De Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE) hebben gisteren een strategisch zeer belangrijke stad in het noorden van Sri Lanka ingenomen. Volgens waarnemers hebben de Tijgers het leger de zwaarste klappen toegebracht sinds een jaar.
Het leger besloot tot de 'strategische terugtrekking' uit de stad Mankulam nadat de afgelopen dagen zeer zware verliezen waren geleden. Volgens de Tamil-rebellen zijn bij de gevechten meer dan duizend militairen gedood. De Tijgers zouden de regio Ampakaman inmiddels in handen hebben. Daar begon een week geleden het regeringsoffensief tegen de Tamil Tijgers.
De slachtoffers vielen vooral bij de strijd om de steden Oddusuddan en Nedunkerny. Volgens lokale media vallen de rebellen op dit moment met artillerie de stad Welioya aan, 280 kilometer ten noordoosten van Colombo. Ook Kanagarayankulam wordt bestookt.
Het leger voert momenteel honderden soldaten per bus en helikopter aan, om te proberen het offensief van de rebellen tot staan te brengen. Volgens analisten vechten langs de hele frontlinie circa 120 000 militairen tegen zesduizend Tamil-rebellen.
Het ministerie van defensie gaf gisteren een verklaring uit waarin staat dat de afgelopen vier dagen slechts 89 soldaten zijn gedood en 645 zijn gewond geraakt. Twaalf officieren en 110 andere eenheden zijn als vermist opgegeven. Onafhankelijke gegevens ontbreken. De regering weert journalisten uit het oorlogsgebied.
Ooggetuigen berichtten dat honderden mensen uit het noorden van Sri Lanka zijn gevlucht. De nederlaag van het leger is een ernstige tegenslag voor president Chandrika Kumaratunga, die voor december verkiezingen heeft uitgeroepen.
Artsen zonder Grenzen is zeer bezorgd over de humanitaire situatie in Sri Lanka. De gevechten hebben volgens de hulporganisatie, die 31 medewerkers in Sri Lanka heeft, veel burgerslachtoffers gemaakt. Beide partijen moeten burgerdoelen sparen, en humanitaire hulp doorlaten, zo schrijft AzG in een gisteren gepubliceerde verklaring.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.