Smokiana is geen walhalla voor hasj-rokers, zoals de naam misschien doet vermoeden, maar een winkel vol smoking curiosities. “De naam is gekozen vanwege zijn internationale klank en hij appelleert aan rook. Er zit geen diepere betekenis achter”, geeft Don Duco (42) als verklaring.
Hij is de uitbater van de special-interest shop aan de Amsterdamse Prinsengracht, waar alles wat met het roken van een pijp en sigaar te maken heeft, wordt verkocht. De koopwaar staat opgesteld in zachtgele vitrines. Zonder prijskaartjes: “Antiquairs zetten er nooit prijzen bij”, geeft Don Duco als verklaring. En ook de geur van tabak, die je in zo'n winkel zou verwachten, ontbreekt, tabak is er niet te koop.
Duco omschrijft zichzelf als publicist, galeriehouder en beroeps pijpencollectioneur. Ook is hij onlangs door de stichting Pijp uitgeroepen tot 'Pijproker van het jaar 1995', vanwege zijn historisch onderzoek naar de oorsprong van de tabakspijp. Gezonde nieuwsgierigheid was volgens hem de drijfveer voor zijn onderzoek. “Aan de Keizersgracht werd 25 jaar geleden bij een opgraving een laag pijpen gevonden. Of ik dat, als student kunsthistorie, wilde uitzoeken”, vertelt Duco. Hij kwam tot de ontdekking dat een pijp meer is dan een gebruiksvoorwerp. “Het is ook een mode-artikel en er zit een hele cultuur omheen. Puur toeval dat het pijpen waren, voor hetzelfde geld waren het glazen geweest en dan had ik me waarschijnlijk daar in verdiept.”
Dit was de aanzet tot het verzamelen van pijpen en toebehoren. Daarvoor bleef hij niet alleen in Nederland, maar reisde de hele wereld over. Dat betaalde hij gedeeltelijk uit eigen zak, soms was er een fonds of ging hij mee met snoepreisjes. Uiteindelijk omvat zijn verzameling tabakspotten, snuifdozen, sigarenpresenteerdozen, pijpen- en luciferstandaards. En natuurlijk pijpen in alle soorten en maten: Weense meerschuimpijpen uit de vorige eeuw, sigarenhouders van rond 1900, ceremoniƫle pijpen uit donker Afrika en Chinese waterpijpen.
In 1982 heeft hij de stichting Pijpenkabinet in het leven geroepen omdat hij zijn verzameling wilde institutionaliseren. Deze stichting, waaraan hij zijn verzameling heeft geschonken, is tevens eigenaar van Smokiana. Met de verkoopopbrengsten uit de winkel worden door het Pijpenkabinet weer nieuwe collecties aangekocht.
Achter de winkel bevindt zich een kleine expositieruimte. Hier wordt vier keer per jaar een deel uit de eigen of andermans collectie tentoongesteld. Volgend jaar moet ook het museum erboven klaar zijn. Daar komen vijftienduizend stukken te staan die een beeld geven van het pijproken over de hele wereld door de eeuwen heen. Ook komt er een rooksalon waar de pijp- en sigarenrokers - de zogenaamde genietende rokers - hun mede-hobbyisten kunnen ontmoeten en ervaringen uitwisselen. “Als je genietend rookt, ben je niet verslaafd, maar een smaakroker”, volgens Duco. Een smaakroker rookt niet over de longen en heeft een hele cultuur over die smaak. Veel smaakrokers mengen hun tabak ook zelf. Daarvoor gebruiken ze door de fabriek 'gesausde' en verpakte tabak, waarbij ze kunnen kiezen uit ongeveer vierhonderd soorten. Voor de sigarenrokers ligt dat anders. Die zijn meer op de industrie aangewezen. De fabrikant bepaalt welk dekblad en welke vulling hij gebruikt.
Pijpen uit de museumcollectie mogen de smaakrokers niet proberen. “Die mogen niet eens aangeraakt worden. Bovendien vinden de meesten hun eigen pijp het lekkerst.” Toch heeft hij zelf vrijwel alle pijpen uit de collectie gerookt, want hij is van mening dat je anders niet weet waar je over praat. Hij toont een pijp die de Fransen brûle gueule noemden. “Ik begreep nooit waarom, totdat ik hem zelf rookte. Toen ik ontdekte ik dat de rook die je binnenkrijgt ontzettend brandt. Na een paar teugen heb je dan een rubberen tong.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.