PEKING (AP) - Ondanks de inspanningen van duizenden soldaten is het de autoriteiten in het noorden van China gisteren niet gelukt een 50 meter groot gat in een dijk van de Nen-rivier te dichten. Het leger heeft het aantal soldaten verdubbeld tot 20 000 man om de dijken die China's grootste olieveld, Daqing, tegen het water moeten beschermen te behouden.
De gesprongen dijk is de voorlaatste verdedigingslinie tegen het water. Zaterdag ontstond een doorbraak, die ondanks de inspanningen van duizenden militairen is gegroeid tot een gat van 50 meter breed. De twee hoogste generaals van China, Zhang Wannian en Chi Haotian, grepen in door de commandant van de noordoostelijke regio verantwoordelijk te stellen voor de veiligheid van het olieveld.
Door de overstromingen zijn in Daqing 527 olieputten uit productie genomen. Het bedreigde veld telt 25 000 putten, die vorig jaar 68 miljard liter ruwe olie produceerden, ofwel eenderde van de olieproductie van China.
De vijf kilometer lange laatste dijk is al twee meter opgehoogd, maar hij moet hij nog twee meter hoger worden. Ongeveer 11 600 arbeiders in de olie-industrie en hun familieleden zijn door het water ingesloten. Hun evacuatie verloopt moeizaam omdat er een gebrek is aan boten.
In het zuiden, bij de stad Shashi waar een half miljoen mensen wonen, bereikte de Yangtze gisterenochtend een recordhoogte van 45,22 meter. Eerder hadden de autoriteiten gezegd dat ze bij een waterpeil boven de 45 meter zouden overwegen om dijken opzettelijk op te blazen ter bescherming van steden stroomafwaarts. Volgens een Chinese functionaris is het waterpeil later op de dag gaan zakken. Het opblazen zou daarom niet nodig zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.