GOUDA - Eén loket waar alle kinderen met problemen terecht kunnen. Vanaf 1 januari 1998 moet iedere regio in Nederland zo'n loket hebben. De regio Midden-Holland heeft vandaag al de primeur. Hulpzoekende ouders daar zullen niet meer van het kastje naar de muur worden gestuurd. Eén telefoontje met het Centrum voor jeugdzorg in Gouda, en ze mogen erop vertrouwen dat hun kind terechtkomt waar het wezen moet.
Nu blijkt dat vaak van het toeval af te hangen, weet R. Mooij, directeur van RCJ Midden-Holland, één van de participanten in het Goudse Centrum voor jeugdzorg. “Als je hulp nodig hebt, en je hebt toevallig kennissen die een goede ervaring hebben gehad met het Riagg, ga je met je kind daar naar toe. Loop je dan toevallig langs een stichting jeugdhulp, dan loop je daar naar binnen. En uit de vele dossiers blijkt, dat clieéten bij zo'n hulpverlener blijven, terwijl het nog maar de vraag is, of het de juiste plek is voor dat kind of dat gezin.”
Maar even vaak gebeurt het ook dat instellingen hun cliënten, na vele indringende geprekken om erachter te komen wat nu precies het probleem is, zonder pardon verwijzen naar een andere instantie. Omdat bij nader inzien het kind andere hulp behoeft. De verhalen zijn legio, van ouders en kinderen die keer op keer hun verhaal opnieuw moeten vertellen aan weer een volgende hulpverlener. Om vervolgens op een ellenlange wachtlijst van een andere te worden geplaatst.
Elske ter Veld zei het anderhalf jaar geleden, als voorzitter van een commissie die onderzoek had gedaan naar het functioneren van de jeugdzorg in Nederland. “De jeugdzorg is verbrokkeld, onoverzichtelijk en verre van efficiënt. Zij biedt onvoldoende antwoord op de toenemende problemen van de jeugd. Een ingrijpende wijziging van de organisatie is nodig.”
De commissie stelde voor, dat er per provincie of regio één aanspreekpunt moest komen voor jeugdigen, hun ouders of verwijzers. Een bureau jeugdzorg waarin alle instellingen samenwerken. De toenmalige ministers d'Ancona (WVC) en Kosto (Justitie) namen die suggestie direct over in hun notitie 'Regie in de jeugdzorg' die vorige zomer verscheen. In het op Prinsjesdag gepresenteerde 'Beleidskader jeugdzorg 1996-1999', bouwen de staatssecretarissen Terpstra (Welzijn), Schmitz (Justitie) en Netelenbos (Onderwijs) voort op de ingezette lijn.
Overal in het land vinden nu al gesprekken plaats tussen jeugdhulpverleningsinstellingen over samenwerking. Het voornaamste doel is de toegang tot de jeugdzorg te verbeteren, laagdrempeliger en overzichtelijker.
In de regio Midden-Holland (240 000 inwoners) zaten de directeuren van de diverse jeugdhulpinstellingen al met elkaar om de tafel, lang voor Elske ter Veld met het bureau jeugdzorg op de proppen kwam. Zij gaven er alleen een andere naam aan.
“Dat het toch zo lang heeft geduurd voor we tot dit éne centrum kwamen heeft een ordinaire reden”, zegt Mooij. “We hebben hier te maken met zeven verschillende organisaties met ieder een eigen cultuur. Voor die bij mekaar gebracht zijn!”
Vier instellingen betrekken vandaag samen een nieuw pand midden in een woonwijk in Gouda. Mooijs RCJ Midden-Holland (Boddaertcentra, medische kleuter-dagverbijven, dagpleegzorg en crisisopvang), de afdeling jeugdzorg van het riagg, de stichting Jeugdzorg Den Haag/Zuid-Holland-Noord en de stichting Spel- en opvoedingsvoorlichting. Hun telefoonnummer is ook de toegang tot drie andere instellingen voor jeugdhulp: BJ Midden-Holland, het algemeen maatschappelijk werk De Vierstroom en Het Woonhuis (opvang jongeren).
Deze zeven organisaties hebben een gezamenlijk intake-team. “Dat was nog niet zo makkelijk als het lijkt”, zegt Mooij. “Alleen al om te bepalen welke gegevens op een gezamenlijk intake-formulier moeten staan, daar gaan weken overheen. De éne instelling heeft aan een naam en adres genoeg om hulp te verlenen, de andere wil op het intake-formulier ook al de voorgeschiedenis van een gezin kunnen lezen. Het riagg moet een ziekenfondsnummer weten, een ander vindt het nodig te weten waar de andere kinderen van het gezin op school zitten. En ga zo maar door. De intake moet zo volledig mogelijk zijn wil je voorkomen dat cliënten niet alsnog her en der hun verhaal opnieuw moeten vertellen.”
Het intake-team bestaat uit deskundigen van de verschillende participanten van het Centrum voor jeugdzorg. Zij voeren de eerste gesprekken met kinderen en ouders om duidelijk te krijgen bij welke hulp een kind het best is gebaat. Het team beslist vervolgens waar het wordt geplaatst. Bij een van de zeven organisaties in Midden-Holland of daarbuiten. De hulpverleningsinstelling mag een cliënt die door het gezamenlijke team is geplaatst niet weigeren.
Spreekkamer
In het Centrum voor jeugdzorg heeft ook de Raad voor de kinderbescherming een spreekkamer. De kinder- en jeugdpsychiatrie is er niet vertegenwoordigd. “Maar we zullen kinderen ook daarheen begeleiden als dat nodig blijkt”, aldus Mooij. “In onze hele regio zijn ook geen kindertehuizen. Maar onze verantwoordelijkheid houdt niet op bij de grenzen van onze regio. Die houdt pas op als de cliënt een aanvaardbare plaats heeft in een instelling. Is er bij die instelling een wachtlijst, dan is het aan het intake-team om te bekijken wat er in de tussentijd nodig is, om te zorgen dat ouders het met een kind volhouden.”
De commissie onder leiding van Ter Veld had destijds ook veel kritiek op het werken vanuit het aanbod in de jeugdzorg. Mooij: “Kijken dus naar welke opvangmogelijkheden je op dat moment hebt. En minder aandacht hebben voor wat er om dat moment wordt gevraagd door de cliënt. De jeugdzorg moet meer vraaggericht gaan werken. Dat is duidelijk. Maar dan moet je wel eerst goed zicht hebben op de vraag. Lastig als iedere instelling haar eigen registratie heeft.
Op het Centrum voor jeugdzorg vindt nu een centrale registratie plaats voor onze hele regio. Dat betekent wel, dat als over een paar jaar blijkt, dat er minder plaatsingen zijn in medische kleuter-dagverblijven, dat we daar moeten gaan krimpen en bijvoorbeeld de crisisopvang moeten uitbreiden.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.