De auteur was ooit farmacochemicus, is thans predikant.
Kunnen die twee groeperingen, die beide het beste voor hebben met de zieke mens, niet samenwerken? Dat vraagt Paulus Morssink zich af (Podiumpagina 14 januari). Laat Trouw op zoek gaan naar personen die niet zweverig en niet cynisch, deze twee waarheden met elkaar verbinden, verzucht hij. Vervolgens worden ons vergezichten geopend: “Dan zullen we een (nog) onbekende waarde ontdekken in een nog nauwelijks betreden wereld met een taal die nauwelijks nog gesproken wordt.” Tja, daar kan natuurlijk nauwelijks iemand iets over zeggen!
Maar toch! Een paar dagen later (Podiumpagina 18 januari) dient zo'n persoon zich al aan. Jeroen Morssink, klassiek homeopaat. Hij legt ons uit dat we, om de werking van homeopatische middelen te kunnen bevatten, van paradigma moeten veranderen. We moeten onze kijk op de kosmos herzien.
Dat dat moeilijk is weten we uit ervaring. Kenmerkend voor zo'n stap is nu eenmaal dat je je er niets bij kunt voorstellen. Vijfhonderd jaar geleden was het ook aan de orde en toen viel het waarachtig niet mee. De man die ons voorgaat heet echter niet voor niets Einstein. Hij heeft, aldus Morssink, een tijdbom gelegd onder de wereldbeschouwing waarin de materie zo'n grote rol speelt. Materie is niets anders dan een bijzondere manifestatie van een energieveld.
Deze velden nu zijn inderdaad leuke dingen voor de mensen. In het bijzonder voor hen die werking op afstand willen verklaren. Hoe komt het dat magneten elkaar aantrekken of afstoten? Hoe weet die éne magneet dat die andere er is? Hoe weet de aarde dat de maan er is?
Al vóór Einstein waren mensen als Paraday, Maxwell en Lorenz, dankzij hun reproduceerbare en verifieerbare experimenten, in staat om natuurkundige verschijnselen te beschrijven met de veldtheorie. Elektrische ladingen, in rust of in beweging, wekken in de ruimte eromheen bijzondere toestanden op: elektrische en magnetische velden. De sterkte van die velden kan in elk punt berekend worden en is een maat voor de invloed die het veld uitoefent op geladen deeltjes binnen zijn invloedssfeer. Op die manier is ook de zwaartekracht te beschrijven.
Maar nu gaat Jeroen Morssink op een wel zeer zweverige manier aan de haal met gegevens die door natuurkundigen via noest reken- en experimenteerwerk boven water gehaald zijn. Natuurlijk is zowel een gedachte als een baksteen een reële werkelijkheid en je hoeft geen Einstein tot je beschikking te hebben om daar achter te komen. Op dezelfde manier is een verliefdheid, een ontroering en een griep dat. Einstein zou zich echter in zijn graf omdraaien, als hij er achter kwam dat op grond van zijn natuurkundige theorieën deze realiteiten werden toegeschreven aan energievelden. En dan nog wel velden zó dun en ijl dat ze niet te meten zijn!
Beste homeopaten, klassiek of modern, willen jullie jezelf serieus nemen en willen jullie serieus genomen worden, houd dan op met dit soort quasi-wetenschappelijk gepraat. Zeg gewoon: Ik weet ook niet precies hoe het werkt, maar de ervaring heeft geleerd dat een goed gesprek en een vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt van wezenlijk belang kunnen zijn voor herstel. Bedenk in stilte dat het geloof in de werking van druppels en pillen, zowel van allopate als homeopate oorsprong, zeker bijdraagt tot de genezing. Praat niet over kinetische energie die je door hard te schudden aan je middeltjes toevoegt. Die is er allang weer uit als het potje een half uur op de plank staat. Verzwijg om je eigen bestwil dat je gelooft in een energetisch veld met een hoge, niet waarneembare frequentie, dat in staat is de verstoorde 'levensenergie' c.q. frequentie van de zieke mens te herstellen.
Wees dankbaar en geniet van de mensen die door jou beter worden en vraag je in verwondering af: Hoe is het mogelijk?!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.