Eeuwenlang maakten de Noord-Italiaanse steden Brescia en Cremona ruzie over de vraag wie de viool heeft uitgevonden. Was dat Gasparo da Salo uit Brescia of de in 1505 in Cremona geboren Andrea Amati? Uit bronnenonderzoek is pas enkele jaren geleden gebleken dat het Andrea Amati geweest moet zijn.
Daarmee werd hij de oervader van vele generaties vioolbouwers die Cremona maakten tot het internationale vioolbouwerscentrum dat het vandaag de dag nog is. Een centrum dat behalve Amati ook Guarneri en Stradivari heeft voortgebracht.
Ook nu nog bevinden zich verspreid over de stad de ateliers van meer dan honderd vioolbouwers. Ze werken als meester-vioolbouwer en houden zo een eeuwenoude traditie in ere. Het handwerk is door alle eeuwen heen hetzelfde gebleven. Om dat met eigen ogen te zien, hoef je maar bij één van de ateliers aan te bellen. Bij Mathijs Heyligers bijvoorbeeld. Geboren in Naarden (1957) en opge-groeid in Amstelveen, volgde Heyligers de meester-opleiding in Cremona en werkt daar sinds 1980 als meester-vioolbouwer. In een geur van hout en lak zul je hem aantreffen. Met nauwkeurige precisie ploeterend aan een nieuw instrument. Met dezelfde ronde beitel die te zien is in het Stradivarimuseum schaaft hij voorzichtig over een stuk hout.
Hoewel Cremona bekend-staat als de stad van Stradivari, zoeken de hedendaagse vioolbouwers al jaren naar een middel om de aandacht wat meer naar de eigentijdse vioolbouw te verplaatsen. Daartoe hebben ze een consortium opgericht, dat via allerlei activiteiten de aandacht moet vestigen op het hedendaagse vakmanschap in Cremona. Mathijs Heyligers is één van de drijvende krachten achter het consortium. Vier maanden per jaar reist hij de wereld rond om contacten te leggen en reclame te maken voor de Cremonese viool. Het consortium organiseert congressen, cursussen, concerten en tentoonstellingen. Dit najaar kan het zich extra profileren als de geboortedag van Guarneri del Gesù en de sterfdag van Guarneri worden herdacht. De stad zal bruisen van de festiviteiten. Instrumenten van de Guarneri-dynastie (violen die per stuk tussen de tien en twintig miljoen gulden waard zijn) worden tentoongesteld, maar er is ook een commerciële beurs.
EXPORTARTIKEL
De viool werd al enkele decennia nadat hij was uitgevonden een belangrijk exportartikel van Cremona. Een bewijs daarvoor is de bestelling van het Franse hof in 1565 bij Andrea Amati. Maar liefst 24 instrumenten moest hij maken voor Charles IX. Amati had twee zoons: Antonio en Gerolamo. Zij leerden het vak van hun vader en verfijnden de constructie en de klank van de viool. Gerolamo's zoon Niccolò Amati ging op zoek naar jonge mensen die het vak bij hem wilden leren, want inmiddels was de viool een gewild instrument geworden. Er was meer vraag dan aanbod.
Eén van de leerlingen van Niccolò Amati was Andrea Guarneri, stichter van een nieuwe dynastie vioolbouwers. Een kleinzoon van hem, Giuseppe Guarneri, zou _ samen met Antonio Stradivari _ uitgroeien tot de belangrijkste vioolbouwer van Cremona. Hij had de bijnaam 'del Gesù' omdat hij zijn violen voorzag van het monogram IHS en een kruis. Ook Stradivari leerde het vak bij Niccolò. In het begin vertoonden zijn violen duidelijk de invloed van Amati. Later maakte hij het instrument langer van corpus om zijn klankideaal te kunnen bereiken. Nog later verbreedde hij het model.
VIOOLBOUWERSSCHOOL
Toen in de achttiende eeuw kort na elkaar enkele grote vioolbouwers stierven, zag het er voor Cremona somber uit. De traditie bleef bestaan, maar echte grote vioolbouwers bracht de negentiende eeuw niet voort. Pas in 1938 werd het idee gelanceerd een internationale school te stichten. En zo zetelt sinds dat jaar in het 15de eeuwse Palazzo Raimondi de vioolbouwersschool. De vijfjarige opleiding tot meester-vioolbouwer staat in hoog aanzien.
De afgelopen twintig jaar beleeft de vioolbouw in Cremona een enorme opleving. Dat heeft te maken met de wereldeconomie, zegt Heyligers. “De heeft de muziek en dus ook de viool voor bijna iedereen toegankelijk gemaakt.” Nieuwe ontwikkelingen verwacht hij niet in de vioolbouw. “Uit alle experimenten die zijn uitgevoerd, is gebleken dat het instrument zoals het nu is een ideale combinatie vormt van klank en constructie. Het is het enige instrument dat in vierhonderd jaar nooit is veranderd. Over duizend jaar is de viool nog steeds de viool.” Hij zou best eens gelijk kunnen krijgen.
Want in het Palazzo del Commune van Cremona hangen zes wereldberoemde violen die alle stuk voor stuk honderden jaren oud zijn.
En sommige, zoals de 'Cremonese 1715' van Stradivari, worden nog iedere dag bespeeld om ze in goede conditie te houden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.