar, en het zou best kunnen zijn dat mijn bevindingen nu anders zouden uitvallen. Maar destijds heb ik alles bekeken wat er - als door Jezus gezegd - tussen aanhalingstekens staat. Toen leek het me duidelijk dat er geen sprank te bekennen was van iets wat wij voor humor zouden willen aanzien. Nu is humor niet alles, en zeker geen absolute, buiten de tijd werkzame grootheid. Ik zou graag een cultuurgeschiedenis van de humor willen lezen, waarin opgenomen een vergelijkende anthropologie van de humoren. Maar ik neig ertoe te denken, vermoedelijk evenals Max Frisch, dat een levens- of wereldbeschouwing die geen emplooi heeft voor scepsis en ironie misschien wel voldoende ernstig maar onvoldoende diepzinnig en ook onvoldoende oppervlakkig is.
Wat bevalt u aan het Nieuwe Testament?
De gedachte van de gelijkheid van de mensen voor God, alle mensen: man, vrouw, kind, rijk, arm, onderdrukker, onderdrukte, vrije, slaaf, wit, zwart, jood, niet-jood. Die gedachte is het religieuze en revolutionaire proefstation geweest voor en de voorloper van de seculiere idealen van het humanisme die zijn uitgemond in de verklaring van de rechten van de mens. Maar ook de tien geboden mochten er als morele uitvinding al wezen.
Hoopt u op een hiernamaals?
Alleen op een tijdelijk hiernamaals, als gelegenheid om nog een paar dingen - lang niet alles - af te maken. Om de boeken te lezen die wel gekocht zijn maar op stapels liggen. Om enkele simpele vragen te kunnen stellen aan de dierbaren die daar tot mijn grote vreugde aan de leestafel zitten. Maar weer is het uitstel van executie. Want de overproduktie aan boeken gaat daar gewoon door. En opnieuw zul je moeten valsspelen bij het leven, met de tijd die nooit voldoende zal zijn voor jouw planning. O mijn ziel, streef niet naar onsterfelijkheid, maar put het veld der mogelijkheden uit (Pindarus). Lievelingscitaat, lang geleden gelezen bij Camus, die het gebruikt als motto voor 'De mythe van Sisyphus'.
Als u iemand in zwembroek tegenkomt en niets van zijn levensomstandigheden weet: waaraan herkent u na even met hem gepraat te hebben (niet over geld) ondanks alles de rijke?
Aan zijn (of haar: het is wonderbaarlijk hoe exclusief mannengericht Frisch' vragen geconcipieerd zijn) uitstekende staat van onderhoud. Om te beginnen het ogenschijnlijk volledig intacte, regelmatige, stralende witte gebit, waarmee onbekommerd charmant gelachen kan worden. Het kapsel. De handen. Het getrainde lichaam. De gestiek. Het praten zonder stemverheffing. Om maar te zwijgen van het zeer kleine aantal gesproken woorden dat al voldoende is om zowat elke sociale gevolgtrekking te kunnen maken.
Hebt u al eens gestolen?
a. contant geld? b. voorwerpen? c. een idee?
Ik ben blij dat mijn moeder dit niet meer leest. Het is namelijk driewerf ja, en ik kan niet zeggen dat ik er trots op ben. Ten eerste: geld uit haar portemonnee, een tijd lang. Ten tweede: boeken, vele Livres de poche, enkele Pleiade-delen; bij het grootwinkelbedrijf, bij De Slegte, soms bij de buurtboekhandel. Beide tijdens de middelbare schooltijd. Als student melkflessen en fietsen. Ten derde: op het gymnasium heb ik een keer een lezing gehouden die van a tot z gestolen was. Ik had met smaak een prachtige studie gelezen, Het Spook, van de hand van psychiater P. J. Stolk. Gekocht bij De Slegte, afdeling modern antiquariaat. Ramsj, heet dat nu. Als eigen gedachtengoed heb ik die studie staan declameren. Ik heb het applaus geoogst van het publiek, dat uit medeleerlingen en leraren bestond. Pas toen ik hoorde dat mijn vereerde leraar Nederlands, H. J. A. Hissink, tegen iemand zei: 'Een slotzin Vestdijk waardig', begon het schaamzweet mij uit te breken.
Wat kost op het ogenblik een pakje boter?
Ik kan vrij goed schatten wat het geheel van mijn boodschappen kost. Toch zijn het alleen globale prijzen, die mijn vage kennis uitmaken. Maar komaan, de prijs van een pakje boter - ik zal het antwoord niet gaan corrigeren - ligt ergens tussen de rijksdaalder en de drie gulden, mede afhankelijk van de plaats van aanschaf: de nationale, aanmerkelijk duurdere kruidenier; of zo'n andere, waar menige huisvrouw de bon met bewegende lippen staat na te rekenen; of de groenteboer, aan wie ik zijn winst het meeste gun. Wat niet wil zeggen dat ik bij hem mijn meeste boter koop.
Kunt u zich zonder kinderen voorstellen?
Nee. Maar ik herinner me levendig genoeg dat ik me, voor mijn dertigste, geen leven kon en wilde voorstellen met.
Is het u ooit gelukt uw eigen kinderen te leren kennen, dat wil zeggen ze niet als zoons of dochters te zien?
Die vraag kan ik, in het ietwat barse schema van Frisch, niet beantwoorden zo lang ik nog zwakke pogingen doe tot opvoeden (restjes). Maar ik hoop dat ik de volwassen personen die mijn kinderen over niet al te lange tijd zullen zijn min of meer zal kunnen zien als wie zij in eigen beheer wensen te zijn. Al te overspannen verwachtingen koester ik niet. Ik hou me al een poosje staande met dat handzame begrip, afkomstig van Bruno Bettelheim, van de good-enough parent: de ouder die ermee door kan.
Zou u een vrouw willen zijn?
Nou en of. Maar - als ik er wat over te zeggen zou mogen hebben - bij voorkeur in deze eeuwhelft en in deze gewesten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.