*

 
dossier

Archief

De hongertocht na 50 jaar nagelopen

HANS MARIJNISSEN − 04/08/95, 00:00

Van een onzer verslaggevers JOURE - De weg tussen Wolvega en Joure herkent ze direct, hoewel er na vijftig jaar veel is veranderd. Tijdens de hongertocht die de Amsterdamse Fiet van Oogen in februari 1945 naar Friesland maakte, was de weg van klinkers, en nu ligt er asfalt. Maar het uitzicht was toen net zo weids als nu. De Duitsers hadden de bomen gekapt, om de omgeving beter in de gaten te kunnen houden.

Fiet van Oogen (75) heeft de afgelopen twee weken samen met haar dochter Marian precies dezelfde stappen gezet als zo'n vijftig jaar geleden. Toen moest ze - zwanger van haar eerste kind - in de hongerwinter Amsterdam achterlaten omdat ze het daar niet langer kon bolwerken.

Na de oorlog had ze direct het idee dat ze de voettocht die uiteindelijk in Sneek was geëindigd, nog wel eens onder betere omstandigheden over zou willen doen. “Maar je weet hoe dat gaat”, zegt Fiet. “Na de oorlog kwam de wederopbouw, ik kreeg meer kinderen en moest voor mijn gezin zorgen. De laatste jaren is er ook niets van de tocht gekomen, omdat ik tien jaar lang mijn zieke man moest verzorgen. Maar als je alleen achterblijft, ga je opnieuw over dingen nadenken. En de wens de tocht nog es over te doen, was altijd latent aanwezig gebleven. Tijdens de herdenkingen in mei, werd de herinnering weer zo levend. En toen mijn dochter voorstelde met z'n tweeën de tocht te lopen, heb ik direct ja gezegd. Ik kreeg een kans en die heb ik gegrepen.”

Fiet van Oogen woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Pythagorasstraat in de Amsterdamse Watergraafsmeer. In het begin van de oorlog maakte ze het bombardement op de Amsterdamse Blauwburgwal mee en van dat moment af is ze altijd panisch gebleven voor mogelijke bombardementen. “Toen ik op het einde van de oorlog zwanger werd, zei mijn arts: jij moet hier weg. De angst voor bommen in combinatie met de snel slechter wordende voedselsituatie, maakte een verblijf in Friesland aantrekkelijker voor een vrouw als ik, al vond ik het vreselijk om mijn familie en mijn echtgenoot achter te laten.”

“Mijn man had een collega die zat ondergedoken in Sneek en per post heeft hij hem gevraagd of ik niet bij hem kon logeren. Pas na maanden kregen we eindelijk het bericht dat dit oké was”, zegt Fiet.

Toen ze die brief ontving, had Fiet nog maar drie dagen om over de IJsselbrug bij Zwolle te komen; de Duitsers zouden de oost-westverbinding namelijk gaan afsluiten.

“Mijn zusje en ik besloten toen meteen te gaan, en mijn man heeft ons naar Diemen gebracht, vanwaar we naar Hilversum zijn gelift. Daar zijn we gaan lopen, ik slofte met twee paar sokken in de oude schoenen van Ome Kees, naar Nijkerk en via Putten en Harderwijk naar Doornspijk. Daar mochten we overnachten op een kapitale boerderij.

“Ik zie die boer nog zo zitten in zijn bedstee, hij had een rode boezeroen aan. 'Ga daar maar liggen' zei hij, en hij wees op wat stro voor de bedstee. Hij wilde ons dicht bij hem hebben, was bang dat we 's nachts zouden stelen. Ik zou niet weten hoe we die spullen mee hadden kunnen nemen.”

Fiet heeft de route naar Hilversum die ze destijds heeft gelift, nu met haar dochter per trein afgelegd. In Hilversum zijn ze te voet verder gegaan. “We hebben bewust niet de mooie wandelroutes genomen, maar zijn op de kaart de doorgaande wegen gaan lopen”, aldus Fiet. “Soms misschien minder aantrekkelijk, maar zo is de kans dat ik onderweg wat herken het grootst.”

Toch is het aantal tastbare herinneringen Fiet tegengevallen. Natuurlijk, de IJsselbrug bij Zwolle was er nog en ze herkende het torentje van Nijkerk uit duizenden, hoewel haar dochter zei dat dit Nijkerk helemaal niet kon zijn. Maar de kapitale boederij van de eerste nacht, of de Rode-Kruispost bij Wolvega, ze zijn er niet meer of Fiet herkent ze niet meer. “Het is ook zo moeilijk, besef wel dat we destijds 's avonds in het donker pas voor onderdak aanklopten en 's morgens vroeg weer vertrokken. Zoveel gevels zag je dus niet.”

Fiet en Marian hopen vandaag in de laatste etappe van Joure naar Sneek in ieder geval het huis te zien waar Fiet uiteindelijk bij de collega van haar man kon logeren.

“Ik weet het nog goed”, zei Fiet. “Zo'n anderhalve kilometer voor Sneek zagen we een gedaante van een man op de weg, we kwamen dichterbij en ik zei: dat is Karel Wagenaar! Ik weet niet of hij nu nog leeft. Karel heeft ons toen opgevangen en te eten gegeven, alhoewel hij ook zelf gevaar liep.”

Het was de bedoeling dat zwangere Fiet in Sneek wat gewicht zou krijgen, maar ondanks alle extra voeding, verloor ze gewicht, van heimwee. Twee weken na aankomst in Sneek stond ze al weer aan de kade van Lemmer waar ze een Duitser smeekte of ze met de boot mee naar Amsterdam mocht. “Ik wil naar Amsterdam”, zei ze huilend. “En ik wil al drie jaar terug naar Berlijn”, had de man geantwoord, maar Fiet mocht wèl aan boord.

Dochter Marian heeft veel verhalen van haar moeder al eens gehoord. “Maar nu ik twee weken met mijn moeder op pad ben, heb ik tijd voor het héle verhaal. Je hebt onderweg de rust om te praten en je doet dat in de goede omgeving. Alle fragmenten uit die tijd, krijgen nu een plaats, lijkt het. En misschien krijg ik al lopend een beetje het gevoel dat mijn moeder toen had.”

Fiet kan zich dat moeilijk voorstellen. “Ik denk dat iemand die nog nooit het èchte hongergevoel heeft gehad, zich niet kan verplaatsen in iemand die dat wel heeft gehad. Honger valt niet beschrijven, niet uit te leggen, niet over te dragen.”

De 75-jarige loopster zegt dat haar tweede tocht naar Friesland weinig trieste herinneringen van toen naar boven heeft gebracht. “Je loopt in zulke andere omstandigheden en je praat alleen maar over een tijd die al lang geleden is.”

“Ik had het alleen vorige week moeilijk, toen we onderweg op tv de beelden uit Bosnië zagen, waar weer mensen - net als toen - hongerig naar een veilig gebied probeerden te ontkomen. Dan vraag je je wel af waar we mee bezig zijn.”

Over de blaren op acht van haar tien tenen kan ze zich dan al helemaal niet meer druk maken.

mailIcon print |