*

 
dossier

Archief

'Bij homeopathie trek je niet zo vaak aan lijven, het gaat meer om een indruk'

ALDERT SCHIPPER − 15/01/96, 00:00

AMSTERDAM - De homeopathie krijgt iets meer aanzien lijkt het. Binnenkort worden homeopathische geneesmiddelen, net als de reguliere, officieel geregistreerd, en in Den Haag gaan stemmen op om reguliere en alternatieve geneeskunde voortaan gelijk te behandelen.

Het wetenschappelijk bureau van D66 pleit ervoor de homeopathische geneeswijze haar waarde in vergelijking tot de allopathie te laten bewijzen. Maar tegelijkertijd stagneert de verkoop van homeopathische geneesmiddelen, omdat minister Borst dit soort middelen uit het vergoedingenpakket heeft geschrapt.

Op het bureau van homeopaat Rutten ligt een dik boek: Repertorium of homeopathic materia medica. De beduimelde foliant is voorzien van duimgrepen, zoals een ouderwetse bijbel. Er staan ongeveer duizend middelen in, maar de meeste homeopaten zijn vertrouwd met een stuk of vijftig.

Dikwijls bevat zo'n pilletje niet meer dan wat sporen van stoffen, zoals zand, arsenicum of zwavel. Soms zit er helemaal niks in. “En toch werkt het,” glimlacht Rutten, “ik snap het zelf ook niet. Maar dat geldt ook voor veel behandelingen van de gewone dokter.”

Hij komt tot de keus van zo'n pilletje door veel te vragen. Het lastigste is het, als iemand zich 'normaal' noemt. Hij is blij wanneer een patiënt iets bijzonders heeft. Dat maakt het zoeken in het repertorium veel gemakkelijker.

Vandaag is Rutten erg in zijn sas bij het horen dat de vierjarige Rutger volgens zijn moeder dol is op mosterd. De arts vindt het heel wat interessanter dan de opmerking van de vrouw dat de jongen vaak hoest en koorts heeft, maar dat de huisarts ondanks drie antibiotica-kuren en foto's in het ziekenhuis niet weet waar hij aan toe is.

“Zijn er verder nog problemen met de gezondheid geweest?” De moeder graaft in haar geheugen. Hij had veel ruzie met zijn iets oudere zusje. Een paranormaal genezer, die met pasfoto's werkte, zei dat Jasper last van haatgevoelens had. De moeder meende dat Jasper die gevoelens vooral richtte op de schilderset, waar zij dikwijls mee doende was. Die spullen gingen de deur uit, maar Jasper bleef de lastige handenbinder. “Hij heeft een gevoelige huid,” zegt de vrouw. “Hij bijt nagels.” “Ja, dat soort dingen zijn belangrijk,” moedigt Rutten de vrouw aan. “Op de kleuterschool zegt de juf dat-ie sociaal achterloopt.”

“Wat vindt hij lekker om te eten?,” zet de dokter zijn speurtocht voort. “Hij is dol op ontbijtkoek en pap. En hij houdt van vlees.” “Mooi zo”, zegt Rutten.

“Wij zoeken naar een middel op basis van de persoonsbeschrijving,” legt Rutten uit. “Wij zoeken meer naar verbanden, een huisarts naar verklaringen. Ons doel is te bereiken dat iemand beter in zijn vel gaat zitten.”

De homeopathische arts bezoekt zijn patiënten niet thuis en doet hoogstens tien consulten per dag. Maar elke patiënt krijgt wel zo'n half uur, nieuwe patiënten wat meer. De laatste jaren zijn er veel homeopathische artsen bijgekomen; de tijd van lang wachten op een consult zijn voorbij.

In het algemeen hebben homeopathische artsen geen contract met een zorgverzekeraar. Wel hebben veel verzekeraars in de polis een voorziening voor homeopathische consulten, vaak voor maximaal 500 gulden per jaar.

Rutten bewaart een zeker afstand tegenover zijn patiënten, raakt de meeste zelfs niet aan. Toch neemt hij even de hand van mevrouw Terborg in de zijne. “Dat eczeemplekje lijkt wel weg,” merkt hij voorzichtig op. “Ja, nu u het zegt,” antwoordt de vrouw licht verbaasd. “En hoe gaat het met de maagpijn?” De tobberige vrouw was drie jaar geleden voor het eerst bij Rutten op bezoek geweest. Sedertdien slikt ze om de vier weken drie korreltjes van een homeopathisch middel. De obstipatie is inmiddels verdwenen.

“Toch kom ik maar even langs, want ik heb sinds de zomer last van de spieren in mijn nek. Mijn huisarts heeft foto's in het ziekenhuis laten maken, maar daar werd geen afwijking op gezien. Toch gaat soms mijn hoofd zomaar schudden.”

