*

 
dossier

Archief

'Kenia heeft recht op onze rozenteelt'

HAN KOCH − 29/08/96, 00:00

DEN HAAG - Rozen uit Kenia zijn een milieuvriendelijk alternatief voor rozen uit het Westland. Met die stelling slaat Inzet, vereniging voor Noord-Zuidcampagnes, twee vliegen in één klap. Het milieu in de wereld wordt een handje geholpen en ontwikkelingsland Kenia heeft er een stevige inkomstenbron bij. Alleen de boodschap voor het Westland is wat minder prettig.

Jarenlang hebben organisaties die zich richten op een herverdeling van de rijkdommen in de wereld, een appèl gedaan op ethische normen en waarden. Het rijke westen werd gewezen op de morele plicht om het arme zuiden te helpen. In het gisteren gepresenteerde rapport 'Maak ruimte voor Afrika' leent Inzet milieu-argumenten om die morele plicht nog eens extra te versterken.

Bloementeelt in Nederland is een energievretende aangelegenheid, weet ook Inzet. In het aanzienlijk zonniger Kenia zou de rozenkweek veel minder energie vergen en dus het milieu minder belasten. Sterker nog, vindt Inzet, bijna alle klimaten komen in Kenia voor, en dus is de teelt van circa vijftig bloemsoorten mogelijk: van trosanjers tot rozen. Maar ook alstroemeria (een soort lelie) doet het goed.

In 1994 slaagde Kenia er in om voor 437 miljoen gulden aan bloemen naar Nederland te exporteren. En dat mag volgens Inzet best wat meer worden. Niet omdat Nederland de morele plicht heeft het Westland op te geven voor de tuinders in de streek rond Lake Navaisha ten noorden van Nairobi. Maar wel omdat Nederland al meer dan voldoende beslag legt op de 'mondiale gebruiksruimte', de mate waarin het milieu zonder al te zeer te worden aangetast de economische activiteit toestaat.

Die laatste stelling van Inzet vergt enige uitleg. Om een rekeneenheid te hebben, kiest de ideële club voor de hoeveelheid kooldioxide die per inwoner van een land wordt uitgestoten. Op de wereld wordt door menselijke activiteiten in totaal 6,4 gigaton koolstof per jaar uitgestoten (een gigaton is een miljard ton). Driekwart van die uitstoot komt volgens deze becijferingen voor rekening van het rijke noorden. Als in 2025 85 procent van de wereldbevolking in het zuiden woont, en ook nog eens is bepaald dat de mondiale belasting 2,6 gigaton mag zijn, dan zal het noorden stevig moeten inleveren, terwijl het zuiden nog wat extra's mag uitstoten, zo redeneert Inzet.

Kenia heeft volgens Inzet dus recht op de bloementeelt. Alleen hoe krijg je de investeringen in dat land op een redelijk niveau? Als antwoord daarop stelt Inzet dat de Nederlandse veilingen het hele jaar door bloemen uit Kenia moeten toelaten, terwijl de Nederlandse bloementelers zich op alternatieve inkomstenbronnen dienen te beraden. Maar hoe vertel ik dat de tuinders?, vroeg voorzitter Van Middelkoop (GPV) van de Klimaatcommissie van de Tweede Kamer zich gisteren af toen hij het rapport kreeg overhandigd. Of in de eigen woorden van het Tweede Kamerlid: “Hoe vind ik voor uw gedachten een draagvlak in de samenleving?” En op die vraag geeft Inzet als antwoord dat grootverbruikers van energie zo snel mogelijk hun gesubsidieerde prijs voor energie moeten inleveren.

Jammer voor Inzet is dat voor de koffie van Tanzania, de vis van Senegal, of de textiel van Zimbabwe geen leentjebuur gespeeld kan worden bij de milieubeweging. Voor die landen is met veel meer moeite een rekensom op te stellen waaruit blijkt dat die landen bepaalde delen van de productie toegespeeld moeten krijgen. Inzet valt bij de aanbevelingen voor die landen dan ook terug op vaker gehoorde stellingen als: de Wereldbank en de IMF moeten vorderingen kwijtschelden, of Douwe Egberts moet meer oploskoffie uit Tanzania door de eigen mélanges mengen.

mailIcon print |