De inwoners van Amsterdam en Rotterdam mogen zich op 17 mei en 7 juni uitspreken over de opdeling van hun stad in een stadsprovincie. Uit enquêtes blijkt dat meer dan de helft van de Rotterdammers en Amsterdammers tegen is. Maar omdat zij ook al geen liefhebbers van referenda zijn, wordt verwacht dat de opkomst ook nog zwaar zal tegenvallen. Amsterdam vindt de uitslag representatief genoeg als 34,1 procent van de stemgerechtigden komt opdagen. Rotterdam werpt een hogere drempel op: ongeveer 50 procent. Of dat gehaald wordt is de vraag. Bij het laatste referendum in Amsterdam, over het verkeersbeleid in de binnenstad, kwam slechts 27,6 procent opdagen. De Amsterdamse Wilma Vinck en de Rotterdammer Jim Postma gaan zeker stemmen, want: ze moeten met hun poten van mijn stad afblijven. Jim Postma (47) is, behalve Rotterdammer, filmproducent.
Moet je nagaan, terwijl de mond vol is van de Europese eenwording, wordt Rotterdam, net zoals Joegoslavië, versnipperd. En al is het dan de grootste havenstad, meer dan een dorpje aan de Maas is Rotterdam in vergelijking met Londen, Parijs of Madrid toch ook weer niet. De arrogantie van Peper en de zijnen is onbegrensd. De gemiddelde Rotterdammer vraagt nog steeds naar het 'waarom' van de opdeling. Maar een antwoord blijft uit. Wat worden we er beter of wijzer van, daar gaat het om. Verder dan een groot 'pro'-verhaal in de Stadskrant zijn ze aan de Coolsingel helaas nog niet gekomen.
Zelfs dat referendum over de kwestie wilden ze niet. Dat geeft precies aan hoe politieke vertegenwoordigers met onze belangen omspringen. Ze denken vooral aan zichzelf en vinden een referendum, dat toch een democratisch verkregen recht is, hinderlijk. Peper, één van de grote bedenkers van de opdeling, heeft zich nu al als 'superburgemeester' van de nieuwe stadsprovincie kandidaatgesteld. Dat zegt een hoop over zijn mentaliteit. Maar ik waarschuw ervoor dat wanneer alle plannen doorgaan, het rampenplan uit de kast kan worden gehaald. De ruzies en de vetes tussen al die kleine burgemeesters van die nieuw te vormen gemeenten zullen het geheel onbestuurbaar maken. Zoals ook in het voormalige Joegoslavië is gebeurd, zij het dat bij ons het geweld minder zal zijn.
Vijfhonderd miljoen gulden kost de reorganisatie, zeggen ze op het stadhuis. Ik kom dus aan dik een miljard, want de kosten van de splitsing van Zuid-Holland, van subsidies, aan wachtgelden voor overbodig geraakte ambtenaren en nog wat van dingen, tellen ze gemakshalve even niet mee. En wie moet dat gaan ophoesten? Juist ja, de burger, u, ik. Da's trouwens ook al weer de omgekeerde wereld. Waar overal juist zoveel waarde wordt gehecht aan de werkgelegenheid, worden in Rotterdam 3 500 banen voor ambtenaren geschrapt. Krankzinnig is dat, met die één miljard gulden die de hele operatie kost kun je beter 3 500 banen scheppen, lijkt me.
Als bij het referendum op 7 juni blijkt dat de mensen geen versnippering van onze stad willen, raad ik 'Den Haag' aan de plannen af te blazen. Hier op het stadhuis zullen ze dat niet doen, daar trekken ze zich niks van de uitslag aan. In het geval het kabinet er net zo over denkt, is er nog maar één oplossing: bestuurlijke ongehoorzaamheid. Dan moeten de burgers van alle getroffen gebieden in Rotterdam weigeren nog langer onroerend goedbelasting en dergelijke te betalen. Dat is niet zomaar een dreigement, nee, het is hèt middel om die eigengereide bestuurders duidelijk te maken dat wij Rotterdammers niet met ons laten sollen.
