*

 
dossier

Archief

Genealogen zijn mormonen dankbaar

BIJDRAGE: MAAIKE BEZEMER − 27/01/95, 00:00

De openbare bibliotheek in Winterswijk? Vanaf het station immer gerade aus, wijst iemand. De plaats ligt nog geen acht kilometer van de Duitse grens. Twee Duitse mormonen, bezoekers van de bibliotheek, wilden er graag hun verouderde genealogische index aan afstaan.

Het zijn een paar simpele archiefbakken met microfilms, maar de Winterswijkers zijn er gelukkig mee. Vooral bibliothecaresse B. Godthelp. “Uit de hele Achterhoek komen liefhebbers om de microfilms te bekijken. Het loopt hier storm.” In de index staan gegevens van 120 miljoen mensen, afkomstig van onder meer burgelijke standen, kerkelijke doop- en trouwboeken en notariĆ«le actes over de hele wereld: een uitkomst voor stamboomonderzoekers. “Ik ben naar meerdere plaatsen in Duitsland geweest, maar hier vind ik wat ik zoek”, zegt een blije bezoeker.

De gegevens zijn verzameld door mormonen, leden van een oorspronkelijk Amerikaanse godsdienstsekte. “Volgens de bijbel moet iedereen gedoopt worden om de hemel te kunnen betreden”, legt E. Boom uit. Hij werkt op het familiegeschiedeniscentrum van de mormonen in Amsterdam. Mensen hoeven voor de doop niet lijfelijk aanwezig te zijn, tenminste niet als ze zijn overleden. Voor het gewone evangeliseren gaan mormonen langs de deuren, maar ook doden moeten volgens hen nog een kans krijgen zich te bekeren. Boom: “Persoonsgegevens zijn voldoende om iemand toegang te verschaffen tot de hemel”. Om zo veel mogelijk mensen te 'redden', willen de heiligen der laatste dagen - zoals mormonen ook wel worden genoemd - ook zo veel mogelijk namen verzamelen.

Dit jaar kregen de mormonen in Duitsland een nieuwe index met 200 miljoen gegevens uit de moederstad Saltlake City in Utah, waar het moederarchief is gevestigd. Amateur genealogen maken dankbaar gebruik van het afgedankte mormonenarchief om hun voorvaderen te traceren.

In de bibliotheek bestudeert een Winterswijker microfiches achter een beeldscherm. Hij loopt al twintig jaar stad en land af om het geslacht van vaderskant tot in de vijftiende eeuw uit te zoeken. Volgens de bibliothecarissen hoort hij bijna bij het meubilair. Vreemd genoeg wil hij zijn eigen naam niet in de krant, terwijl dat toch leuk kan zijn voor zijn nageslacht. Wel wil hij uitgebreid uitleggen wat hem bezielt. De microfiches in de Winterswijkse bieb bevatten namen, geboorteplaatsen en data. Met deze gegevens weten 'stamboomonderzoekers' in welk gemeentearchief ze verder moeten zoeken. Het gaat de Winterswijker echter niet alleen om namen. “Je leert mensen kennen met wie je gegevens kunt uitwisselen, soms ontmoet je zelfs familie tijdens het spitten in archieven”.

Nog interessanter zijn volgens hem de verhalen die aan de gegevens vastzitten. “Je komt te weten hoe mensen vroeger leefden, door beroepen en aantal kinderen. Door boedelgegevens wet je bijvoorbeeld ook welke spullen belangrijk voor hen waren. In 1760 werd de laatste wolf gevangen in Nederland, daarbij was mijn familie betrokken”, zegt hij niet zonder trots.

Hij brengt zijn vakanties in de archieven door, net als Gerda van Netten uit Aalten. Ook zij vindt vooral de gegevens om de namen en data heen 'lollig' om te weten. “Je krijgt een beeld van vroeger. Natuurlijk is iedereen op zoek naar rijke en belangrijke voorvaderen, maar ook de droevige dingen wil ik weten. Het was een paar eeuwen geleden nu eenmaal niet altijd glorieus.”

Van Netten en haar man komen beiden uit Friesland. Uit dezelfde streek, zo maakte enig onderzoek duidelijk. De beide families blijken elkaar in het verleden ook al te hebben gekend. “Maar veel verder dan kennen ging het niet, want ik ben van oorsprong katholiek en mijn man niet. Iets dat altijd heeft gebotst.” Sinds kort heeft ze familie 'ontdekt' in Zeeland. “Nu weten we weer waar we op vakantie moeten gaan.

mailIcon print |