*

 
dossier

Archief

theater

HANS ORANJE − 18/01/97, 00:00

Vanavond (20 uur) en morgen (14.30 uur) in de Schouwburg in Utrecht. Daarna tournee door het hele land tot 12 juni.

Velen herinneren zich vast de televisieserie die van de roman werd gemaakt. Het verhaal met zijn geheimzinnige dreiging van Javaans geweld, het benauwde leventje van verveelde erotiek en klamme achterklap, bedreven door een handjevol Nederlanders op een buitenpost in de kolonie. De maatschappelijke ladder waar elke druppel Javaans bloed een sportje lager betekende, allemaal even beschamend als dramatisch. Er bestaat dan ook geen twijfel dat de toneelbewerking van Ton Vorstenbosch, de komende maanden volle zalen zal trekken.

Vorstenbosch is, wat het schrijven van toneelstukken betreft, een groot talent. Een draak als 'In de dromocratie' vloeide even makkelijk uit zijn pen als de felle satire 'Srebrenica!' of gaaf poëtisch theater als bewerkingen van Frederik van Eeden. Zijn bewerking van 'De stille kracht' hoort ergens tussen een redelijk goed gelukt toneelstuk en een slapjes uitgevallen nabootsing van de roman. Alleen in het slot gaat de bewerker voor de schrijver uit lopen en maakt hij van Indië's stille kracht een voorbode van de Indonesische revolutie.

Maar tot het moment van deze wat potsierlijke actualisering meppen regisseuse Mette Bouhuijs en de anderen zoveel smakelijke kitsch door het stuk, dat het publiek er zaalbreed bij zal zijn. Men kan dan de blik laven met, bijvoorbeeld, de kostuums van Leonie Polak. 'De stille kracht' is namelijk ook, en vooral, een hoeden- en japonnenstuk. Afgebiesd met de donkere, Oostjavaanse batik van de sarongs en kebaja's die de bedienden dragen, is hier heel veel te genieten. En anders wel bij belichter Reinier Tweebeeke, die ons oude Indië van sprookjesachtige lichteffecten voorziet tot en met de fonkelende sterrenpracht van het Zuidelijk halfrond in de tropennacht.

Blijven over de acteurs. Dat wordt toch wel af en toe erg dun. Peter Tuinman, de resident Van Oudijck van Laboewangi, is enkel buitenkant van botte Hollander, die het keer op keer verknoeit in de contacten met de Javaanse regent. Een uitvergroot karakter, zullen we maar zeggen. Ook van zijn vrouw Leonie (Margo Dames) worden we niet meer gewaar dan dat ze mooi, vals en slecht is. Haar nymfomane trekken bieden de gelegenheid de voorstelling te larderen met af en toe smakelijk bloot, wat hier tussen al die witte japonnen en tropenpakken wel érg bloot is.

Verrassend vond ik Linda van Dyck als de Nederlandse vrouw die in deze samenleving in de verdrukking komt. In haar spel zat af en toe echt Couperus, zoals ook in haar minnaar Adriaan Olree als de controleur van Laboewangi. Voor de Javaanse bezetting was de volkenkundige atlas van Oost-Java en Madura goed geraadpleegd. Resultaat: pittoreske bewegende plaatjes, maar zwak acteerwerk: Mathilde Verhaar als de moeder-regent, of het typetje-spel van Bo Bojoh als de roddelende Indische dame.

Misschien mag ik deze twee actrices daar niet op aanspreken. Ze mogen dan zwakke actrices zijn, in deze voorstelling stellen ze heel loyaal hun talent in dienst van een toverlantaarn-avondje over het oude Indië. En dat kun je even goed betitelen als 'goed toneel voor een breed publiek', zoals de makers zeggen, als 'aapjes kijken in het bamboebos', een associatie die zich aan mij opdrong. Wie de voorstelling bezoekt, kan zich in ieder geval verheugen op een ontspannen toneelavond en hoeft niet bang te zijn dat de stille kracht hem buiten de schouwburg nog achterna komt.

mailIcon print |