Van onze correspondent BRUSSEL - De opsporing van oorlogsmisdadigers in voormalig Joegoslavië staat op een laag pitje. De Navo-troepen hebben hun handen vol aan andere taken, en het internationale tribunaal in Den Haag beschikt niet over eigen middelen om verdachten op te pakken.
Dit sombere beeld schetsten topfunctionarissen van de Navo en het tribunaal gisteren in Brussel. Het was de enige dissonant in een rooskleurig verslag over de stand van zaken in Bosnië, een maand nadat zwaarbewapende Navo-troepen daar de plaats van de VN-blauwhelmen innamen. Volgens de opperbevelhebber van de Navo-strijdkrachten in Europa, de Amerikaanse generaal George Joulwan, en de nieuwe Navo-secretaris-generaal, de Spanjaard Javier Solana, respecteren de partijen het vredesakkoord van Dayton.
Vandaag moeten zij zich volledig hebben teruggetrokken uit een zone van twee kilometer langs de meer dan duizend kilometer lange grens tussen de twee delen van Bosnië, de Bosnisch-Servische republiek en de federatie van moslims en Kroaten. Het zag er gisteren naar uit dat deze bepaling wordt nageleefd. Ook hebben de partijen volop medewerking verleend aan de Navo-troepen die mijnen gaan opsporen. En de partijen zijn gisteren begonnen met het uitwisselen van krijgsgevangenen.
Anders staat het met de opsporing van lieden, die door het Haagse tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië verdacht worden. De speciale aanklager bij deze rechtbank, de Zuidafrikaan Richard Goldstone, hekelde gisteren vooral de Servische leiders in Belgrado. Ze werken op geen enkele wijze mee. Volgens Goldstone verlenen ze bijvoorbeeld “geen toegang tot getuigen” van oorlogsmisdaden. De Kroatische regering stelt zich welwillender op, hetgeen er overigens nog niet toe leidde dat vermeende oorlogsmisdadigers in handen van het tribunaal kwamen.
De magistraat maakte op het Navo-hoofdkwartier duidelijk, dat hij zonder de Navo-macht weinig kan beginnen. “Ik beschik helaas niet over een eigen politiemacht. Onze middelen zijn zeer beperkt.” Volgens 'Dayton' moeten Navo-militairen oorlogsmisdadigers aan het tribunaal overhandigen, als ze op die personen stuiten. Van een actieve 'speurtocht' is geen sprake, bleek uit de woorden van Navo-chef Solana en generaal Joulwan. Ze benadrukten dat de hoofdtaak van de troepen bestaat uit het scheiden van de strijdende partijen en het toezien op het staakt-het-vuren. Over de opsporing van verdachten van oorlogsmisdaden zei Joulwan: “We proberen te helpen, maar moeten bedenken dat het niet onze eerste taak is.”
Hij zag geen mogelijkheden om bijvoorbeeld gebieden te bewaken waar massagraven worden vermoed - dit om te voorkomen dat bewijsmateriaal voor oorlogsmisdaden wordt verdonkeremaand. Ook liet de Amerikaan zich voorzichtig uit over eventuele Navo-begeleiding van personen en organisaties, die in Bosnië zoeken naar aanwijzingen voor oorlogsmisdaden. Op eigen houtje gaan functionarissen van het tribunaal er niet heen, zei rechter Goldstone: “Het is niet veilig zonder bescherming rond te lopen.”
De Navo-leiding in Bosnië beschikt wel over foto's van personen op de verdachtenlijst van het tribunaal. Maar van velen zijn geen foto's beschikbaar. Navo-militairen zouden al in contact zijn gekomen met verdachten, zonder dat ze ingrepen. Onduidelijk is nog of het tribunaal de presidenten van Kroatië en Klein-Joegoslavië tot de verdachten rekent, en zo ja, wat er met hen moet gebeuren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.