AMSTERDAM - “Mijn ouders vonden het verschrikkelijk dat ik mijn studie afbrak en werkloos werd. Maar ik was niet gelukkig met mijn leven, waarin ik braaf de verwachtingspatronen volgde. Nu hebben mijn ouders zich erbij neergelegd.”
De 33-jarige Martin Kaarsgaren is sinds begin 1993 bewust werkloos. “Jeugdvrienden vinden het nog steeds heel raar dat ik geen werk zoek. Zij zijn altijd druk en kunnen zich een leven zonder baan niet voorstellen.
Niet-werken maakte mij eerst heel gelukkig. Ik voelde me bevrijd, tot ik last kreeg van een depressie. Wellicht was die niet gekomen als ik een baan had. Maar die depressie had vooral met het verleden te maken. Ik heb zeker geen spijt.
Ik vind het heel vanzelfsprekend dat ik een uitkering krijg. Geld betekent voor mij slechts wonen en eten. Als zo'n voorziening er niet was, dan zou je vreemde toestanden krijgen. Mensen zouden gaan jatten en 'in het wild' gaan wonen. Maar ik ben wel dankbaar dat ik in zo'n ontwikkeld land woon.
Op het moment doe ik allerlei vrijwilligerswerk. Teksten schrijven, achter de bar staan in een sauna voor het contact met mensen. Als ik de goede vorm vond, zou ik best een betaalde baan willen. Maar je kunt ook lastige conflicten met collega's krijgen.
Laatst heb ik een cursus creatieve therapie en lichaamsbeweging gevolgd, betaald door de sociale dienst. Daarin heb ik geleerd om verandering toe te laten in m'n leven, heel nuttig. Bij het arbeidsbureau ben ik één keer op gesprek geweest. Die man wond zich enorm op: ik was toch zo'n jonge kerel en kon gemakkelijk werk vinden. Dan denk ik, je hebt toch niet voor niets een uitkering, er zit altijd een verhaal achter. Als ik gewoon mijn ei kwijt kon in de werkende maatschappij, dan zat ik niet bij de sociale dienst.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.