*

 
dossier

Archief

Weens publiek reageert enthousiast op 'Die Wünde' van Adriana Hölszky

MICHAEL DE WERD − 23/05/95, 00:00

WENEN - Eigenlijk lag het in de lijn der verwachtingen dat de nieuwste opera van Adriana Hölszky een enorme flop zou worden. Niet alleen had de Roemeense componiste met 'Les Paravents' (de wanden) een van de moeilijkste stukken van Jean Genet als libretto uitgekozen, bovendien staat zij er om bekend dat zij zich niet om het publiek bekommert. Daarnaast had een deel van de zangers en musici al van tevoren laten doorschemeren dat zij het stuk niets vonden.

Bij de wereldpremière die afgelopen zaterdag in het Theater an der Wien plaatsvond, viel van dat laatste echter weinig te merken. De anderhalf uur die de opera duurt, werden tot een adembenemende belevenis, waarbij de spanning geen minuut afnam. Door het anders zo kritische publiek werden de componiste en de uitvoerenden dan ook met een daverend applaus beloond.

Mag 'Die Wünde' in muzikaal opzicht dan niet veel met traditionele opera's te maken hebben, in dramatisch opzicht herinnerde het er toch sterk aan. Oppervlakkig gezien draait de handeling om de eeuwige thema's macht en liefde. De Algerijn Said is door zijn moeder uitgehuwelijkt aan Leila, 'de lelijkste dochter van het land'. Terwijl Leila tevergeefs tracht om haar man te verleiden, droomt deze er van geld te verdienen en naar Frankrijk te emigreren. Dat laatste maakt hem voor de Algerijnse revolutionairen tot een verrader. Ook Saids moeder die als klaagvrouw erkend wil worden, wordt vanwege haar zoon tot een outsider.

Rond de drie hoofdpersonen stevenen talrijke andere figuren op hun tragische einde af: de prostituée Warda die als 'heilige hoer' vereerd wil worden, de Franse officier die door de douchende soldaten zo opgewonden raakt dat hij zijn sergeant wurgt, de fundamentaliste Oummo die de bronnen vergiftigt en daardoor haar medestrijders doodt. Seksuele verlangens blijven per definitie onbevredigd. Machtsstreven is enkel succesvol wanneer het tot de ondergang van de ander leidt. Bij de confrontatie tussen Arabieren en Europeanen zijn het verrassend genoeg de laatsten die de rol van vreemdelingen en komische figuren vervullen.

Het beste wat men over Hölszky's muziek kan zeggen, is dat het de perfecte aanvulling vormt voor de teksten van Genet. Al naar gelang de situatie varieert het gezang van dramatisch spreekgezang tot arioso's met schrille coloraturen. Blijven de solisten steeds goed verstaanbaar, zo is het het koor dat met klanken zonder betekenis voor de akoestische achtergrond zorgt: van gezoem en gefluister tot geschreeuw en gejubel worden alle registers opengetrokken. Af en toe, wanneer ensembles ingezet worden, maakt 'Die Wünde' echter een verrassend opera-achtige indruk.

Ook bij het gebruik van het orkest, dat enkel uit blazers, slagwerk, contrabas en piano bestaat, gaat het de componiste blijkbaar minder om de eenheid van stijl, dan om de beoogde effecten. Waar de teksten voorop staan, beperkt de muziek zich tot spaarzame ondersteunende klanken. Tegen het einde, wanneer de dood geleidelijk aan alles in zijn greep krijgt, wordt de elektronische muziek tot de dominerende factor. De voorlaatste scène, waarin Hölszky als tussenspel een soort hommage aan Genet brengt, bestaat zelfs geheel uit pantomime.

Bij de indruk die het werk achterlaat, speelt de regie van Hans Neuenfels zonder meer een beslissende rol. De decors zijn even veelzijdig als Hölszky's muziek: soms fleurig en helder, dan weer duister en somber, rijk aan goede vondsten en bij tijd en wijle humoristisch. Hoewel het gezien de thema's - Algerijnse fundamentalisten, de strijd tussen man en vrouw - misschien te verwachten viel, heeft Neuenfels gelukkig vermeden om al te actueel en voorspelbaar te zijn.

Bewondering verdienen ook de uitvoerende musici, die ondanks het gecompliceerde karakter van het werk en de korte voorbereidingstijd een tot in de puntjes verzorgde opvoering leverden. Ulf Schirmer overtuigde als dirigent, en bij de solisten werd Gabriele Fontana tot de ster van de avond. Hoewel zij als moeder van Said misschien iets te jong was, bleek Fontana zowel de dramatische voordracht als het lyrische gezang perfect te beheersen.

Al met al is 'Die Wünde' een werk dat ruimschoots stof tot overpeinzing biedt. Dat het tussen Genet en Hölszky in kunstzinnig opzicht geklikt heeft, valt echter niet te ontkennen.

mailIcon print |