*

 
dossier

Archief

AAP EN EVA IN ARTIS

FRITS VAN EXTER − 26/08/95, 00:00

Terwijl in Nederland een debat gaande is over betekenis en plaats van de evolutieleer, haasten mensen zich naar de dierentuin om de pasgeboren gorillababy te zien. Wat zien zij? En wat zien de gorilla's? Over de schok van herkenning en de relatie tussen aap en Eva.

De borsten van de moeder hangen los in het hemd. Zij zoogt niet meer, maar geeft de peuter een fles. Behoedzaam verwisselt zij de door het water verzwaarde luier. Dan duwt zij haar weer voort in het karretje, gevolgd door de man in korte broek. Zij gaan naar binnen en voegen zich bij het kraambezoek, dat talrijk en luidruchtig is. Mensen verdringen zich om de baby te zien. Ze tikken op het glas om de aandacht te trekken. Hun lenzen zoomen in op het nieuwe leven. Ze haasten zich van het ene naar het volgende venster voor het beste zicht. En als de jonge moeder haar kleine aan de borst legt, gaat er een zucht van ontroering door de zaal: wat klein, wat lief. Verder kijkend zien de bezoekers de hele trotse familie in een kort tijdbestek eten, luieren, spelen, ruziën, liefkozen, scharrelen. “Wat zijn het toch een rare beesten”, zegt de moeder tegen de man.

“Blij ben ik dat ik in de afstamming van Adam en Eva geloof, met apen voel ik me geenszins verwant”, schreef tien dagen geleden een lezer aan Trouw, in zijn bijdrage aan het debat over de evolutieleer in het onderwijs. Maar afgezien van de wetenschap dat zijn DNA voor 98,6 procent overeenkomt met dat van de gorilla, is het de vraag of hij of zij wel eens een mensaap echt heeft ontmoet. “Oog-in-oog met een gorilla, voelt en deelt men een schok van herkenning. Dit dier is geen vreemd schepsel; het is iemand anders”, schreef Harold Hayes in 'The dark romance of Dian Fossey', zijn biografie over de vrouw die zoveel jaren met de gorilla's in de bergen van Rwanda leefde, dat zij op het laatst geen mens kon verdragen - hetgeen haar noodlottig werd.

Tembo in Artis laat zich echter niet in de ogen kijken. Hij verwacht dat je langs hem heen kijkt en gromt als je dat niet doet. Er zijn ook onder de mensen koningen die het ongepast vinden als onderdanen hen zo rechtstreeks benaderen. Op audiëntie dien je de ogen neer te slaan en slechts te spreken wanneer aangesproken en dan nog uitsluitend via een aanzegger. Het is een kwestie van respect.

De gorilla lijkt de mensen ook niet te zien. Vaak keert hij het bezoek zijn met zilvergrijze haren bedekte rug toe. Schijnbaar nergens in geïnteresseerd, houdt hij toch alles in de gaten; hij weet het wanneer een verzorger achter hem staat. Er kan geen misverstand over bestaan dat Tembo de koning is, ook al is hij wat oud en vaal en is zijn rijk klein en het aantal onderdanen beperkt tot vijf, inclusief de zuigeling. In de groep waagt niemand het zijn gezag echt aan te tasten: de oude Banja niet en de twee jonge vrouwen Sindy en Dafina evenmin. Mojoko daagt hem wel voortdurend uit door met takken te zwaaien en voedsel weg te roven, maar hij is een puber met nog zwart haar op de rug en te veel energie in het lijf. Als het Tembo te veel wordt, zet hij hem met een paar grommen en ontblote hoektanden weer op zijn plaats. Voor het overige is hij een gemoedelijk leider. Als het de tijd van de maand is dat de vrouwen zich aanbieden, mag Mojoko ook dekken. Maar hij moet wel op zijn beurt wachten.

Zoals veel dieren in Artis heeft hij de grootste hekel aan de arts. Nu er een baby is geboren, heeft Tembo ook wat meer moeite met andere mannen. De hoofdoppasser, wie hij al bijna zijn hele leven kent, kan dezer dagen beter niet in de buurt komen. En als een onbekende man naar zijn zin te lang naast een verzorgster staat, geeft hij met zijn grote zwarte hand een klap tegen het glas. Maar echt King-Kong-kwaad wordt hij alleen als hij een grote televisiecamera ziet - de kleine amateur-videocamera's doen hem niets. Bij een opname, jaren geleden, is het een keer mis gegaan. De verzorgers herinneren het zich niet precies, maar Tembo weet het nog goed.

