Winkelvormen komen en gaan. De kleine buurtkruidenier is vrijwel verdwenen, slagers en groentezaken krijgen het steeds moeilijker. De bazar, een warenhuis waar tientallen zelfstandigen ruimte konden huren, is al een eeuw ter ziele. Nieuwe winkeltypes kwamen op. Supermarkten bestaan in West-Europa sinds een jaar of dertig, de nog grotere hypermarkten zijn nog recenter. In de Verenigde Staten en Frankrijk althans; in Nederland maar ook in Duitsland komen ze nauwelijks voor.
De voor Nederland nieuwste winkelvorm is het benzinestation annex supermarkt, waarvoor Shell en Albert Heijn deze week plannen openbaarden. Oude winkelvormen worden vervangen door nieuwe, omdat ze aansluiten bij nieuwe leefgewoonten. Het Shell/AH-initiatief lijkt daar goed in te passen. Gemak dient de mens. Uit het werk op weg naar huis, even tanken en meteen boodschappen doen. Maar tegenover dit gemak staan maatschappelijke kosten, en die zijn reden om niet zo enthousiast te zijn over het idee. Winkels, pal langs de snelweg, trekken extra verkeer aan, zeker als ze ook op zondag open zijn. Al beginnen Shell en AH dan in eerste instantie in de steden, pompen langs de weg zullen volgen.
We zitten in het overvolle Nederland niet te wachten op initiatieven die de automobiliteit permanent bevorderen. Niet voor niets is de landelijke en lokale politiek in dit land nog altijd terughoudend over winkelvestigingen buiten de bebouwde kom, de zogeheten 'perifere detailhandel'. Meubelzaken en bouwmarkten die volumineuze goederen verkopen; dat kan op bedrijfsterreinen in het vrije veld. En sinds een paar jaar kan er in dertien, door de rijksoverheid aangewezen centra, wat meer.
De gemeentebesturen waaronder die dertien centra vallen, staan echter bijna geen van alle supermarkten toe. Men wil de levensmiddelendistributie in woonwijken niet uithollen. Net zo min als men de positie van de winkels in het stadscentrum wil aantasten via winkels in het open veld. Ook bij verpaupering van een stadshart is er sprake van maatschappelijke kosten.
De combinatie benzinepomp-supermarkt doorkruist het beleid om de levensmiddelenvoorziening in woonwijken in stand te houden. Nog zijn er wettelijke beperkingen. De omzet van de pomp/supermarkt moet voor minstens 50 procent bestaan uit benzine en aan de auto verwante producten. Maar als Shell en AH gaan klagen over te veel regeltjes, en een volgende minister van economische zaken gooit nog wat meer regels overboord ten gunste van de marktwerking, dan staat er binnen de kortste keren een reusachtige supermarkt aan de snelweg waar je ook nog kunt tanken. En dan maar roepen om een verbreding van die snelweg.
Zo'n supermarkt zal vaak 24 uur per etmaal open zijn, zelfs al in de bescheidener vorm waarmee Shell en AH beginnen. Niet dat het halen van een paar vergeten boodschappen om elf uur 's avonds de gewone supermarkt de das omdoet. Toch, de openstelling op zondag zal de concurrent wel degelijk voelen in zijn weekomzet.
We stellen ons over winkelen op zondag niet star op. In toeristische centra als Scheveningen en Valkenburg is dat best. En elders op een beperkt aantal zondagen per jaar. Maar de permanent geopende supermarkt bij de pomp lijkt een verdere verschuiving naar de 24-uursecononie. Hoe ver we willen gaan is ook hier een afweging tussen gemak en maatschappelijke offers. Zeker is dat een vaste dag per week, waarop voor de meeste mensen sociale contacten belangrijker zijn dan werk, weer verder wordt opgeofferd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.