AMSTERDAM - De strafrechtdeskundige prof. Rüter moet vaak terugdenken aan de processen in ex-Joegoslavië. Hij ging als Amnesty-waarnemer om te zien of de tegenstanders van het communistische regime een eerlijk proces kregen. De verdachten waren extreem-nationalisten, die in geschrift opkwamen voor het 'eigen volk'. Het ene jaar stonden er Serviërs terecht, het andere Kroaten of moslims.
Zo herinnert Rüter zich, in het Amnesty-blad Wordt Vervolgd, nog het proces tegen de inmiddels beruchte Servische leider Vojislav Seselj, die midden jaren '80 werd veroordeeld voor het schrijven van een artikel waarin de hoogleraar sociologie de versterking van Servië eiste en opheffing van Kosovo en Bosnië voorstelde. De Kroaten, schreef hij, moesten in een grote volksverhuizing uit Servisch gebied worden verwijderd. Ideeën die er nu tot werkelijkheid zijn geworden.
Toen zag het Westen deze lieden als gewetensgevangenen die het durfden opnemen tegen de communistische onderdrukker en werden opgepakt voor hun mening. Maar hun ideologische gedachtengoed bleek later de lont in het kruitvat van de burgeroorlog. De haat was gezaaid.
De gruwelen begaan door deze heren, hebben Rüters mening niet veranderd, ook al zijn veel van deze Amnesty-klantjes nu de grootste oorlogsmisdadigers. Want, iedere gevangene, ook al begaat hij later de ernstigste schendingen van de mensenrechten, heeft recht op een eerlijk proces. “Maar wellicht realiseerden sommigen, en ik met hen, zich toen onvoldoende dat het 'verhinderen van tweedracht tussen de volkeren van Joegoslavië' nog iets anders betekende dan alleen maar een voorwendsel om tegenstanders van het communistische regime aan te pakken.”
Moet Amnesty het wel opnemen voor mensen in de wereld die haat zaaien, maar niet direct geweld propageren? Hoe weet je wie good guys zijn en wie bad guys? Binnen de mensenrechtenorganisatie komt een discussie op gang om de regels voor het adopteren van gewetensgevangenen bij te stellen. Voor de algemene vergadering deze maand, is de 'hate-speech' op de agenda gezet. Het kan een lastige discussie worden, want de betekenis van 'hate-speech' is in geen woordenboek te vinden. Het gaat om mensen die zich zo haatdragend uitlaten over een bevolkingsgroep, ras of sekse dat zij, zonder het woord in de mond nemen, sympathisanten aanmoedigen hun haat in gewelddaden om te zetten. Moet Amnesty voor deze haatzaaiers, wanneer zij wegens hun uitlatingen gevangen zitten, actie ondernemen? Het gaat immers om lieden die zijn opgepakt omdat zij hun mening niet mochten uiten.
Izetbegovic
Neem de Bosnische president Izetbegovic. Ooit werd hij opgepakt voor het schrijven van een boek over de islamitische declaratie. Nog vóór Joegoslavië uiteenviel, ging Izetbegovic al stilletjes op bezoek bij de overleden Iraanse leider Khomeini. In zijn boek bepleitte Izetbegovic een etnisch zuiver Bosnië, de nachtmerrie die werkelijkheid is geworden. Rüter ging ook naar zijn proces en werd tegengehouden door Joegoslavische agenten, die de Amnesty-waarnemer vroegen of hij wel wist hoe gevaarlijk de geschriften van deze verdachten zijn in een land met zes godsdiensten en zeven volken.
Het Amnesty-mandaat sluit alleen gewetensgevangenen uit die daadwerkelijk aanzetten tot geweld. De definitie van 'propageren van geweld' is helder, alhoewel ook dit begrip niet onomstreden is geweest. Zo kon Nelson Mandela niet als gewetensgevangene worden geadopteerd omdat hij ANC-lid was, een verzetsorganisatie die desnoods met geweld het apartheidsregime in Zuid-Afrika omver wilde werpen.
Staatsrechtdeskundige A. Nieuwenhuis van de Universiteit van Amsterdam schrijft een boek over de grenzen van vrije meningsuiting en heeft zich voor de Nederlandse delegatie in de kwestie van de 'hate-speech' verdiept. Een definitie kan hij niet geven. “Ieder verstaat er het zijne of hare onder.” Bij Amnesty bestaan twee kampen: de Amerikaanse gedachte dat alles moet kunnen worden gezegd en de Europese gedachte dat zwakke groepen moeten worden beschermd tegen de uitdragers van de haat.
“In Amerika gaat de vrijheid van meningsuiting heel ver. Daar mag je voor de radio zeggen dat de president moet worden vermoord of dat gewapende strijd nodig is om de regering omver te werpen. Er wordt pas ingegrepen als geweld echt dreigt. Bijvoorbeeld als een groepje op weg gaat naar een overheidsgebouw om er een bom te leggen. Pas dan is de wet overtreden en is er sprake van direct aanzetten tot geweld.” Met de oorlogsherinneringen ligt de kwestie in Europa heel wat gevoeliger. De recente racistische uitbarstingen doen de mensenrechtenactivisten nog meer huiveren voor hate-speechende lieden. Het is theoretisch, maar geen Amnesty-medewerker zou eraan moeten denken de rechts-extremist Jean Marie Le Pen te adopteren als gewetensgevangene indien Frankrijk hem ooit arresteert op grond van racistische uitlatingen.
“Het belang van de zwakkere groepen gaat hier boven de vrijheid van meningsuiting. De Amerikanen moeten niets hebben van overheidsbemoeienis. De regering mag niets verbieden, omdat de bevolking beslist. Dat zijn de regels van de democratie. Meningsvorming moet van onder naar boven gaan en de overheid moet daar buiten blijven. Uiteindelijk zullen niet de slechtste meningen aanhang krijgen, denken ze in VS. Europeanen geloven niet zo heilig dat het goede het altijd van het kwade zal winnen, dat heeft de geschiedenis bewezen.”
Voorbeelden van gevangenen vanwege hate-speech, heeft Nieuwenhuis niet. Of het moet een Bengaalse leider van een minderheidsgroep zijn, die zijn grenzeloze haat tegen de meerderheid van de bevolking van Bangladesh de vrije loop liet, nadat het leger was begonnen met de ontruiming van het gebied waar zijn groep leefde. Hij dichtte de Bengalen alle slechte eigenschappen toe, zonder tot direct geweld aan te zetten. Maar de haat was gezaaid. Amnesty hoefde over dit geval niet lang na te denken, omdat de man weer snel vrij kwam.
Amnesty zal, denkt Nieuwenhuis, voorzichtig moeten zijn met haar oordeel over de hate-speech. Onderdrukkers kunnen een weigering van een gewetensgevangene gebruiken als rechtvaardiging voor het opsluiten van opposanten. Nederland heeft daar ervaring mee. “In Nederlands-Indië hebben wij de 'haatzaai-bepalingen' ingevoerd. Dat waren strafmaatregelen tegen Indiërs die haat zaaiden onder bevolkingsgroepen. Maar de verordeningen waren vooral bedoeld om mensen op te pakken die zich tegen het koloniale regime verzetten. Na de onafhankelijkheid heeft Indonesië de haatzaai-verordeningen gewoon overgenomen en gebruikt deze nu tegen oppositiegroepen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.