Iris Küthe en Sacha van Rietschoten drinken thee in het lokaal waarvan alle wanden bedekt zijn met apenfoto's. Op de monitor kunnen zij ook hier het dagverblijf van de gorilla's in de gaten houden. “Het zit goed”, zeggen ze. Dat hadden ze de afgelopen dagen al voortdurend tegen elkaar gezegd, maar toen was het toch vooral een bezweringsformule. Nu geloven ze er ook bijna echt in. Dafina is rustig, ze draagt goed, ze legt het goed aan de borst en de baby drinkt goed, slaapt goed en poept goed. Na een week durfden zij de baby een naam te geven: Bikira, 'maagd' in het Swahili. De dierentuin verspreidde een persbericht waarna het kraambezoek groeide. 'Het zit goed', maar de verzorgers moeten het toch nog ook tegen zichzelf zeggen.

Iris Küthe: “Ik heb wel de zenuwen gehad. Je wilt zo graag dat het goed gaat.”

Sacha van Rietschoten: “Dit is de eerste die nu lekker gaat in de groep. Maar de spanning blijft. Het is nog helemaal niks, zo'n kleintje. Eén keer op de derde dag lag ze zo helemaal slap achterover. En ik dacht: O God, daar gaan we weer. Maar ze lag gewoon te slapen.”

Iris: “Vanochtend liet ze me bij het voeren trots het kind zien. Ik mocht haar even aanraken. Ze zat er bij te brommen. Dan sta je er wel met een brok in de keel.”

Sacha: “Maar ze zat ook meteen weer aan je elastiekje te frunniken.”

Iris: “Ja ze wil altijd weten wat voor elastiek ik nu weer om mijn vlecht heb.”

Het kind lijkt vooral op de moeder. “Een beetje mekkerig, een beetje zeurderig.” Ze weten niet wie de vader is. Het valt alleen op dat Tembo deze keer grotere afstand tot de moeder bewaart. Een maand geleden kreeg Sindy een baby. De vijf verzorgers van de gorilla's hadden al de naam Bahati ('veel geluk') gekozen, maar besloten dat nog even voor zich te houden. Ze konden het niet goed zien, maar ze zagen haar vermageren en vreesden dat ze niet genoeg dronk. Op de vijfde dag droeg de moeder het als een slappe pop met zich mee en op de zesde legde ze het levenloos neer. Hadden ze te lang gewacht met ingrijpen?

Het maalt nog door hun hoofden. Dag en nacht hadden ze machteloos gekeken en getobd. Sacha van Rietschoten: “Het was slopend en je voelde je heel angstig.” In hun hoofden hamerde het dat ze vooral niet moesten ingrijpen, dat de gorilla's het zelf moesten doen. Ze wisten immers wat dat zou betekenen: de moeder zien te verdoven met een pijltje; het kind aan de borst leggen en als dat niet helpt, het weghalen en op de fles zien groot te brengen.

Sindy was zelf als flessekind begonnen en altijd anders, minder aap geweest dan de andere. Ze had nooit een voorbeeld gehad van een gorillamoeder. Zij was een keer eerder zwanger geweest, maar na zevenenhalve maand werd de bijna voldragen vrucht toch nog uitgedreven. Sindy liep er nog een tijd mee rond voor ze het wilde afstaan.

Toen twee jaar geleden Dafina's eerste kind werd geboren was zij nog te jong, te onvolgroeid om hem te kunnen voeden. Na twee dagen was het al duidelijk dat Awali uitdroogde en aan de fles moest. Verzorgster Sacha heeft hem zes maanden om de week thuis gehad. Heel gezellig; de hond kon goed met hem spelen en op straat keek iedereen. Maar van de aap als aap bleef steeds minder over. Nu zit hij in Stuttgart op de gorillacrèche om het mensenleven weer af te leren. Hij moet een koppel vormen met een speelkameraad. Dat is de enige weg om opnieuw in een groep te worden opgenomen. Maar terug naar Artis kan niet, omdat het risico te groot is dat hij later zijn moeder dekt en inteelt in de groep brengt.

