*

 
dossier

Archief

Dezelfde voornaam, dezelfde vrouw, maar met een ander leven

ROB VELTHUIS − 02/08/96, 00:00

ATLANTA - De Russin Ludmila Narozhilenko werd in 1991 wereldkampioene op de 100 meter horden; in Atlanta brengt Ludmila Engquist Zweden op diezelfde discipline de olympische primeur van het eerste vrouwelijke atletiekgoud. Dezelfde voornaam, dezelfde vrouw ook. Maar met een ander leven, na een turbulente periode van vier jaar.

Ze is zichtbaar in verwarring. Eindelijk die opluchting en erkenning waarnaar ze hunkerde, en dan die vraag over haar lange afwezigheid van de atletiekbaan. Heeft ze een gedaanteverwisseling ondergaan, of weten al die media-vertegenwoordigers werkelijk niet meer wie zij is, in welk bizar schandaal ze verwikkeld is geweest? Bijgestaan door haar echtgenoot, coach en manager Johan Engquist begint ze een haperend relaas over training in eenzaamheid, over de onmogelijkheid om dat vol te houden zonder wedstrijden te lopen, over de twee zware knie-operaties die ze heeft ondergaan en hoe ze uiteindelijk op de valreep in de Zweedse olympische ploeg mocht worden opgenomen. Ze dringt niet door tot de kern, tot die zwarte bladzijden uit haar levensloop die het opmerkelijke succes van Atlanta bijna dwarsboomden. Verdringen helpt niet, wie eenmaal in een dopingschandaal verwikkeld is geweest, zal er altijd mee worden achtervolgd. Zoals de Nederlandse voormalig discuswerper Erik de Bruin heeft moeten ervaren toen zijn Ierse vrouw Michelle Smith zich vorige week onder zijn begeleiding ontpopte tot de zwemmende sensatie van deze Spelen.

De ellende voor -toen nog- Narozhilenko begint al tijdens de vorige Olympische Spelen. Ze behoort er tot de favorieten, maar raakt in de halve finales geblesseerd aan een hamstring. Niets bijzonders, tijdens dat balanceren tussen gezond en ongezond in de topsport. Een jaar later wordt ze tot haar verbijstering tijdens een indoorwedstrijd in het Franse Lievin positief bevonden wegens het gebruik van anabole steroïden. In alle toonaarden ontkent ze schuldig te zijn. Ook niets bijzonders, de moed ruiterlijk schuld te bekennen is slechts weinigen gegeven.

Ze wordt ze weggehoond als ze haar echtgenoot en trainer beschuldigt. Hij zou zonder medeweten van de atlete de middelen in haar vitamine- en proteïne-preparaten hebben gestopt. Een prachtige variant op de eindeloos reeks van smoezen, luidt de opinie uit de wereld vol onbegrip. Tot daadwerkelijk blijkt hoe verziekt de verhouding tussen Ludmila en haar man is. Ten tijde van het incident zijn ze al gescheiden. Pas als de atlete verbeten haar schorsing van vier jaar blijft aanvechten en de Russische federatie onderzoek pleegt, komt haar ex tot een bekentenis. Hij wilde haar persoonlijkheid en atletiekcarrière vernietigen door haar in de dopingfuik te sturen. Coach Narozhilenko wordt voor twee jaar van zijn taken ontheven; Ludmila wijkt uit naar Zweden waar ze opnieuw in het huwelijk treedt als een Russische rechtbank de IAAF gelast de schorsing op te heffen. Dat gebeurt pas in december 1995, Engquist heeft dan al tweeënhalf jaar van haar schorsing uitgezeten.

Het ontbreekt Ludmila Engquist lange tijd aan de mentale kracht om door te trainen in de onzekere situatie waarin ze verkeert. Tot ze na twee jaar inactiviteit op een dag tegen haar man zegt: 'we beginnen morgen'. Een knieblessure en de daaropvolgende twee zware operatieve ingrepen brengen nog eens bijna een half jaar van gedwongen rust. “Maar de afgelopen zeven maanden heb ik harder getraind dan ooit. Zonder mijn coach had ik dat niet kunnen volbrengen, hij is keihard voor me. Maar als man is hij erg goed.” Nog twee hobbels moeten worden gladgestreken om Engquist in Atlanta te krijgen. Op 19 juni krijgt ze haar Zweedse paspoort en op 5 juli, twee weken voor het evenement begint, komt er een einde aan alle onzekerheid: de vereiste toestemming van de Russische federatie komt af.

Engquist toont haar ongebroken begaafdheid al in de halve finale van het olympisch toernooi als ze met 12,47 de beste wereldseizoentijd loopt, overigens meer dan tweetiende langzamer dan haar persoonlijke record dat ze in de voorbereiding op Barcelona liep. Een verbetering zit er in de finale niet in, nadat ze nog dramatischer start dan de Amerikaanse favoriete Gail Devers. Devers struikelde in Barcelona over de laatste horde en redt het tot ontsteltenis van het chauvinistische thuispubliek ook nu niet. Dat Engquist op de eindstreep de Sloveense Brigita Bukovec klopt, mag wonderbaarlijk heten.

Als een mirakel wordt ook de eerste olympische triomf van een Jamaicaanse vrouw ontvangen. Journalisten uit Jamaica leven zich uit in rituele vreugde-dansen; bijpassende geluiden schallen over de perstribune als Deon Hemmings het onverslaanbaar geachte Amerikaanse koppel Kim Batten en Tonja Buford-Bailey op de 400 meter horden aftroeft. De gouden en zilveren medaille in 1976 van sprinter Don Quarri worden herdacht, er wordt vooruitgelopen op de feesten die in het thuisland zullen losbarsten, gefilosofeerd over de straat die in St. Ann naar Hemmings zal worden vernoemd en ook wordt er gejubeld om weer een Amerikaanse nederlaag. Ook de collega's uit Jamaica vinden het maar niets dat de Spelen in Atlanta worden beschouwd als Amerikaans eigendom.

Dat Hemmings het tot olympisch kampioene zou schoppen had ze niet kunnen bevroeden toen ze in 1991 samen met vijf landgenoten naar de universiteit van Ohio kwam. Ze maakte onderdeel uit van een vreemde koppeltransactie. Haar reisgezellen waren talentvolle sporters, zij zelf slechts een middelmatig sprintster zonder sportieve maar met grote educatieve aspiraties. Als de universiteit de anderen wilde hebben, moesten ze Deon Hemmings op de koop toe nemen. In ruil voor die dienst, zou ze haar sportende college-genoten steunen met hun studie.

De eerste keer dat ze een hordenrace liep, ontweek ze van uitputting de vijfde hindernis. Dat zou haar niet meer overkomen, haar ontwikkeling toont een regelmatige lijn omhoog. “Al tijdens de selectiewedstrijden hier hoorde ik ze praten over de American sweep”, een overmacht van drie op het erepodium. Het motiveerde Hemmings slechts, “ik ging er vanaf dat moment vanuit dat ik aan de top zou staan. Ik train gewoon veel harden dan die anderen.”

mailIcon print |