*

 
dossier

Archief

Dialoog tussen Hutu's en Tutsi's ontbreekt totaal

ESTHER BOOTSMA − 21/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Overdag spelen ze boer en 's nachts zijn het guerrillastrijders, zei een Rwandese regeringswoordvoerder onlangs over teruggekeerde Hutu's. De moord op zo'n veertig Rwandese werknemers van Heineken kan worden bijgeschreven op een lange lijst recente aanslagen in Rwanda en Burundi. In beide landen voeren Hutu-rebellen de strijd flink op en lijkt een politieke oplossing verder weg dan ooit.

Waarnemers in de regio spreken over een nieuwe fase in het bloedvergieten tussen Hutu's en Tutsi's. Maandagochtend liep een bus van brouwerij Bralirwa, waarin Heineken een meerderheidsbelang heeft, in een hinderlaag en werden zo'n veertig arbeiders gedood. In een Rwandees klooster werden anderhalve week geleden negen nonnen vermoord. Bij gevechten rond de Burundese hoofdstad kwamen de afgelopen dagen 76 mensen om. Een aanval van Hutu-rebellen op het vliegveld van Bujumbura kostte op 1 januari ruim 200 burgers het leven. En begin december was er in een Tutsi-vluchtelingenkamp in Rwanda een bloedbad met tussen de 300 en 1000 doden.

En dit is nog maar een opsomming van wreedheden die de internationale pers halen. Vooral het Noord-Westen van Rwanda is zo onveilig dat journalisten, hulpverleners en waarnemers er alleen onder militaire bewaking heen kunnen. Objectieve berichtgeving is nauwelijks mogelijk en volgens mensenrechtenorganisaties worden er dagelijks mensen in Rwanda vermoord. Deze organisaties geven niet alleen de rebellen de schuld, maar hebben ook kritiek op het Rwandese regeringsleger (en het Burundese leger). In hun jacht op Hutu-rebellen zouden militairen meedogenloos te werk gaan en talloze onschuldige burgers doden.

Volgens een westerse pater die onlangs de streek rond Ruhengeri bezocht, moordt het Rwandese leger hele Hutu-families uit die worden verdacht van steun aan de rebellen. “Tijdens mijn verblijf werden drie Hutu-dorpen bij Nemba van de kaart geveegd, uitgebrand.”

'Incidenten'

Rwanda's sterke man, vice-president Paul Kagame, die dezer dagen zijn eerste staatsbezoek aan BelgiĆ« brengt, ontkent dat zijn leger onschuldige burgers doodt. “Het probleem is dat mensenrechtenorganisaties het gebied zelden bezoeken, en soms niet in staat zijn onderscheid te maken tussen geweldplegers en onschuldigen”, zei Kagame gisteren in de Belgische krant Le Soir.

De nieuwe geweldsspiraal is volgens Kagame het gevolg van de beslissing van zijn regering om vorig jaar een miljoen Hutu-vluchtelingen uit Congo te laten terugkeren naar Rwanda. Onder hen bevinden zich veel leden van het vroegere Hutu-leger en de Interahamwe, die in 1994 de volkerenmoord ontketenden. Zij hebben volgens de regering nog altijd hetzelfde doel: zoveel mogelijk Tutsi's doden. Kagame reageerde gisteren in Brussel koel op de slachting onder de medewerkers van de brouwerij. Hij noemde het een “incident uit een lange rij, die laat zien hoe moeilijk het is de veiligheid te garanderen. Maar ondanks de incidenten wordt er vooruitgang geboekt”, zei Kagame. Alleen de regio rond Gisenyi is volgens hem gevaarlijk, “de rest van Rwanda is kalm”.

Kagame's bewering dat steeds meer Hutu's het geweld zat zijn en willen samenwerken met zijn regering, valt moeilijk te staven. Een AFP-verslaggever die onlangs Noord-West-Rwanda bezocht, trof er een bevolking die nauwelijks een andere keus had dan het steunen van de rebellen. “Bijna het hele leger van Habyarimana (de Hutu-president wiens dood in april 1994 de massaslachtingen ontketende, red.) komt daar vandaan. Elke familie heeft een soldaat uit het voormalige Hutu-leger”, aldus een anonieme buitenlander die er werkt.

Wie weigert een guerrillastrijder van voedsel te voorzien, tekent bovendien zijn doodvonnis, zeggen inwoners. “De rebellen komen 's avonds met vijftien of twintig man de heuvels af en kondigen aan dat ze de volgende dag zullen terugkomen. Dan moet de tafel gedekt zijn, anders worden de boer en zijn familie gedood.” Volgens een student eisen de rebellen makkelijk drie of vier maanden lang een huis op.

Ministers en andere regeringsfunctionarissen brengen meer bezoeken aan het gebied om de bevolking over te halen de rebellen niet langer te steunen. “Maar als de rebellen twee soldaten hebben gedood, komt het leger er tien mensen doden. Ieder incident neemt een dramatische wending en dat speelt extremisten in de kaart”, zegt een diplomaat.

Impasse

Steeds meer waarnemers menen dat er sprake is van een gecoƶrdineerde actie van rebellen in Rwanda en Burundi. Beide groepen zouden worden gesteund door strijders uit het Oosten van Congo. Ze kunnen zich goed verstoppen in het heuvelachtige, beboste grensgebied, waar de Congolese president, Laurent Kabila, de situatie nauwelijks onder controle heeft. En ook het Burundese en het Rwandese leger zijn niet bij machte de rebellen in eigen land te verslaan.

Afgezien van de militaire impasse, maken veel diplomaten zich in het gebied grote zorgen over een totaal gebrek aan dialoog tussen de Tutsi-regeringen en de Hutu-extremisten. In Rwanda is het bovendien onduidelijk wie de leiding heeft over de rebellen. Ze hebben geen woordvoerder en geen politiek programma, schrijven alleen grafitti-teksten als: 'Tutsi's rot op'. “We zien een opgevoerde guerrillastrijd, het lijkt erop dat ze proberen de Tutsi's zoveel mogelijk schade te berokkenen”, aldus een diplomaat in de Rwandese hoofdstad Kigali.

In Burundi, waar sinds 1993 zo'n 150 000 mensen zijn omgekomen, zijn de rebellen wel duidelijker georganiseerd. Maar ook hier lijken beide partijen geenszins van plan via onderhandelingen tot een oplossing te komen. “We zullen onze militaire druk blijven voortzetten... tot er gelijkheid is voor alle Burundezen”, zei een woordvoerder van de Burundese rebellen gisteren in Kenia.

Dat ideaal lijkt echter steeds onbereikbaarder. Hoewel in Rwanda en Burundi Hutu's met 85 procent de meerderheid van de bevolking vormen, wekken de Tutsi-elites niet de indruk de macht te willen delen. Na het verdrijven van de massamoordenaars in 1994 nam de nieuwe Rwandese regering als gebaar van verzoening wel enkele Hutu's in de regering op (zelfs de president is een Hutu), maar de meesten zijn de afgelopen jaren weer weggewerkt. Wat de ontevredenheid onder Hutu's weer een voedingsbodem verschaft en dus leidt tot steun aan de rebellen.

mailIcon print |