Bakiri is gelukkig een meisje en moet de eerste zijn die in de groep is geboren en blijft. Sacha van Rietschoten koopt voor de moeder oud bruin bier ('goed voor het zog') en zet kamillethee ('tegen de buikkrampjes'). Sindy was twee dagen jaloers, maar nu zien de verzorgsters dat ze er geen moeite mee heeft. Zij hopen dat zij nu snel ook weer zwanger wordt.

Sindy zit in een hoekje en tooit haar hoofd met stro en bamboetakken. Mojoko gaat achterover koppeltje duikend door het dagverblijf. Hij verveelt zich het snelst, zeker nu ook het buitenverblijf vaker gesloten blijft, omdat de verzorgers moeder en kind binnen beter in de gaten kunnen houden. Ze gooien speciaal voor hem wel eens een oude broek of hemd naar binnen, waarmee hij weer een tijdje lol heeft. De oude Banja zit zoveel mogelijk naast Dafina. Zij heeft momenten waarop zij haar baby breeduit toont, maar trekt zich soms ook terug. Nu ligt ze achterover te soezen met Bakiri onder de brede arm op haar borst geklemd. Voor de anderen is het grootste nieuws er wel af, maar Banja heeft zich als een oma over hen ontfermd. Zij zal zelf wel altijd kinderloos blijven, al doet haar zware buik anders vermoeden. Banja en Tembo zijn de enige in het wild geboren gorilla's van de groep. Vijfentwintig jaar zaten zij samen in een kooi, tot de wetenschap zich verspreidde dat gorilla's niet in paren leven. Nu is het voor Banja te laat, denken de verzorgsters. Tembo ziet haar meer als een zuster en hoewel ze Mojoko wel eens aanstalten hebben zien maken, trok hij zich altijd met een wat vies gezicht voortijdig terug. Tembo heeft trouwens liever niet meer dat ze kijken bij het dekken, merken de verzorgsters: “Misschien omdat hij zich schaamt dat hij nu ook wat ouder is en het allemaal niet meer zo vlotjes gaat.”

Louis Leakey was ervan overtuigd dat vrouwen het best in staat waren de apen te doorgronden, omdat zij het geduld en het gevoel voor moeder-kind relaties hebben en bij mannetjes minder snel jaloezie zouden opwekken. De prehistoricus, zoon van Britse missionarissen in Kenia, was ervan bezeten om, in het spoor van Charles Darwins theorie, de oorsprong van de mens te vinden in Afrika, waar tenslotte de mensapen waren. Daar moeten zij in het diepste verleden zijn opgestaan om de apen, die op handen en voeten verder moesten, achter zich te laten.

Maar behalve in de verwantschap met de mens was hij geïnteresseerd in het voortbestaan van het dier. Tot zijn dood in 1972 spoorde hij vele vrouwen aan zich onder de apen te begeven. Alle 'apemeisjes' van Leakey waren opmerkelijk, maar Dian Fossey en haar berggorilla's werden wereldwijd bekend.

Wat begon als een bijzonder veldonderzoek van een stoutmoedige vrouw naar het gedrag van deze apen, mondde uit in een bijna achttien jaar durende verbeten strijd om het voortbestaan van de laatste gorilla's. In haar onderzoek overschreed zij de wetenschappelijk grens door niet langer de dieren te observeren, maar zich onder hen te begeven en hun gedrag te verklaren aan de hand van menselijke gevoelens, alsof de schepping danwel evolutie in vier miljoen jaar geen onderscheid had gemaakt.

'Een heroïsche strijd van een bijzondere vrouw', schrijft prins Bernhard in het voorwoord van haar boek 'Gorilla's in de mist'. Later zou de geromantiseerde film over haar leven, onder dezelfde titel, miljoenen hiervan overtuigen. Fossey wilde vooral laten zien dat de gorilla zoveel malen vreedzamer en waardiger is dan de mens, wiens wreedheid tegenover het dier geen grenzen kent. De vegetarische gorilla's hebben geen andere natuurlijke vijanden. Slechts verstoring van het evenwicht in de groep kan tot agressie leiden. Maar wie een jong wil weghalen, moet bereid zijn de hele groep, die zich tegen hem keert, af te slachten.

