*

 
dossier

Archief

Wachtlijsten ook voor specialisten frustrerend

D.E. POSTMUS − 22/01/98, 00:00

De recente uitspraken van minister Borst over de mogelijke tweedeling in de zorg als gevolg van het met voorrang behandelen van werknemers, hebben in de pers veel stof doen opwaaien. Op 13 januari heeft de minister op Kamervragen nog eens uitgelegd hoe de situatie volgens haar is. Vervolgens werd er zowel door haar als door PvdA-Kamerlid R. Oudkerk ingegaan op de wachtlijstproblematiek. Volgens de minister zijn afdelingshoofden medeverantwoordelijk voor de wachttijden in de gezondheidszorg. Een onthutsende uitspraak. De minister kan, als ex-directeur van een academisch ziekenhuis, toch niet echt menen dat het afdelingshoofd de lengte van de wachtlijst bepaalt. Juist zij moeten toch weten dat het afdelingshoofd geen middelen krijgt om effectief iets aan wachtlijsten te doen.

Arbeidsintensief

Om een idee te geven hoe het in een academisch ziekenhuis gaat zal ik de situatie op mijn eigen afdeling in het afgelopen jaar schetsen. Op mijn afdeling worden patiënten met longproblemen behandeld. Veel van deze patiënten hebben longkanker en zijn vaak vanuit andere ziekenhuizen doorverwezen. Voor velen is genezing niet mogelijk en is de behandeling vooral gericht op het verlichten van de vaak ernstige klachten. Deze patiënten worden met regelmatige tussenpozen opgenomen voor het ondergaan van deze behandelingen. De zorg is zeer arbeidsintensief. Om zoveel mogelijk patiënten te helpen wordt zo efficiënt mogelijk omgesprongen met de beperkte middelen.

In augustus van dit jaar bleek dat op deze wijze echter niet doorgewerkt kon worden: er zouden dan te veel patiënten worden behandeld voor het beschikbare budget. Om te voorkomen dat er een overschrijding van het budget zou ontstaat moest er iets gebeuren. Zou dat niet gebeuren, dan zou het ziekenhuis in financiële problemen komen, want meer patiënten helpen, leidt niet tot een hogere vergoeding. Besloten werd de beschikbare beddencapaciteit op mijn afdeling met ongeveer 20% voor de rest van het jaar te verminderen en tegelijkertijd het aantal spreekuren met ongeveer 30 procent in te krimpen. Gelukkig werden aan het eind van het jaar de budgetafspraken gehaald en was iedereen tevreden!?

Behalve dan de patiënten die geweigerd moesten worden, of pas veel later dan normaal geholpen konden worden. Bovendien moesten de patiënten die al onder behandeling waren vaak hun behandeling onderbreken of werden de intervallen tussen de chemotherapiekuren langer.

Inefficiënt

Naast de onvrede bij patiënten, zijn ook de specialisten van mijn afdeling ontevreden over de gang van zaken. Het is uitermate frustrerend dat je niet de taak mag uitvoeren waarvoor je dit vak hebt gekozen. Iedereen wil graag, maar wordt tegengewerkt door de van bovenaf opgelegde strakke budgetdiscipline. Ik vraag me af of ik als afdelingshoofd in deze situatie medeverantwoordelijk gesteld kan worden voor de verlenging van de wachttijden/wachtlijsten... Het door de minister zo vaak gepredikte efficiënt werken wordt niet beloond maar resulteert in verregaande inefficiëntie.

Dat ik niet het enige afdelingshoofd ben dat op deze wijze te maken krijgt met wachttijden wordt duidelijk uit de wachttijden voor dotteren. De wachttijden hiervoor in de academische ziekenhuizen zijn in zeven van de acht ziekenhuizen minimaal zes weken en worden niet korter in 1998. Hetzelfde geldt voor de nog langere wachttijden voor open hartoperaties. De collegae afdelingshoofden cardiologie en thoraxchirurgie moeten hiervoor volgens de minister in belangrijke mate verantwoordelijk zijn. Waarschijnlijk willen ze inderdaad graag, zoals de minister veronderstelt, allemaal een nieuwe catheterisatiekamer en/of een nieuwe operatiekamer om te kunnen voldoen aan de zorgvraag. Of haar uitspraak ook betrekking heeft op de niet-academische ziekenhuizen is niet duidelijk maar ik neem aan dat dat ook het geval is gezien de vergelijkbare wachttijden in de niet-academische hartcentra.

Kennelijk heeft de minister nog niet gehoord van de alom bekende problematiek van budget-afspraken waardoor het inmiddels zelfs voor de directie van een niet-academisch ziekenhuis noodzakelijk lijkt te worden om op twee vrijdagen per maand zondagsdienst te draaien om uit de rode cijfers te blijven. Het lijkt niet realistisch in deze situatie de specialisten verantwoordelijk te stellen voor het oplopen van wachttijden. Al jaren is het min of meer praktijk om bij gebrek aan middelen, en ten gevolge daarvan gebrek aan onder andere verpleegkundig personeel, bedden te sluiten waardoor wachttijden voor opname toenemen. Regelmatig moeten operaties worden uitgesteld door tekort aan intensive care faciliteiten of tekort aan ondersteunend personeel op de operatiekamer.

Vergrijzing

Wie is er nu verantwoordelijk te stellen voor de mede hierdoor ontstane wachtlijsten? Niet de verpleegkundige, niet de directie, niet de specialist, maar de beleidsmakers. Met andere woorden: zij die politieke verantwoordelijkheid dragen zijn in zeer belangrijke mate verantwoordelijk. Het systematisch ontkennen dat er sprake is van toenemende vergrijzing, toename van zorgvraag, èn steeds meer therapeutische mogelijkheden, maakt dat een krimpend budget nooit toereikend zal zijn en de wachtlijst-problematiek alleen maar zal verergeren.

Overigens zou de minister er verstandig aan doen haar eigen advies op te volgen dat mensen uit de politiek en het medisch bedrjf vaker bij elkaar in de keuken kijken: ze is tijdens haar ambtsperiode erg vervreemd van de werkvloer.

Het systematisch verkondigen van de bovenbeschreven onzin door - notabene - artsen over artsen is slecht voor de samenwerking, draagt niet bij tot de oplossing van de problemen en kan niet anders worden gekwalificeerd dan als volksverlakkerij en kiezersbedrog.

mailIcon print |