*

 
dossier

Archief

Fijn, die goede stemming bij rooms-katholieke dialoog, maar waar ging het ook al weer om?

L. LAEYENDECKER − 28/01/97, 00:00

Komen de echte kwesties wel ter tafel in de rooms-katholieke dialoog? L. Laeyendecker heeft zijn twijfels De auteur, emeritus hoogleraar sociologie, is bestuurslid van de Acht Mei Beweging maar schreef dit stuk op persoonlijke titel.

Laat er geen misverstand over bestaan dat dit proces positieve kanten heeft. Inderdaad kan een dialoog beter verlopen als de onderlinge verhoudingen emotioneel niet al te zwaar belast zijn. In een ontspannen sfeer kunnen zakelijke geschillen zuiverder worden geanalyseerd. En het is vanzelfsprekend goed om voor ogen te krijgen dat vooruitstrevende en meer behoudende groeperingen in de kerk deels dezelfde problemen ontmoeten. Die zijn dan ook benoemd, zo las ik in Trouw: de behoefte aan spiritualiteit onder de gelovigen, het probleem van de geloofsoverdracht aan jongeren en niet te vergeten natuurlijk de armoede in een welvarende samenleving. LE: Die problemen kenden we weliswaar allang maar nu werden de deelnemers het erover eens dat het niet alleen problemen van de anderen zijn. De daarmee verbonden suggestie lijkt te zijn, dat zolang we ons daar maar mee bezighouden, de twistpunten niet zo belangrijk zijn. LE: Ook als men openstaat voor het positieve van zo'n opzet, hoeft men niet de ogen te sluiten voor de irrealistische en zelfs wat naïeve aspecten die eraan vastzitten. Ik wil niet direct zeggen dat men zichzelf voor de gek houdt. Het is immers mogelijk dat de dialoogcommissie deze opzet zeer goed heeft overwogen. Maar ik herken er te veel kerkelijke - en niet alleen kerkelijke - politiek in. Zowel in het verre als recente verleden zijn daarvan genoeg voorbeelden te vinden. LE: Op de eerste plaats is er de welhaast onverwoestbare neiging om fundamentele verschillen over, bijvoorbeeld, de gestalte van de kerk in eerste instantie terug te brengen tot persoonlijke houdingen. Als men nu maar beter communiceert, naar elkaar luistert en begrip voor elkaar weet op te brengen, zijn we ook wat de fundamentele verschillen betreft, al een flink stuk opgeschoten en misschien verdwijnen ze zelfs wel. Of althans worden ze minder zwaarwegend, want we verstaan elkaar tegenwoordig toch zo goed. LE: Nee natuurlijk. Hoogstens helpt dat om er meer ontspannen over te praten, maar ook daarover moet men geen overdreven verwachtingen koesteren. Het gaat immers om zeer wezenlijke punten - ik kom er zo op terug - die de mensen in hun diepste overtuigingen raken. Men kan er misschien wat vriendelijker over praten, maar zo gauw men werkelijk iets wil veranderen, of iets niet wil veranderen, verdwijnt die vriendelijkheid heel gemakkelijk. Dat zal dan ook, denk ik, nog wel blijken. LE: Op de tweede plaats komt men telkens de gewoonte weer tegen, problemen in algemene termen, anders gezegd, op een hoog abstractieniveau te formuleren. Zolang men niet concreet wordt over de specifieke aard van de problemen en vooral zwijgt over de manieren waarop ze misschien zouden kunnen worden opgelost, kan er gemakkelijk een sfeer van gemeenschappelijkheid ontstaan, van saamhorigheid zelfs en van lotgenootschap. Om dat te illustreren is het wenselijk eens naar de drie bovenvermelde problemen te kijken, de spiritualiteit, de geloofsoverdracht en de armoede. LE: De vraag dringt zich immers onmiddellijk op over welke spiritualiteit men eigenlijk spreekt. Zelfs zonder al te concreet te worden, is het duidelijk dat het kan gaan om de spiritualiteit die de katholieken vroeger zo intensief werd ingeprent, de spiritualiteit van nederigheid en onderdanigheid, je eigen plaats weten en eerbied betonen aan degenen die in Gods naam voor ons zielenheil zijn aangesteld. Maar het kan ook gaan om een spiritualiteit van mondigheid, eigen verantwoordelijkheid en de moed om in een complexe en ingrijpend veranderende wereld nieuwe wegen in te slaan. Het is toch niet moeilijk om deze verschillen, die ik wat schematisch tegenover elkaar heb gesteld, uit de recente kerkgeschiedenis af te leiden. LE: Ten aanzien van de geloofsoverdracht geldt iets dergelijks. Wat zou men willen meegeven aan de jonge generatie? Een complex van leerstellingen die meer of minder massief onder woorden zijn gebracht of het vermogen om in een toestand van onzekerheid een gesprek met de traditie aan te gaan om daarin

mailIcon print |