PARIJS (Reuter, AFP) - Nazi-leider Herman Göring maakte in de jaren '40 gebruik van Franse misdadigers en detectives om uit te vinden waar zich kunstschatten van Franse Joden bevonden. Een brief van Göring hierover is gevonden in het Amerikaanse Nationaal Archief in Washington. Göring schreef dat hij de kunstschatten haalde uit bergplaatsen die moeilijk waren te vinden. Via omkoperij en het gebruik van detectives en criminelen wist hij de kunstschatten in handen te krijgen.
De brief blijkt actueel nu Frankrijk heeft toegegeven dat bijna 2 000 kunstwerken die in nazi-tijd van Joden waren afgepakt zich in Franse musea bevinden. Göring stond er bekend om dat hij overal in Europa op zoek was naar kunstschatten, zowel voor het nazi-regime als voor zijn eigen privé-collectie.
In Parijs zou hij gebruik hebben gemaakt van de beruchte Bony-Laffont-bende die jacht maakte op verzetstrijders en Joden en hen uitleverde aan de nazi's in ruil voor een waarborg dat zij hun criminele activiteiten in Frankrijk tijdens de Duitse bezetting konden voortzetten. Inspecteur Bony was een vooraanstaande politie-rechercheur in Parijs die nauwe contacten had met de onderwereld. Henry Laffont was een bekend onderwereldfiguur en eigenaar van nachtclubs en hoerenkasten in de Parijse buurt Pigalle. Deze bende werkte samen met de Gestapo, de geheime dienst van de nazi's. Bony en Laffont werden beiden na de oorlog geëxecuteerd.
Het hoofd van het Europese Joodse Congres in Parijs, Serge Cwajgenbaum, heeft de brief van Göring en andere documenten vrijgegeven om Frankrijk te helpen bij een onderzoek naar deze werken. Een nieuwe commissie gaat uitzoeken welke kunstschatten de nazi's en de Franse collaborateurs van het Vichyregime zich tussen 1940 en 1944 hebben toegeeigend.
Andere documenten die aan persbureau Reuters werden getoond laten zien dat vanuit het Parijse hoofdkwartier van de Duitse Wehrmacht op 17 oktober 1943 opdracht werd gegeven tot het doorzoeken van huizen van Duitse officieren met als doel kunstschatten te achterhalen die van Joden waren afgepakt. Volgens een ander document bestond er een speciaal commando om kunstwerken bij Joden weg te halen en tegen de nazi's gerichten boeken en documenten uit openbare bibliotheken te verwijderen.
In het Amerikaanse Nationale Archief is ook een door de nazi's zelf opgestelde lijst van in Frankrijk gestolen joodse kunst gevonden. De lijst bestaat uit 79 verzamelingen en is opgesteld door Alfred Rosenberg, een naaste medewerker van Hitler. De gestolen kunst behoorde toe aan beroemde verzamelaars als de Rothschilds, de Wildensteins en David Weill. De werken, waaronder Oude Meesters en Impressionisten, zouden vele honderden miljoenen waard zijn.
Vijf verzamelingen op de lijst omvatten samen in totaal 21 903 stukken kunst. “Sommige daarvan zijn teruggegeven, sommige niet”, zei de vicevoorzitter van het Joods Wereldcongres Kalman Sultanilk.
De Franse musea ontkennen dat ze niets ondernemen om de kunstwerken die oorspronkelijk van Joden waren terug te bezorgen. De directrice van de Franse nationale musea, Françoise Cachin, zegt dat de meeste van deze schilderijen door niemand worden teruggevraagd. Dat betekent volgens haar dat die stukken “tijdens de bezetting niet zijn gestolen maar verkocht”. Ze noemt het schokkend dat de musea afgeschilderd worden als 'helers'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.