LIMA - “Wij vechten voor de vrede en het leven, vrijheid voor de gijzelaars.” Duizenden vrouwen zijn naar de Japanse ambassade in Lima gekomen. Afkomstig uit de armste wijken van de Peruaanse hoofdstad, gekleed in witte blouses en zwarte rokken, verkondigen ze de vredesboodschap van het volk. Zo luid, dat de guerrillastrijders van Tupac Amaru, die de ambassade beet houden, hen wel moeten horen.
“Tupac Amaru strijdt niet voor de armen. De regering moet geen concessies doen, want als de terroristen die nu gevangen zitten, vrijkomen doden ze onze kinderen; de kinderen van het volk.” De tekst van het lied wordt massaal meegezongen.
Honderden journalisten wachten bij de woning van de Japanse ambassadeur al bijna een maand op de vrijlating van de nog 74 resterende gijzelaars. Na een lange impasse van een week, waarin geen enkele gijzelaar werd vrijgelaten, heerst in Lima opnieuw een voorzichtig optimisme. Sinds enkele dagen wordt er weer gepraat, wordt er weer onderhandeld. Maar president Alberto Fujimori wil nog steeds geen enkele concessie doen: “Eerst alle gijzelaars vrij en dan valt er te onderhandelen over een vrije aftocht voor de terroristen.”
Fujimori zegt nadrukkelijk voor een geweldloze oplossing van het gijzeldrama te kiezen. De Peruaanse krant El Sol berichtte zondag dat onder meer Nederland anti-terreurcommando's heeft aangeboden om de gijzeling snel tot een einde te brengen, maar Fujimori verwees dit verhaal onmiddellijk naar het rijk der fabelen. “We hebben een dergelijk aanbod niet gekregen en als een land ons op deze manier wil helpen zullen we dat niet accepteren.”
Het Japanse televisiestation Fuji News Network Japan heeft zijn toevlucht gezocht tot het terras van het Frans-Peruaanse restaurant La Bonbonnière, op vijftig meter afstand van de ambassade. Slechts een hekwerk en twee rijen zwaar bewapende politieagenten scheiden de mediavertegewoordigers van de Japanse residentie.
Fuji News, een van de grootste Japanse televisiestations, is met zo'n 35 journalisten en fotografen vertegenwoordigd. 24 uur per dag proberen ze Japan en de Japanse gemeenschappen in Peru en de Verenigde Staten van nieuws te voorzien over de gijzeling. En dat valt niet altijd mee want de actie van de MTRA-strijders heeft tot nu toe ook veel 'niet-nieuws' geproduceerd. Daarom heeft de 29-jarige Hiroyuki Ueno, verslaggever van het persbureau, wel enig begrip voor zijn landgenoot die vorige week zonder toestemming van de autoriteiten de ambassade wist binnen te dringen en de guerrillastrijders interviewde. “Maar met die actie heeft hij wel het leven van de gijzelaars in gevaar gebracht en andere journalisten het werken moeilijker gemaakt. De politie gaat nu meer controleren en wordt veel zenuwachtiger.”
De honderden Peruaanse agenten treden echter zonder uitzondering beheerst op. “Heeft Nederland ook een leger?”, wil agent Nestor Sepulveta weten. Hij wijst op de tientallen rood-wit-rode nationale vlaggen die op de daken van alle huizen en gebouwen in de omgeving staan. “Een signaal van solidariteit met de gijzelaars, een prachtige vorm van geweldloos protest tegen de terroristen.”
Amilcar Quiros Villa Nueva, medewerker van een nabijgelegen supermarktje, hoopt op een snelle, geweldloze oplossing van de bezetting, hoewel het drama het buurtwinkeltje geen windeieren legt. “Heel Peru bidt voor een goede afloop. We verliezen dan wel klanten maar er blijven er nog genoeg over. De schappen van de winkel zijn goed gevuld met 'Bella Holandesa', melkproducten van een Friese zuivelonderneming.
Elke rimpeling in de bijna dodelijke monotonie voor het zich vervelend mediacircus is een geschenk uit de hemel en leidt soms tot een kleine volksverhuizing op de vierkante meter. Een gerucht dat de regeringsonderhandelaar Domingo Palermo in aantocht is, veroorzaakt lichte paniek. Als het Rode Kruis 's avonds om half zeven eten komt brengen, verdringen tientallen fotografen zich om de beste plaatjes te schieten. In rode pakken gestoken mannen en vrouwen van de vrijwillige brandweer in Lima geven de plastic kratten met eten door aan de vertegenwoordigers van het Rode Kruis, die het voedsel naar de gijzelaars en gegijzelden brengen. Broodjes, frisdrank en vele, vele thermosflessen koffie. “Ze waren er erg blij mee”, zegt een Rode-Kruisman een uur later bij terugkomst tegen een batterij microfoons.
'Jezus komt snel', luidt de tekst op een houten kruis dat onderdeel vormt van een groot altaar. De gehele dag branden hier kaarsen voor de gijzelaars. Er liggen heiligenbeelden, foto's van de paus, rozenkransen, bidprenten, stichtelijke gedichten en lectuur; voor de 58-jarige Hilda Pérez, beheerster van het altaar, is religie een vorm van troost en steun in moeilijke tijden. 's Avonds houdt ze de journalisten gezelschap die naar de voetbalwedstrijd Peru-Chili kijken. Ach waarom ook niet; in Latijns-Amerika is voetbal religie. “Ik vertrouw op God dat Peru wint”, zegt Hilda, “wij spelen toch een thuiswedstrijd? God is toch altijd voor de thuisploeg?”
Voetbal leidt even af van de gijzeling, zoals ook het historische bezoek van de Ecuadoraanse president Abdalá Bucaran aan aartsvijand Peru voor één dag de gijzelaars van de voorpagina's van de kranten weert. “Een andere president zou het bezoek van Bucaran hebben afgelast”, zegt een Peruaanse journalist, “maar Fujimori geeft een duidelijk signaal: het leven gaat gewoon door.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.