Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - Cyprus. Ruim dertig jaar al kost dit kleine eiland de internationale gemeenschap hoofdbrekens en handenvol geld. De boel de boel laten is echter geen optie. Want er kan op dit officieel onafhankelijke eiland in de Middellandse Zee niets gebeuren, of Griekenland en Turkije spelen op hun poot. 'De kwestie Cyprus' is daarmee een zaak van twee goed bewapende landen die elkaar al herhaalde malen met oorlog hebben gedreigd.
Aanleiding voor de oplopende spanning rond het vakantieparadijs is deze keer het besluit van de (Griekstalige) Cypriotische regering om een aantal Russische S-300-raketten aan te schaffen.
Officieel dienen die slechts ter verdediging. Op dat deel van het eiland waar Nicosia niets in te brengen heeft, zien ze dat echter anders. Dat is het deel waar Rauf Denktash het voor het zeggen heeft, samen met zo'n 30 000 man Turkse troepen. Die beschouwen die raketten als aanvalswapens: tegen de onafhankelijke Turkse Republiek Noord-Cyprus, dat deel van Cyprus dat internationaal weliswaar niet als onafhankelijke staat wordt erkend, maar zich wel als zodanig gedraagt.
Die tweedeling van Cyprus duurt inmiddels ruim 22 jaar, de spanningen tussen Grieken en Turken op het eiland zijn nog veel ouder. Ze kwamen tot uitbarsting vrijwel meteen nadat de Britten in 1960 een eind maakten aan hun koloniale aanwezigheid. Gewelddadige botsingen leidden er in 1964 toe dat de eerste VN-blauwhelmen hun opwachting maakten. Die konden een verdere verslechtering van de verhouding niet voorkomen. Net zomin als ze konden verhinderen dat in 1974 Turkse troepen een deel van het eiland bezetten als reactie op een staatsgreep van pro-Griekse nationalisten die ervan verdacht werden uit te zijn op enosis, aansluiting van Cyprus bij Griekenland.
De coup mislukte, maar de blauwhelmen noch de Turkse troepen vertrokken. De verdeling van Cyprus werd met de verhuizing van 42 000 Turks-Cyprioten naar het noorden en 200 000 Grieks-Cyprioten naar het zuiden geconsolideerd. De leider van de Turks-Cyprioten, Rauf Denktash, heeft er nooit enig misverstand over laten bestaan dat er wat hem betreft geen sprake van kan zijn dat beide delen van het eiland ooit worden verenigd. Ankara, dat het ministaatje financieel en militair op de been houdt, denkt er net zo over.
Tanden
De internationale gemeenschap heeft allerlei pogingen tot oplossingen ondernomen. Maar zelfs Richard Holbrooke, architect van het (Bosnië-)akkoord van Dayton, beet er vorig jaar zijn tanden op stuk. Want 'Cyprus' is zowel oorzaak als gevolg van de verziekte verhouding tussen beide landen.
Amper een jaar geleden leidde een, overigens illegale, bezetting door Turkije van een rotsblok in de Egeïsche Zee ook al tot een bijna-oorlog tussen Turkije en Griekenland. Voor Griekenland was het conflict rond de rotsblok Imia (dat in wezen een gevecht is om territoriale rechten in en daarmee vrije doorgang door de Egeïsche Zee) aanleiding om de wapenuitgaven drastisch te verhogen. Eind vorig jaar kondigde premier Simitis een groot moderniseringsprogramma aan, dat ondermeer voorziet in de aanschaf van vierhonderd tanks, zestig gevechtsvliegtuigen en twee onderzeeërs. Bovendien werd besloten om met het 'Griekse' deel van Cyprus een gezamenlijk luchtverdedigingssysteem op te zetten.
Voeg daarbij het besluit van Nicosia raketten te gaan plaatsen en Ankara - dat overigens nog altijd veel beter bewapend is - vond deze week voldoende aanleiding om hoog van de toren te blazen. Minister van buitenlandse zaken Tansu Çiller herhaalde het gisteren: “Als die raketten worden neergezet, zullen wij doen wat nodig is. Als dat betekent dat we ze moeten aanvallen, dan zullen ze worden aangevallen.” En Denktash nam meteen de gelegenheid te baat om terug te komen op een eerder gedane toezegging mee te zullen werken aan een recent VN-initiatief om (opnieuw) te gaan onderhandelen.
De VS en de Europese bondgenoten maken zich om meer dan één reden zorgen. Afgezien van de dreiging van oorlog, is er de vrees dat Turkije - vanwege zijn centrale ligging tussen de roerige gebieden op de Kaukasus en in het Midden-Oosten een uitermate belangrijke bondgenoot voor het Westen - zich, mede door de conflicten met Griekenland, meer en meer van datzelfde westen zal afkeren. Al jaren probeert het land lid te worden van de Europese Unie, maar hoewel ook twijfels in de héle Unie over de mensenrechtensituatie in Turkije een rol spelen, wordt het land met name door Athene nog altijd buiten de deur gehouden. Weliswaar vormt Turkije sinds vorig jaar een douane-unie met de EU, het heeft daar, aldus de Duitse minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel deze week, nog niet veel aan gehad. “Turkije voelt zich onheus bejegend door Europa”, aldus Kinkel, “Ankara heeft nog geen cent voordeel gehad van de douane-unie, omdat Griekenland steeds op de rem trapt.”
De VS hebben deze week zo'n beetje alle partijen in de regio de wacht aangezegd. De nieuwe minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright kondigde aan dat de VS het komende jaar extra inspanning zullen leveren om tot een oplossing voor de kwestie-Cyprus te komen. Maar, zei ze: dan moeten alle partijen ook bereid zijn stappen te zetten die daaraan bijdragen. En daar zit hem nou net de kneep.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.