*

 
dossier

Archief

De opmars der contra-tenoren

FRANZ STRAATMAN − 09/01/97, 00:00

We kennen ze maar al te goed: de drie tenoren. Eigenlijk is er maar één die de rage draagt: Luciano Pavarotti. Hij is dè tenor, en wanneer hij in het voorjaar komt zingen in dè Arena, zal het stadion ongetwijfeld vol zitten.

Zijn kleine collega José Carreras vertoont zich op 19 januari in hèt Concertgebouw; prijzen tussen 85 en 250 gulden! Ik maal er niet om: mijn tenor is Plácido Domingo, niet alleen dè stem, maar ook dè artiest. Helaas komt hij niet, want hij is vooral druk als dirigent en directeur van de opera van Washington.

In Nederland kennen we ook de drie baritons: Marco Bakker, Henk Poort en Ernst Daniel Smid. Hoezeer ik het smeltend sentiment van Bakker apprecieer, toch is Poort voor mij dè bariton uit dat drietal; een compleet artiest zoals hij onlangs bewees bij de Reisopera.

'De drie bassen' hebben zich nog niet aangediend. Hoe zou dat trio er uit zien? Wie een zinnige suggestie heeft, kan een briefkaartje aan ondergetekende sturen met uw favoriete trio; bij voldoende inzending zal dat zeker tot een column leiden. Een eventueel prijsje bedenken we achteraf.

We zijn nog niet uitgeput wat betreft de mannenstem. De topstem behoort immers aan de contra-tenor. Naar het Engels doorgaans als counter-tenor betiteld, in toenemende mate naar Frans gebruik als haute-contre omschreven en ook aangeduid als altus, om onderscheid te maken met de vrouwen-alt. In die klankregio beweegt de counter-tenor zich.

Wie mogen we betitelen als 'de drie countertenoren'? Het Festival Oude Muziek presenteerde ze in 1995: Andreas Scholl, Dominique Visse en Pascal Bertin. Het trio maakte er toen een hilarisch optreden van, mèt pastiches op dè tenoren. Mijn favoriet was beslist de Duitser Andreas Scholl, een volle, krachtige en expressieve stem. Hij is dè alt in de komende uitvoeringen van de Mattheus Passie door de Nederlandse Bach Vereniging (acht keer tussen 21 en 29 maart). Maar er zijn ook heel andere trio's samen te stellen, meer op basis van de stemkwaliteit en de artistieke uitstraling. Wat te denken van een drietal: Michael Chance, Gérard Lesne en Derek Lee Ragin. Een toptrio met verschillende stemkarakters. Of: uit de jongere garde: Robin Blaze, Charles Brett en Drew Minter. Dat de Engelse sfeer overheerst is geen wonder. De Engelse koortraditie koestert de hoogste mannenstem, en in Engeland zorgde de legendarische Alfred Deller voor een revival die nu een halve eeuw oud is. Op het vasteland ontwikkelde de Belg René Jacobs zich in de jaren zeventig en tachtig tot een lichtend voorbeeld; hij liet een voller, donkerder geluid horen dan zijn Engelse collega's als Paul Esswood en James Bowman, doorgaans falset-stemmen (de counter-tenor), terwijl Jacobs vanuit een natuurlijke binding met zijn borstregister doorzong, het karakter van de Franse haute-contre.

In een interview in het Tijdschrift voor Oude Muziek, zijn stem omschrijvend, zei de Fransman Gérard Lesne: “Ik heb heel veel werk gestoken in de voce mista, het zo goed mogelijk gemengde gebruik van kopstem en borststem. Daardoor heb ik een grote muzikale bandbreedte. Ik ben niet zo gespecialiseerd in het hoge register als Michael Chance of Derek Lee Ragin. Ik heb meer op het lage en middenregister gewerkt. Een beetje volgens de raadgevingen van René Jacobs, die serieus heeft nagedacht over deze kwestie en die veel invloed op mij heeft gehad.”

Beide zangers, Lesne en Chance, zingen binnenkort vlak na elkaar in Nederland. Lesne zal, met klaveciniste Blandine Rannou en cellist Bruno Cocset een recital geven op 11 januari om 20 uur in Baarn, in de Paaskerk, Oude Utrechtseweg 4a met het repertoire waarin hij momenteel uitblinkt, namelijk Franse en Italiaanse barok. Chance zingt een Engels program-ma (met veel Dowland, plus Purcell en Campion) op 14 januari in het Amsterdams Concertgebouw om 20.15 uur en een avond later in de Pelgrimsvaderskerk te Rotterdam-Delfshaven, begeleid door luitist Fred Jacobs. De jonge impresario Fred Luiten werpt zich enthousiast op de markt voor barok en wijdt zeer gedurfd een serie aan de countertenor in het Amsterdams Concertgebouw. Voor het seizoen 97-98 kondigt Luiten ambitieus nu al aan dat hij naast Chance ook Scholl heeft gecontracteerd. Hij heeft de markt goed aangevoeld: de contratenor is in opmars.

mailIcon print |