*

 
dossier

Archief

Voor Mekbeb en Simma gloort er weer een sprankje hoop

Door: redactie − 05/02/97, 00:00

DEN HAAG (ANP) - Ze lijden in Nederland, maar dat is beter dan sterven in Ethiopië. Toch denken ze wel eens aan zelfmoord. Uit wanhoop en uitzichtloosheid. Alleen als ze voetballen zijn ze gelukkig. De douche na de inspanning is het laatste moment van verkwikking.

Genene Mekbeb (22) en Assefa Simma (22) waren topvoetballers in Ethiopië, maar ze verkozen de vlucht naar Nederland. Ze verblijven nu illegaal in Den Haag en slapen bij vrienden, of zomaar ergens. Rita van de Looverbosch, vroeger actief voor Amnesty International, schraapt geld voor ze bij elkaar, want de voetballers houden niet van bedelen. “Ze doen hun best zelf geld te verdienen. Stelen zullen ze nooit.” Simma heeft een baantje dat hij liever voor zich houdt, omdat zijn werkgever een illegaal in dienst heeft.

Nooit zullen de voetballers hun eerste weekeinde in Holland vergeten, in oktober 1994. Ze sliepen in de Pauluskerk van Rotterdam, onder de vleugels van dominee Visser. Ze vroegen politiek asiel, maar dat werd hun geweigerd.

Nu, bijna anderhalf jaar na hun definitieve afwijzing, hebben ze weer een sprankje hoop. Het is immers denkbaar dat de recente vlucht van een grote groep collega-internationals naar Italië de deuren voor de uitgeprocedeerde voetballers opnieuw kan openen. In de krant staat dat de spijtoptanten die terugkeerden naar Addis Abeba, meteen zijn geschorst. Dat bevestigt hun mening dat het nog steeds niet pluis is in Ethiopië. “Hun actie heeft ons niet verrast. Als Ethiopiërs de kans krijgen te vluchten, zullen ze die meteen grijpen. Dit is pas het begin. De geschorste spelers zullen in de gevangenis terechtkomen. ”

Wat de hoop doet aanwakkeren, is dat de discussie over de status van illegalen opnieuw is opgelaaid. Misschien komt er een nieuwe procedure. Het duo gelooft weer in het bestaan van het begrip geluk. Ze dromen van een betaalde club, maar misschien is dat wel te hoog gegrepen. Mekbeb vertelt: “In het Oost-Afrikaanse voetbal is er nauwelijks fysiek contact. Ik moet wennen, maar ik begin een beetje schoppen wel leuk te vinden. En ik ben heel snel.” Mekbeb balde bij Scheveningen, toen was hij nog niet illegaal, maar hij voelde zich niet echt geaccepteerd. Nu zit hij bij een kleinere club in Den Haag.

Simma, die een tijd in Assen woonde en bij Achilles zat, durft niet zo. Hij vindt zich ook te goed voor een laag team. “Ik heb een paar keer meegedaan in het derde elftal. Telkens maakte ik twee, drie doelpunten, maar ik bleef gewoon in het derde.” In Ethiopië trainden ze zes keer per week. Bij de amateurs in Nederland twee keer. Vandaar dat ze geregeld in het Zuiderpark zijn te vinden, waar altijd wel partijtjes voetbal zijn.

Ze waren jeugdinternational toen ze tijdens het toernooi om het Afrikaans jeugdkampioenschap in Mauritius besloten te vluchten. Drie spelers bleven weg in het woestijnland, het beschreven duo keerde onverrichterzake terug en belandde in het gevang. Want de drie waren opgepakt en teruggestuurd naar Ethiopië, waar zij onder dwang hun namen hadden doorgegeven.

Met vrijwel niemand hadden ze contact in die maanden achter tralies. Ze zijn gemarteld; geslagen, geschopt. De cel was klein en ze deelden het hok zonder matrassen met een man of vijftien, twintig. Liggen was onmogelijk. Simma: “Ze hingen ons aan een touw, met het hoofd naar beneden, en sloegen met een zweepje op onze voeten. Dan moesten we terug in onze cel, waarvan de vloer vuil was, en zo ontstaken onze voeten.”

Een Somaliër hielp na de vrijlating bij de vlucht, nadat ze nog hadden meegedaan aan een politieke demonstratie op 20 september 1994. De vlucht kostte veel geld, 25 000 birr de man, ongeveer 25.000 gulden. “Holland is een veilig land”, vertelde de Somaliër en vandaar dat ze richting Holland togen. Via Djibouti en Frankrijk.

Mengistu, de voormalige dictator, was een moordenaar. Maar Mekbeb en Simma prefereerden hem boven de huidige bewindvoerder Meles Zenawi. Van de Looverbosch: “Mengistu streefde naar eenheid.” In Ethiopië dreigt nu een stammenstrijd op te laaien. Tegenwoordig is de macht aan de Tigrenen, de beide voetballers zijn Amharen. Volgens Van de Looverbosch is het probleem dat het “Westen” de huidige bevelhebbers het voordeel van de twijfel geeft. En dus is Ethiopië een veilig land volgens het “Westen.” Looverbosch: “Het kan vele malen erger worden dan in Burundi. Het huidige bewind is gebaseerd op Albanees communisme. Ze spelen democraten. Het land is een hel. Niemand vertrouwt elkaar. Na Mengistu dacht ik: ha, die gek is weg. Nu wordt het beter. Dat is een denkfout geweest.”

Ja, knikken beide voetballers, in Ethiopië hadden ze het goed. Ze droegen een mooi kostuum, mochten overal voetballen en waren getapte kerels. Maar ze moesten hun mening voor zich houden. En nu? “We weten absoluut niet hoe het met onze familie is.” Het komt erop neer dat de voetballers nauwelijks een leven hebben. Ze willen dolgraag naar school of werken, maar ze zijn illegaal en kunnen dus niets. Van de Looverbosch: “Ze leven, maar eigenlijk zijn ze dood. Als ik hun ogen zie, moet ik huilen.”

mailIcon print |