Elk mens, maar vooral degenen die haar gorilla's bedreigden, konden haar tot razernij brengen. Harold Hayes schrijft in zijn biografie hoe ver zij daarin ging: “Om haar enige doel, de bescherming van de bedreigde berggorilla, te bereiken heeft Fossey geschoten op haar vijanden, hun kinderen ontvoerd, ze op hun geslachtsdelen gegeseld, ze ingesmeerd met apestront, hun vee afgeslacht, hun bezittingen verbrand en ze naar de gevangenis gestuurd.” Toen zij uiteindelijk op kerstmis 1985 bleek vermoord in haar hut in de Virungabergen van Rwanda, waren er eigenlijk te veel kandidaat-verdachten: stropers, veedrijvers, parkwachters, bedienden, onderzoeksassistenten, collega's. De moord is dan ook nooit opgelost. Zij werd begraven temidden van haar gorilla's. De priester Wallace, die daarvoor de berg was opgeklommen, zei bij het graf: “Wie denkt dat de afstand die Christus heeft afgelegd om de gedaante van de mens aan te nemen, niet zo groot is als de afstand tussen mens en gorilla, die heeft geen weet van de mens of de gorilla, of van God.”

Wie iets voelt van wat de gekwelde Fossey voelde, kijkt misschien anders naar de gorilla's in Artis: menselijker dan de meeste mensen. Hij verkiest het dier wellicht omdat de mens ook ergens in zijn leven het krediet heeft verspeeld. Bij de laatste burgeroorlog in Rwanda zal hij in de eerste plaats denken aan de laatste gorilla's, zoals Mkono die op een landmijn stapte.

In de dierentuin heeft elke soort zijn eigen aanhang, maar de mensapen trekken de grootste schare 'groupies'. Nu er een gorilla geboren is, komen zij bijna dagelijks op kraambezoek voor een bakerpraatje. Zij noemen allen bij naam en kennen hun levensloop. Een man laat zijn verrekijker rondgaan en een meisje vertelt, tot verbazing van de verzorgster, dat zij ondanks de vreugde voor Dafina, nog steeds niet over de dood van Sindy's naamloos gebleven baby heen is. Een ouder echtpaar uit Rotterdam heeft zich bij hen gevoegd en kan het na enkele belangstellende vragen toch niet laten op te scheppen over hun aanwinsten daar.

“Zeg Sacha, is dat bloed?”, vraagt een vrouw. Sacha van Rietschoten knikt stil. Ze heeft het al gezien. Het stro onder de jonge moeder is rood gekleurd. De andere gorilla's bekijken het aandachtig, terwijl Dafina zelf zich schoon probeert te likken. De verzorgster opent de nachthokken om het dagverblijf leeg te krijgen. Dan gaat zij naar binnen om te zien wat er is afgescheiden. Ze zal de dierenarts bellen.

De meeste verzorgers hechten zich aan hun dieren, maar nooit zo sterk als de dieren zich aan hen hechten. Toen Tembo een keer een tijd in een ander hok moest, hongerde hij zich bijna dood, totdat zijn vaste oppasser weer kwam. Sacha van Rietschoten: “Een keer heeft een chimpansee bijna mijn hand eraf getrokken. Maar dat kwam omdat ik ooit bij haar een doodgeboren kind had weggehaald. Bij een andere verzorger haalt ze de vuiltjes uit de ogen, maar dat van mij vergeet zij nooit.”

De volgende morgen bekent ze dat ze slecht heeft geslapen. Ze heeft nog koortsachtig de videobanden doorgespoeld op zoek naar beelden van na de bevalling. De placenta is nooit gevonden, maar het is mogelijk dat de gorilla's die hebben opgegeten. De geboorte en de gebeurtenissen daarna zijn echter in het duister van de nacht voor de camera verborgen gebleven. 's Ochtends is ze weer vroeg en angstig, zoals in de eerste dagen naar haar werk gegaan, maar Dafina zat er stralend bij. Voor de zekerheid krijgt ze een kuurtje om een mogelijke infectie in te dammen. De verzorgster is opgelucht. “Het blijft toch je kind.”

Ze maakt zich alleen nog wat zorgen om de rust. Alle aandacht is natuurlijk goed voor de dierentuin, maar moeder en kind gaan voor. Er hangt een bordje dat bezoekers niet moeten flitsen. “Ze duiken er bovenop en flitsen recht in die ogen. Mensen zijn soms zo gek.”

mailIcon print |