Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - De rebellen die sinds oktober grote delen van Oost-Zaïre hebben veroverd, hebben deze week bij hun opmars gezorgd voor grote paniek. Honderdduizenden Rwandese Hutu-vluchtelingen en lokale Zaïrezen jagen zij voor zich uit. Paniek bevangt ook politici. Niemand lijkt bij machte om de nieuwe, grootschalige humanitaire rampen af te wenden die veroorzaakt worden door deze 'burgeroorlog' met internationale trekjes.
Eerder deze week luidde Euro-commissaris voor humanitaire zaken, Emma Bonino, de noodklok over de 'mensonwaardige toestanden' waarin honderdduizenden vluchtelingen in de regio verblijven. Bonino was net terug uit het gebied, gewapend met brieven en schokkende beelden van hongerende vluchtelingen. Ze wond zich zeer op over de laksheid van de internationale gemeenschap, en met name van de VS. De Amerikaanse ambassadeur in de Rwandese hoodstad Kigali had, in navolging van het zittende regime aldaar, beweerd dat in Oost-Zaïre geen vluchtelingen meer waren, hooguit Hutu-soldaten van het in 1994 verslagen Rwandese leger - verantwoordelijk voor de genocide in 1994 op honderdduizenden Tutsi's en kritische Hutu's in Rwanda.
Inmiddels is het ook in de VS doorgedrongen dat de analyse 'het zijn toch allemaal massamoordenaars' wel erg kort door de bocht is. De nieuwe Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Madeleine Albright, erkende deze week tegenover de Belgische minister van buitenlandse zaken Derycke dat de genegeerde vluchtelingen wel degelijk bestaan, en dat zij een probleem van jewelste vormen. Vlak daarop maande Washington de omringende landen, met name Oeganda en Rwanda (maar ook het zieltogende Burundi), zich buiten de strijd te houden.
Washington is erg dik met de huidige regimes in Rwanda en Oeganda. De VS waarderen in deze jonge regeringen (evenals in die van Ethiopië en Eritrea) dat ze stabiliteit hebben gebracht in hun tot voor kort zeer instabiele landen. De Amerikanen gingen in hun vermaning ook net even minder ver dan de Belgische regering, die enige weken geleden al onomwonden vaststelde dat in Oost-Zaïre Rwandese militairen rondlopen. “De Belgen zijn seniel”, luidde een officiële Rwandese reactie op die aantijging.
Toch twijfelen slechts weinigen aan de buitenlandse, met name Rwandese, steun aan de rebellen, die in oktober voor het eerst van zich deden spreken. Getuigenissen van waarnemers ter plekke wijzen daarop, en verder past het binnen de logica. De Belgische midden-Afrika kenner professor Stefan Marysse: “Er was al weken een strijd van Zaïrese Tutsi's aan de gang, toen de Zaïrese rebellenleider Laurent Kabila op het toneel verscheen. Kabila is een doorgewinterde Zaïrese rebel. Che Guevara trok in de jaren '60 nog korte tijd met hem op, maar deze zag uiteindelijk weinig revolutionair potentieel in Zaïre. De oud-gediende Kabila moest de strijd een 'intern Zaïrees' karakter geven.”
Achter Kabila's verklaarde doelstelling van 'democratie voor Zaïre', ontwaart Marysse drie andere doelstellingen. Het door Tutsi's overheerste bewind in Burundi had grote last van aanvallen van Hutu-rebellen, die grote delen van Burundi onveilig maken. De strijd in Zaïre moest een eind maken aan de aanvoerlijnen naar de Burundese Hutu-extremisten, die in contact stonden met volks- en geestverwanten in de vluchtelingenkampen van Oost-Zaïre. Die kampen waren bolwerken van Hutu-extremisten, die uit Rwanda werden verjaagd door het RPF, de door Tutsi's overheerste organisatie die oprukte vanuit Oeganda en sinds 1994 in Rwanda aan de macht is.
Tweede doelstelling was volgens Marysse de opheffing van de kampen, van waaruit Hutu-extremisten ook Rwanda infiltreerden. De strijd in de (relatief dunbevolkte) provincie Kivu gaat volgens hem ook om gebiedsuitbreiding van het overbevolkte Rwanda. “President Bizumungu heeft gezinspeeld op herstel van het oude, mythische Rwanda. Dat strekt zich uit over Kivu. Rwanda hoeft niet noodzakelijkerwijs annexatie te beogen. Een militair sterke positie is ook een manier om in politieke onderhandelingen concessies te eisen.”
In Zaïre, dat rijk is aan ondermeer goud en diamant, zijn ook de economische belangen niet gering. De rebellen beheersen al enige mijnen in het noorden, en koersen af op de mineraalrijke provincie Shaba. Dat geeft extra geloofwaardigheid aan geruchten over westerse huurlingen, ondermeer uit Zuid-Afrika en België - landen met grote belangen in de diamant- en goud-industrie.
De Zaïrese president Mobutu is wel eerder geconfronteerd geweest met gewapende opstanden. Al eerder is hij erbovenop geholpen door buitenlandse vrienden, onder wie zijn oude vriend koning Hassan II van Marokko, waar Mobutu pas te gast was. Doorgaans gedijt de dictator het best als zijn land ten prooi is aan chaos: meestal is hij het, die de chaos creëert. Maar nu lijkt de zieke oude dictator elk initiatief kwijt te zijn.
De rebellen rukken onverstoord op naar de strategische plaatsen Kindu en Moba. Bij de plaats Shabunda zijn deze week 40 000 Rwandezen, die in oktober uit hun kampen nabij Goma werden verjaagd, op de vlucht geslagen. UNHCR-woordvoerder Jan Brigou: “Het is zeer bosrijk terrein, en we hebben onvoldoende middelen om erachter te komen waar ze gebleven zijn.”
Nabij Lubutu bivakkeren nog eens tegen de 200 000 vluchtelingen op twee lokaties. Brigou: “De vluchtelingen, merendeels vrouwen en kinderen, zijn er slecht aan toe, omdat ze al honderden kilometers hebben gelopen vanaf de kampen in Goma. De sterfte, voornamelijk door malaria en ondervoeding, is zeer hoog.”
Gisteravond sloeg ook de paniek rondom Lubutu toe. Vluchtelingen begonnen te vertrekken; hulporganisaties overwogen hun staf terug te halen, wegens de naderende gevechten en de verwachte chaos.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.