Rutten sluit nog even aan bij het verleden. “Voelt u zelf dat u het middel dat ik toen voorschreef, nog moet gebruiken?” Mevrouw Terborg vertelt dat ze onlangs weer eens een busreisje heeft gemaakt. Het beviel erg goed, maar “ik had toen reispilletjes genomen en die werkten goed. Zelfs het hoofdschudden verdween ermee.”

Rutten gaat er nog niet op in. Hij gaat terug naar zijn vragenlijstje van lang geleden. “Hebt u nog wel 'ns last van krampende tenen?” “In bed nog wel, maar het is minder geworden.”

Rutten blijft zitten met de vreemde pijn in de nek van mevrouw Terborg. Hij haalt er nog een boekje bij. Dan vertelt mevrouw, dat haar dochter zojuist is bevallen van een flinke zoon. “Ik heb daar lekker als kraamhulp kunnen werken”, gaat de vrouw verder. “Is toen ook die nekpijn ontstaan?”, vraagt Rutten. Hem gaat blijkbaar een lichtje op. “Drie jaar geleden had u er niet aan moeten denken om als kraamhulp te gaan werken. Nu was u voldoende opgeknapt om dat wel te doen, maar dan is het niet zo raar, dat u vermoeidheidsverschijnselen hebt.”

De dokter schrijft een middel voor, waarin een stof zit die ook in de reispillen van mevrouw zat. “Als u weer op reis gaat, moet u als proef dat in plaats van de reistabletten innemen.” En eens per maand moet ze een ander korreltje innemen. “Zie het maar als het snoepje van de maand”, zegt Rutten.

“In dit vak trek je niet zo vaak aan lijven. Het gaat meer om een indruk van de persoon die voor je zit. Je maakt behalve van de homeopathische literatuur ook veel gebruik van je intuïtie. Dat maakt het voor de gewone huisarts soms wat onnavolgbaar. Soms levert dat problemen op. Ze zeggen het niet altijd, maar ik merk dat sommigen het kwakzalverij vinden.”

“Homeopathie en de reguliere geneeskunde hoeven elkaar niet te bijten. Hoogst zelden werkt een middel uit de gewone huisartsenpraktijk het homeopathische middel tegen. Ik weet dat ik er misschien wat liberaler in ben dan anderen, maar als de huisarts vindt dat een patiënt toe is aan een antibiotica-kuurtje, zal ik daar niet tussen komen. Ik zoek altijd samenwerking, nooit zal ik iemand het reguliere circuit afraden.”

“Hoe is het gegaan?,” vraagt Rutten aan een herhaalpatiënt. “Ik heb geen klagen. Ik heb maar tweemaal last gehad van een blaasontsteking. Dat is wel anders geweest. Maar ik heb nu last van stijve gewrichten. Als ik een uurtje heb autogereden, ben ik soms te stijf om weer uit te stappen.” Mevrouw vertelt dat ze na haar werk als lerares geneigd is snel wat te eten en hup naar bed te gaan. “Ik ben ook vijf kilo aangekomen, na mijn hernia-operatie.”

Na het vorige consult, een half jaar geleden, hadden de voorgeschreven pilletjes haar wel over de chronische blaasontstekingen heengeholpen, maar nu die stijfheid weer. “Maar de hoofdpijn is weg en ik heb ook geen last meer van die bloedneuzen,” zegt de vrouw. “Toen ik met dat laatste middel begon, werden die bloedneuzen wel heel wat erger. Ik was even ten einde raad.”

“Dat komen we wel vaker tegen,” zegt Rutten. “Zo'n homeopatisch middel lijkt wel een beetje te werken als een vaccinatie. Het lichaam krijgt even een duwtje en raakt daardoor uit zijn evenwicht. Maar daarna vangt het die schok op en wordt de klacht minder, om vervolgens te verdwijnen.”

Rutten komt er rond voor uit, dat de vrouw hem voor een probleem plaatst. “Er springt niet iets echt uit,” zegt hij piekerend. De vrouw dringt aan: “Ik voel me te jong om zo stram door het leven te gaan. Ik slaap nog steeds heel weinig, maar dat vind ik niet erg. Als ik maar niet die pijn in mijn heup had.”

Warme handen

Rutten neust in het dossier van de vrouw. “Ik heb na dat laatste middel lekker warme handen gekregen.” “Was het de handpàlm of de -rùg?” informeert de dokter. “Dat kan een aanwijzing zijn. Ik denk dat ik u een middel heb gegegeven dat bijna juist was. Even zien, het was natrium muriaticum. Het lijkt me dat natrium carbonicum beter past. Dat sluit ook aan bij het gegeven dat u niet van melk houdt en bij uw zwakke enkels. Met homeopathie kun je heus wel. “Ik wil u voor de zomer terugzien. Laten we eerst maar kijken hoe die natrium carbonicum werkt. Ik heb de hoop niet opgegeven, dat u stapje voor stapje verder komt.”

mailIcon print |