MOSKOU - Vanja, zes jaar oud, prikt stilletjes in zijn gekookte worteltjes. Eind vorig jaar werd hij op een Moskouse vuilnisbelt aangetroffen. “Als je je vinger uitsteekt, bijt de hond hem eraf”, is het enige dat hij kwijt wil over het harde leven tussen het afval van de Russische hoofdstad.
Toen Vanja werd binnengebracht in het kindertehuis aan de Borisovski Dwarsstraat in Moskou-zuid was hij aanzienlijk spraakzamer, herinnert Galina Machalova zich. Zij is verantwoordelijk voor de verzorging van de 26 kinderen in het opvanghuis. Direct na binnenkomst liep Vanja zelfs spontaan haar kamer binnen om tegen haar aan te praten. Maar de stortvloed van woorden is sinds korte tijd opgedroogd. Nu zijn bestaan wat menswaardiger is geworden, lijkt hij zich te bezinnen op het mens-zijn.
Kijkend naar Vanja's innemende bolle toet, is moeilijk voor te stellen wat het jongetje allemaal heeft doorgemaakt. Vader en moeder gingen op de vuilnisberg wonen na hun huis te hebben verkocht om hun drankgewoonte te financieren. Vanja was als vier- en vijfjarige al kostwinnaar, vertelt Machalova. Hij verzamelde metaal en verkocht het aan tussenhandelaren. Twee Russische winters overleefde de kleuter. Vader bleek minder goed bestand tegen het buitenleven. Die hebben ze ergens in het afval begraven. Moeder, geestelijk waarschijnlijk niet helemaal in orde, is spoorloos.
Vanja heeft geluk gehad: aan de Borisovski Dwarsstraat krijgen de kinderen vijf maaltijden per dag en is de verhouding kind verzorger één op één. In gewone Russische kindertehuizen is zoveel weelde op zijn zachtst gezegd ondenkbaar.
Bovendien wordt in gewone Russische tehuizen geen rekening gehouden met de allerkleinsten. Daarom riep het Russische Rode Kruis vier jaar geleden de hulp in van de Nederlandse zusterorganisatie om een speciaal huis voor kleine daklozen te helpen oprichten.
Het probleem van deze kinderen begon toen astronomische vormen aan te nemen door de economische crisis waarin Rusland toen al twee jaar was gedompeld. De politie kon niet anders doen dan ze simpelweg naar de bestaande huizen brengen.
Officieel telt Moskou 50 000 zwerfkinderen. Maar volgens Machalova zijn het er twee keer zoveel. Het Rode Kruis biedt een heel klein beetje soelaas. Naast het huis dat Machalova bestiert, heeft de hulporganisatie in Moskou nog een vergelijkbare instelling in het westen van de stad. Bij elkaar bieden de twee 'prijoeti', zoals ze in het Russisch heten, plaats aan iets minder dan vijftig kinderen.
Eén van hen is Vova van zeven. Hij zit tegenover Vanja aan het tafeltje met nog twee andere jongetjes. Op algemene vragen reageert hij onwillig. Maar als hem wordt gevraagd hoe hij hier terecht is gekomen, barst hij los. Vova heeft weinig tijd nodig om een compleet familiedrama te schetsen. “Papa sloeg oma. Zus en moeder liepen weg. Moeder werd niet meer binnengelaten. Zij woont nu ergens buiten Moskou. Wie brengt mij naar haar toe?”
Vova lijkt aangepast, aldus Machalova. Maar het komt volgens haar regelmatig voor, dat hij op niets reageert en urenlang hetzelfde doet.
Het personeel van de prijoet in Moskou-zuid bekijkt pas binnengekomen kinderen uitvoerig, alvorens ze in de groep te plaatsen. Vanja en Vova en de twee andere jongetjes zitten in de observatieruimte. Daar krijgen ze ook de gelegenheid om de allerergste klappen te boven te komen van het leven dat hen zo onwelgevallig is geweest. “Je ziet veel kinderen hier opengaan als een roos”, zegt Machalova liefdevol.
Het is volgens haar niet te beschrijven wat sommigen allemaal hebben moeten aanschouwen in de kleine Moskouse woninkjes, waar hun 'opvoeders' weinig voor de kinderen verborgen hielden. En bij haar weten bleef het niet alleen bij gadeslaan. Vaak hebben ze zelf van alles ondergaan. “Voor een fles wodka laten ouders alles met hun kinderen doen.” Niet voor niets is volgens Machalova het aantal syfilisgevallen onder kinderen in de afgelopen vijf jaar vertwintigvoudigd.
Ondanks de goede zorgen van Machalova en consorten, heeft het kindertehuis aan de Borisovski Dwarsstraat iets wreeds. De prijoet is maar een tussenstation. Na enkele maanden worden de kinderen in de regel doorgesluisd naar één van de gewone tehuizen.
Over de resultaten van een verblijf in een normaal kindertehuis publiceerde het dagblad Izvestija onlangs enkele huiveringwekkende statistieken. Ieder derde kind dat deze huizen verlaat, treedt toe tot de gelederen van 'bomzji', de Russische afkortingvoor 'zonder vaste woon- of verblijfplaats'. Iedere vijfde ex-tehuisbewoner begaat vroeg of laat een misdaad en één op de tien pleegt zelfmoord.
Het meest ellendige van de prijoet in Moskou-zuid is echter niet de korte periode van warmte die wordt geboden, maar de kans dat het onderkomen binnen afzienbare tijd dicht moet. Onzeker is of het huis het einde van deze maand haalt. De kas is leeg.
Het Nederlandse Rode Kruis heeft de oprichting bevorderd met een gift van 300 duizend gulden, maar heeft in de daaropvolgende jaren de steun afgebouwd. Volgens Violeta Lombarts op het Rode-Kruishoofdkantoor in Den Haag is het de bedoeling dat de Russen leren lokaal fondsen te werven. “Maar dat lukt nog wat moeilijk.” Het Nederlandse Rode Kruis overweegt dit jaar de 'Borisovski Dwarsstraat' nogmaals bij te springen, na vorig jaar niets te hebben gegeven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.