*

 
dossier

Archief

Schaatsers wanen zich in Japan op een techno-beurs

JOHAN WOLDENDORP − 07/02/98, 00:00

NAGANO - Met een woeste, halve indianenkreet riep een dolenthousiaste cameraman van CBS Johan van den Heuvel bij zich. Van den Heuvel is het schaatsgeweten van het Amerikaanse tv-station dat de rechten van de Olympische Winterspelen in bezit heeft. De Eindhovenaar stelt al sinds jaar en dag biografieën en recordlijsten samen. Hij is maf van cijfertjes en statistieken. Uit die combinatie trekt hij ook zijn semi-wetenschappelijke conclusies.

Hoewel Van den Heuvel al meer dan dertig jaar meeloopt in het schaatswereldje, deed de cameraman tijdens het sterk vertraagd afdraaien van beeldjes een ook voor de Brabantse kenner verrassende ontdekking. Bij het in slow motion aanschouwen van de slag van Rintje Ritsma zag hij helemaal geen ijs opspatten. Op grond van de beelden berekende Van den Heuvel dat de schaats van één van de grootste kanshebbers op olympisch goud op de 5000 meter (morgen) tot een hoek van 45 graden openklapt. Later nam de cameraman ook nog een 'lange Nederlander' waar, die vergelijkbaar rake klappen uitdeelde. Dat kon alleen Gianni Romme zijn. Bij veel anderen werd geen grotere hoek dan 30 graden gehaald, bij sommigen functioneerde de klapschaats nauwelijks als zodanig. En dat lag niet aan een vastgeroest scharniergewricht. De conclusie is duidelijk: de mogelijkheden van de klapper zijn zo talrijk dat verreweg de meeste schaatsers er nog maar een fractie van benutten. Er zal na 'Nagano' zeker een Olympiade (een tijdvak van vier jaar) overheen gaan voordat de toppers er het optimale rendement uithalen.

Een andere conclusie is dat er door een veelzijdiger gebruik van de beenspieren nog eens extra winst kan worden geboekt. Op de conventionele schaats doen sporters slechts een beroep op hun bovenbenen. De spieren van het kuitbeen blijven in ruste. Doordat de klapschaats een meer natuurlijke beweging tot gevolg heeft, kan de laatste spiergroep zich sterker ontwikkelen en wordt de musculatuur van de bovenbenen minder zwaar belast. Met als gevolg dat er ook minder snel belastingsblessures ontstaan.

En al moet de schaats op een schaats lijken, het aerodynamische schaatspak op een tweede huid zonder toeters en bellen als spoilers, siliconenstrips en vinnen, en een mens uiteindelijk ook op een mens, is schaatsen een puur technologische sport geworden. Vroeger, toen het pak nog uit een trainingsbroek, een trui en een wapperende ijsmuts bestond en het (natuur)ijs verre van gepolijst was, wierp de luchtweerstand even grote blokkades op als de ijsweerstand. Aan zowel het ene fenomeen, waarin de natuur overigens de grote regisseur blijft, als het andere valt veel te sleutelen. Door de aerodynamica en schaatsen indoor én op hoogte kan de luchtweerstand worden gereduceerd. Door het dweilen, het bevriezen van bijvoorbeeld osmosewater (zoals op de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen, wat prompt tot een mondiaal record op de vijf kilometer leidde) en andere technieken die resistentieverlagend werken, is de laatste decennia enkele tientallen procenten winst geboekt. Daarbij is de balans doorgeslagen ten gunste van de ijsweerstand.

Het meten van de 'schaatshoek', de afzetkracht en de spieractiviteit waren ook de uitgangspunten van het grootschalige onderzoek dat de aan de Vrije Universiteit in Amsterdam verbonden wetenschappers Gerrit Jan van Ingen Schenau, Jos de Koning en promovendus Han Houdijk onder alle kernploegleden verrichtten. Afgelopen najaar was een groep van negen personen drie weken lang elke dag tot diep in de nacht in Inzell in de weer om die componenten met een high speedcamera (die 100 beeldjes per seconde produceerde) te meten. Door op het been elektrodes te plakken, kon van tien spieren de activiteit worden bepaald. De hamvraag was echter wat voor iedere schaatser het ideale rotatiepunt van de klapschaats zou zijn. Het project werd gefinancierd door de STW (Stichting Technische Wetenschappen) en Body of Knowledge, de wetenschappelijke flankering van NOC-NSF.