Ik heb een mooi voorbeeld van hoe het straks kan gaan. Een jaar of achttien geleden kocht ik in de Provenierswijk een huisje. Je weet net hoe dat gaat, hypotheekje erbij en tien jaar ploeteren tot alles eindelijk naar je zin is. Was dat voor elkaar, vond ik een brief van de deelgemeente Centrum-Noord in de gang met de mededeling 'We gaan onteigenen'. Ze wilden een bulldozer door mijn huis sturen. Terwijl dat huis en ook andere prima in het lood stonden. Een vriendin die aan de overkant woonde en die ook slachtoffer was van de sloopwoede, heeft toen zelfmoord gepleegd. Haar huisje werd zo zonder alternatief onder haar reet vandaan gehaald. Ze kon er 35 000 gulden voor krijgen, terwijl ze voor een ton had geïnvesteerd.
De wijkcommissie heb ik toen de oorlog verklaard. 'Ik sta in mijn recht, jullie hebben een bom in m'n huis gelegd', heb ik gezegd. Ik heb gedreigd om met tachtig handgranaten, waaraan ik destijds overigens makkelijk kon komen, alle stadhuiskamers te verwoesten op een moment dat daar niemand aan het werk was. Tenslotte kreeg ik Ella ter Kuile, de VVD-fractievoorzitter in Rotterdam en Edith Hallensleben van de PvdA op visite. Vanuit het centrale bestuur hebben ze toen de sloop van mijn huisie teruggedraaid. Dat staat er nu nog steeds en zwart-op-wit heb ik de garantie dat ze er nooit meer met hun poten kunnen aankomen.
Kijk, de kern van dit verhaal is dat ik me niet door één of andere wijkcommissie, de één of andere wethouder of de één of andere burgemeester opzij laat zetten. Dat doe ik ook niet met die opsplitsing. Als een meerderheid van de Rotterdammers bij het referendum aangeeft achter de plannen te staan, leg ik me daarbij neer. Zo fair moet je zijn. Als een meerderheid tegen is, en daar ziet het toch naar uit, moeten de bestuurders hun nederlaag erkennen. Maar nee, ze kondigen aan door te gaan, bang als ze zijn hun smoel te verliezen. Maar Peper zou als eerste moeten opstappen en de rest zou hem heel gauw moeten volgen.
Ik maak me er heel kwaad over, dat begrijpt u. In plaats van te streven naar een schone en zuivere stad, krijgen we dit. Ik begrijp ook niet dat op enkele uitzondering na - de Stadspartij en de Socialistische Partij bijvoorbeeld - er in Rotterdam bestuurlijk nauwelijks of geen weerstand tegen de plannen bestaat. Een jaar geleden was over de opdeling een bijeenkomst in het World Trade Center op 't Beursplein. Daar waren ook ambtenaren van binnenlandse zaken aanwezig. 't Was gewoon genant. Iedereen zat alleen 'ja' en 'amen' te knikken. Maar de burger fatsoenlijk en objectief informeren is er niet bij.
Op 22 mei komt bondskanselier Kohl een krans in Rotterdam leggen bij het beeld van Zadkine, symbool van de 'verwoeste stad'. Van mij mag Kohl, maar laat hij gelijk een buidel geld meenemen als aandeel in de kosten van de wederopbouw. Vijf miljard lijkt me een redelijk bedrag. Maar op dezelfde dag laat ik in Rotterdam een beeld onthullen, dat Zadkina - de vrouwelijke Zadkine - heet. Een beeld zonder gat, met in de ene hand een groot hart voor alle Rotterdammers en in de andere een glas, als symbool voor een bruisende stad. Want dat is Rotterdam en dan moeten ze niet de boel opdelen of uit elkaar gooien. Ik zal tot m'n dood Rotterdammer blijven, ook wanneer ik straks niet in Rotterdam woon, maar in Centrum-Noord.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.