*

 
dossier

Archief

'Voor kunstenaars houdt uit zichzelf putten een keer op'

CHRIS RUTENFRANS − 20/02/98, 00:00

U constateert een verband tussen het werk van Giotto aan het begin van de veertiende eeuw en de hedendaagse abstracte kunst. Is dat niet wat geforceerd?

“In de late middeleeuwen gebeurt er iets bijzonders in de beeldende kunst. Giotto verschijnt als kunstenaar zelf in het kunstwerk. Dat is het begin van de moderne kunst. Giotto maakt op een heel andere manier gebruik van kleuren dan tot dan toe gebruikelijk was geweest. Je zou kunnen zeggen dat hij ermee experimenteert. De kleur loopt over de tekening van de figuren heen. De figuren zelf ontsnappen aan het concrete. Ze worden getransformeerd tot bijna geometrische vormen die elk een eigen kleur hebben. Die kleuren roepen ten opzichte van elkaar een spanning op. En dat is precies het kenmerk bij uitstek van de abstracte kunst van mensen als Barnett Newman en Yves Klein. De abstracte kunst is zelfs geheel gebaseerd op het effect van kleurvlakken.”

“De Bulgaars-Franse filosofe Julia Kristeva schrijft dat Giotto in zijn werk onderzoek doet naar het kleurengamma dat hij in zich heeft. En daarmee doet de menselijke psychologie - het 'ik' van de kunstenaar - haar intrede in de kunst. Het is geen toeval dat in dezelfde periode Bonaventura een biografie schreef van Franciscus van Assisi en daarmee de persoon van de heilige in de godsdienstige aandacht plaatste. Vanaf die tijd kunnen we niet meer over het geloof praten buiten onszelf om.”

Maar er zijn toch ook grote verschillen tussen de middeleeuwer Giotto en de abstracte schilders uit de twintigste eeuw?

“Natuurlijk. Giotto houdt zich in zijn werk nog aan de verhalen uit de Bijbel. Dat doen Newman en Klein niet meer. Maar daarmee is hun werk nog niet minder religieus. Klein werd voor zijn blauwe monochromen geïnspireerd door het blauw op de fresco's van Giotto. Die werken van Klein, in een zuiver diep ultramarijn, zie ik als een vergeestelijking van de materie. De kijker wordt meegesleept tot in een oneindige hemel. In onze tijd is niet de religiositeit verdwenen, maar wel het geloof in een persoonlijke God. Dat blijkt uit het laatste onderzoek naar het geloof in Nederland. De moderne abstracte kunst reflecteert dat.”

Maar kun je zo niet alle moderne kunst als religieus beschouwen?

“Nee, dat kan zeker niet. Bij Picasso bijvoorbeeld zien we een esthetica van het verschrikkelijke. Daarin worden heel andere aspecten van de moderne mens verbeeld: een mens die technisch alles kan, maar ook alles kan vernietigen, rauwe seksualiteit ook. In Picasso's verwoestende vrouwenportretten zien we zijn neiging vrouwen psychisch kapot te maken.”

Kun je wel zomaar verbanden leggen tussen religie en beeldende kunst?

“Beeldende kunst reflecteert de samenleving. Zoals de kunsthistoricus Gombrich zei: 'Art is the signature of man'. Mijn leermeester Herman Wegman zag de eredienst, de liturgie, als de neerslag van de verbeelding van de christelijke gemeente. Zo kun je de kunst zien als de verbeelding van de samenleving.”

“In mijn boek heb ik christelijke cultus en beeldende cultuur geconfronteerd. Dan is het wel zaak om beide goed te blijven onderscheiden. 'Confronteren' betekent dat je de grenzen tussen beide verschijnselen aangeeft en laat zien waar ze overlappen. Als je onvoldoende recht doet aan de kunstenaar en het kunstwerk, dan naast je ze. Dat is ontoelaatbaar.”

“Iedereen vindt het doodgewoon om religie te verbinden met ethiek. Een verbinding met esthetiek is evengoed mogelijk, maar moeilijker. Religie kan niet zonder kunst. De menselijke geest heeft altijd een verbeelding nodig. Ook van God of het goddelijke.”

Passen beelden wel in het protestantisme? Heeft de Reformatie met de beeldenstorm niet een wezenlijk aspect van zichzelf getoond?

“De opvatting dat het protestantisme een godsdienst is van het woord en niet van het beeld, deel ik niet. Luthers vertaling van het Nieuwe Testament, die verscheen in 1522, was geïllustreerd met houtsneden van Cranach. En Cranach beeldde ook God de Vader uit. Voor een ander boek vroeg Luther uitdrukkelijk om 'plaatjes', 'omdat het anders niet begrijpelijk is'. De Reformatie kende wel degelijk beelden.”

“De Hollandse schilderkunst van de 17e eeuw - toch niet de geringste periode - was een calvinistische schilderkunst. Het calvinisme heeft een esthetiek van de leegte. Dat zie je heel mooi bij de perspectiefschilders, zoals Saenredam. Leegte en licht. Dat heeft te maken met die theologie. De dogmaticus E. J. Bleker verwoordde dat treffend: 'Het middelpunt van de gereformeerde eredienst is een lege plek boven de opengeslagen Schrift.' De voorganger gaat in die lege plek staan en wacht tot de dode letter levend wordt. Er is geen uitwendig gezag; er is alleen het innerlijke gezag van de Heilige Geest. Het kerkgebouw is de markering en de garantie van de lege plek.”

“Terwijl Giotto en Klein het hemelse verbeelden, laat de calvinistische kunst het heel concrete, alledaagse zien. Ze neemt de afdaling van God, de menswording, serieus. Het bijzondere van die kunst zit in het licht - het geestelijk licht - dat over het gewone leven valt.”

De Van der Leeuw-Stichting geeft specifieke opdrachten aan kunstenaars. Is dat geen aantasting van de autonomie van die kunstenaars?

“In de Middeleeuwen werd kunst altijd in opdracht gemaakt, en bijna altijd was de kerk de opdrachtgever. De kerk beheerste de kunst en de kunst ontleende haar inspiratie aan de kerk. Onze tijd beschouwt kunstenaars als autonoom, als mensen die uit zichzelf putten. Daarom geeft de overheid wel opdrachten en subsidies, maar is ze er bijzonder huiverig voor zich inhoudelijk te bemoeien met het werk. De Van der Leeuw-stichting doet dat wel. Ze geeft gerichte opdrachten. En het bijzondere is dat kunstenaars dat waarderen. Het uit jezelf putten houdt een keer op.”

“De christelijke gemeente is niet autonoom en wil dat ook niet zijn. Ze wordt aangesproken door een Stem die niet haar eigen stem is. Daardoor wordt haar een visioen voor ogen gesteld dat zij verbeeldt in haar eredienst. Op soortgelijke manier ziet de Van der Leeuw-stichting haar opdrachtgeverschap. Ze spreekt kunstenaars van buitenaf aan en probeert hen zo te inspireren. Net zomin als je in je eentje een mens kunt zijn, kun je kunstenaar zijn in het luchtledige.”

mailIcon print |