*

 
dossier

Archief

Dekker zet kroon op goede Tour

Door: redactie − 28/07/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers MARNE-LA-VALLEE - Erik Breukink was in 1990 aan het Lac de Vassivière de laatste Nederlandse laureaat in een individuele tijdrit in de Tour de France. In de jaren tachtig domineerden Gerrie Knetemann en wijlen Bert Oosterbosch ieder ook een keer op dat terrein. En in 1989 voerde Steven Rooks in een klimtijdrit een groots nummer op.

De vijfde plaats die Erik Dekker zaterdag op een 63 kilometer lang parcours rond Disneyland haalde, steekt wat schril af tegen de prestaties van bovengenoemde voorgangers, maar geplaatst in de tijd was er alle reden tot tevredenheid. De Drent, die vrijdag tientallen kilometers op kop van een vluchtersgroep had gereden en ook in de afsluitende etappe op de Champs-Elysées zeer aanvallend koerste, hoefde nog geen twee minuten toe te geven op Tourwinnaar Jan Ullrich. De vele arbeid die hij daags ervoor naar Dijon had verricht, stond gek genoeg aan de basis van die verdienstelijke prestatie. “Erik was met een leeg hoofd aan de tijdrit begonnen,” wist ploegleider Theo de Rooy. “Hij had vrijdag enorm veel gegeven, hij was dus de druk kwijt. Hij vertelde mij dat hij het rustig aan zou doen.”

Dekker reed bewust een kleiner verzet dan de overige specialisten, nam de eerste vier kilometer de tijd om in het ritme te geraken, maar steeg bij de volgende tijdpassages steeds hoger op de ladder. Hij moest uiteindelijk alleen Olano, Ullrich, Gaumont (de rode lantaarndrager) en de Amerikaan Julich laten passeren. Hij bleef onder andere Bjarne Riis ruim voor. De Deen was door de stress van ongenuanceerde perskritieken een fietsende wet van Murphy. Bij het inrijden viel hij van de roller, vervolgens gleed hij voor de start nog een keer onderuit, meldde zich 24 seconden te laat, kreeg een lekke band, kampte met een kapotte derailleur en gooide tenslotte zijn fiets van ruim 100 000 gulden maar in de berm. Riis werd 93ste op 9.12.

Dekker zag zijn tijdrit als de kroon op een goede Tour. Hij verteerde de bergen slecht, maar verleende onvermoeibaar hand- en spandiensten voor zijn ploeggenoten. Hij denkt als tijdrijder nog meer progressie te kunnen maken, maar zegt ook: “Ik zou het niet op kunnen brengen even hard te trainen als Boardman.”

mailIcon print |