“We hebben van iedere schaatser een complete techniek-analyse kunnen maken”, vertelt De Koning, “maar het was een enorm tijdrovend karwei. Beeld voor beeld hebben we de hoekpunten aangestipt. Per dag kostte dat vijf uur werk. We hebben echter nu alle gegevens over het krachtverloop en de spieractiviteit per schaatser in een database opgeslagen.” De kernploegleden werkten van harte mee aan het onderzoek; wat uniek is, omdat topsporters zich ongaarne als proefkonijnen laten gebruiken. De Koning: “Ze hadden geen keus, omdat iedereen nu op de klapschaats rijdt, maar ze kregen natuurlijk ook een objectief handvat.” De rapporten zijn vertrouwelijk. De kernploegschaatsers zijn immers elkaars concurrenten. “We hadden gehoopt”, zegt Houdijk, “dat we precies te weten zouden komen waar het rotatiepunt ligt, maar daar stoeien we nog een beetje mee. Het geeft ons voor de nabije toekomst waarschijnlijk wel nieuwe ideeën hoe het optimaler kan.”

Per schaatser waren de uitkomsten verschillend. De Koning: “Het gaat er om hoeveel energie hij of zij vrij kan maken. Stel dat je iets minder krachtig afzet, maar daarna wel een hogere snelheid ontwikkelt, dan heb je misschien meer resultaat dan wanneer je onze formule hanteert. Martin Hersman won twintig procent aan kracht, terwijl Gianni Romme voor ons gevoel lager zou moeten zitten. Maar dat kan weer niet omdat anders de bloedtoevoer naar zijn benen afklemt. Daarmee wil ik maar zeggen dat het puur maatwerk is.”

Geheim

Alle onderzoeken, in welk land ook, speelden zich in het diepste geheim af. De Olympische Winterspelen in de M-Wave zijn één grote techno-beurs. Daar worden vanaf morgen alle noviteiten ten toon gesteld. Zo gaan er geruchten dat de Japanners een hydraulische veer hebben gemonteerd. “Niets bijzonders”, reageert De Koning luchtig. “Inplaats van een gewone veer gebruiken ze een gasdrukveer.” En om aan te tonen dat het werk van de biomechanici van de VU ook nog niet af is, merkt Jos de Koning op: “Het wil niet zeggen dat het één as-systeem optimaal is. Misschien moet er nog iets tussen.”

Ondertussen schreidt de technologische vernieuwing voort. Twee onderzoekers van de Technische Universiteit in Delft, Leo Veldhuis en Nando Timmer, plakten ribbels op schaatspakken en merkten bij windtunnelproeven dat de winst per ronde tot een halve seconde zou oplopen. De kans dat hun vondst in Nagano in de praktijk kan worden getoetst, is klein. De ISU stelt niet toe dat er spoilers op de tweede huid worden aangebracht. Ritsma heeft het zogeheten flitspak wel getest, maar peinst er niet over het morgen aan te trekken; zelfs als de internationale bond het had gefiatteerd. “Je moet je afvragen of die rompslomp je een paar seconden winst waard is”, zegt Ritsma. De gemiddelde schaatser moet toch tureluurs worden van al die vernieuwingsverhalen; zeker in een olympisch jaar. “Die tam-tam hangt er altijd om heen”, zegt Gianni Romme, als wereldrecordhouder een al even grote kanshebber op goud op de 5000 meter als Ritsma. “Vier jaar geleden had iedereen de mond vol van FTN-schaatsen en condoomhoezen. Er kwam allemaal niets van terecht. Dat is ook niet erg, want je moet het zien als spelletjes waar je je tegenstander mee uit zijn concentratie probeert te halen.”

mailIcon print |