Van onze kerkredactie AMSTERDAM - De hervormde synode dreigt aanstaande woensdag “op ondeugdelijke gronden” te besluiten tot sluiting van de hervormde predikantenopleiding in Amsterdam. Sterker nog, de basis van de besluitvorming wordt gevormd door een “samenstel van halve en hele onwaarheden”, aldus de gereformeerde nieuwtestamenticus dr. S. Noorda, lid van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam.
In maart 1996 gaf het dagelijks bestuur van de hervormde kerk de commissie voor theologisch wetenschappelijk onderwijs (CTWO) opdracht zich te bezinnen op de toekomst van de vier predikantenopleidingen. Die toekomst ziet er problematisch uit in het licht van onder andere voortgaande bezuinigingen, teruglopende studententallen, een teveel aan hoogleraren, kritiek op het academisch gehalte van de opleiding en een tekort aan jonge, hoogwaardige onderzoekers.
De commissie kwam in het najaar (onder andere) met de aanbeveling om op korte termijn de opleiding in Amsterdam dan wel die in Leiden te sluiten, waarbij het voortbestaan van 'Leiden' de voorkeur had boven dat van 'Amsterdam'. Op de iets langere duur zou, volgens de CTWO, ook 'Groningen' of 'Utrecht' het loodje moeten leggen.
De suggestie de opleiding in Amsterdam te sluiten leidde tot een woedeuitbarsting bij de lutherse Samen op Weg-partners; de evangelisch-lutherse en doopsgezinde kerken werken in Amsterdam broederlijk met de hervormde kerk samen. Zij zijn tot november door de veel grotere hervormde kerk niet of nauwelijks bij de besluitvorming betrokken.
Om de lutheranen niet nog meer voor het hoofd te stoten, hakte de hervormde synode in november 1996 de knoop nog niet door en benoemde eerst een gemengde hervormd-lutherse commissie om de zaak nog eens te bekijken. En het is deze groep kerkbestuurders die een week geleden het door Noorda gewraakte en gekraakte rapport deed uitkomen. Daarin wordt de kwaliteit van de opleiding in Leiden duidelijk hoger gesteld dan die in Amsterdam.
Overigens komt de werkgroep (anders dan de samenstellers van eerdere rapporten) niet tot een dwingende aanbeveling 'Amsterdam' te laten vallen. Integendeel, de werkgroep pleit ervoor eerst te kijken of een gezamenlijke Samen op Weg-opleiding in het westen des lands zou kunnen worden opgebouwd en daarna pas te besluiten over de vestigingsplaats. Maar het hervormde moderamen besloot in het besluitvoorstel voor de synode toch te pleiten voor het 'primaat van inhoud en kwaliteit van de opleiding' en daarmee voor 'Leiden'.
Noorda's kritiek begint al bij de vraag die de werkgroep zich stelde, te weten 'Leiden of Amsterdam?' De colleges van bestuur van de vier betrokken universiteiten hebben samen de hervormde synode een brief gestuurd waarin ze wijzen op een, volgens Noorda, goed alternatief: houdt alle vier de opleidingen open, bezuinig op het aantal hoogleraren en laat de docenten op verschillende plekken lesgeven. “We stelden ons als besturen open voor overleg, maar we zijn niet geraadpleegd, de hervormde kerk wil helemaal niet nadenken over een alternatief voor sluiting”, aldus Noorda.
'Een onterecht verwijt', vindt het commissielid ds. Van der Aa. “De optie handhaving van de bestaande situatie ís uitvoerig besproken, en afgewezen. Die lag in november bij de synode op tafel. De colleges van bestuur schreven ons pas op 7 januari, da's aan de late kant. In november is die mogelijkheid gewogen en met argumenten afgewezen. De opdracht aan onze commissie was één vestigingsplaats aan te wijzen in de zogenaamde westelijke cluster. Wat het overleg betreft: er is contact geweest met de belanghebbende colleges van bestuur. Maar onze gesprekspartners zijn in de eerste plaats de theologische faculteiten en niet de colleges van bestuur. ”
De gronden waarop de werkgroep 'Leiden' vervolgens hoger waardeert dan 'Amsterdam' zijn in Noorda's ogen voor het merendeel “volstrekt ondeugdelijk” en “half tot geheel onwaar”. Zo voert de werkgroep (ds. Van der Aa, ds. J. W. Roodenberg, prof. Van den Brom en namens de lutherse kerk Ds. Van den Berg en dr. H. van der Meer) gebrekkige huisvesting op als een argument tegen 'Amsterdam'. “Wij hebben nota bene als eerste college van bestuur een contract met de hervormde kerk gesloten over de behuizing! We hebben ze daarna nog een geheel nieuw pand aangeboden! We hebben nooit één klacht gehoord. En opeens is er sprake van te kleine zaaltjes, verkeerslawaai en dat soort dingen.”
'Heel suggestief' vindt Noorda de opmerkingen van de werkgroep over het dreigende afsterven van de Amsterdamse school. De continuïteit van de eigen Amsterdamse traditie zou op het spel staan, in het bijzonder sinds het vertrek van de hoogleraar Oude Testament Deurloo. “Maar die is nou net van de faculteit naar de predikantenopleiding gegaan. Er is geen enkele reden om te vrezen voor de continuïteit.”
Een (zwaarwegend) argument tégen 'Amsterdam' en voor 'Leiden', erkent Noorda, is het feit dat 'Leiden' in meer dan één studie naar de theologie-beoefening in Nederland op onderzoeksgebied tot de besten wordt gerekend, terwijl 'Amsterdam' volgens de experts onder de maat presteert, althans presteerde in de jaren 1980-1993. “Dat Leiden beter is in onderzoek, dat betwisten wij niet, maar er wordt aan gewerkt.”
Als de synode in navolging van het hervormde moderamen besluit inhoudelijke en kwaliteits-criteria toe te passen - en daar kan alleen de synode toe besluiten - dan moet het 'Leiden' worden, in de ogen van de commissie waar Van der Aa toe behoort. Maar als 'kerkpolitieke' criteria meewegen dan gooit 'Amsterdam' hoge ogen: vanwege de oude, hechte samenwerking met de lutheranen, vanwege de directe nabijheid van de gereformeerde VU-theologen, kortom vanwege de grotere mogelijkheden om in Amsterdam een bloeiende, gezamenlijke predikantenopleiding van de Samen op Weg-kerken op te bouwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.