DEN HAAG - “Kijk, dit willen we op Curaçao gaan doen”, zegt C. ter Kuile van Marlin Products, en hij legt gerookte en flinterdun gesneden tonijn in vacuum verpakking op tafel. “Tonijn wordt onder meer in het Caribisch gebied gevangen, dus we kunnen hem daar ook verwerken. Daarmee bieden we werk aan 50 tot 200 man.”
Ter Kuile is een van de Nederlandse ondernemers die hun voelhorens in de West uitsteken. Extra interessant sinds de Nederlandse regering een serie fiscale maatregelen heeft aangekondigd, die het de moeite waard maken om in de Antillen een bedrijf op te zetten. “Maar het moet wel van twee kanten komen”, zegt Ter Kuile. “We kunnen de vis net zo goed ergens anders verwerken.”
De Nederlandse Antillen en vooral Curaçao hebben geen geld en geen werk. En dus zijn bedrijven van buiten nodig die samen met Curaçaose partners iets op willen zetten waardoor er geld in het laadje komt en de bevolking aan de slag kan. Iedereen, ook de Nederlandse regering, is daar nu wel van doordrongen. Niet voor niets reisden in september vier bewindslieden (de ministers Zalm, Wijers, Voorhoeve en staatssecretaris Vermeend) naar Curaçao om daar met de Antilliaanse regering over een uitweg uit de economische misère te praten.
Het pakket fiscale maatregelen (investeringsaftrek, vervroegde fiscale afschrijving, energie-investeringsaftrek en toepassing van de groenfondsen op Antilliaanse projecten) zal wellicht helpen, maar volgens T. Herkemij, algemeen secretaris van 'Samen in de Markt', moet eerst het lokale ondernemingsklimaat verbeteren.
'Samen in de Markt' is een initiatief van de handelsorganisatie Curaçao Inc en VNO NCW. Aan VNO NCW de taak het economisch klimaat voor de Antillen binnen het koninkrijk zo gunstig mogelijk te maken. Daarnaast probeert men Nederlandse ondernemers voor de Antillen te interesseren, terwijl de Curaçaose poot op zoek is naar geschikte lokale partners. Door de inspanningen van individuele ondernemers te bundelen kan 'Samen in de Markt' een vuist maken en soepel verlopende procedures afdwingen. Wie op zijn eentje de Antilliaanse markt gaat verkennen, dreigt verstrikt te raken in een web van regels en vergunningen.
“Sommige investeringen zijn afgesprongen omdat er geen elektrische draad van een bepaald voltage kon worden geleverd”, vertelt Herkemij. Het zijn veel gehoorde klachten. Klachten die allemaal zijn terug te voeren op een slecht ondernemingsklimaat. En dat komt volgens Herkemij omdat overheid, bedrijfsleven, vakverenigingen en bevolking te weinig met elkaar praten. Iedereen verdedigt zijn eigen belangen. “In de omliggende landen, in Aruba en Trinidad bijvoorbeeld, slaagt men er wel in de handen ineen te slaan. Daar gaat het ook veel beter met de economie. Op Curaçao begint men dat onder druk van de economische malaise nu wel in te zien.”
Tijdens het topoverleg van september tussen de Antilliaanse en de Nederlandse regering organiseerde 'Samen in de Markt' zijn eigen conferentie op het eiland. Er werd overlegd over de sectoren waarin samenwerking gestalte kan krijgen en potentiĆ«le ondernemers lieten weten wat ze van Curaçao verwachten.
C. ter Kuile van Marlin Products heeft wel wat aan het project 'Samen in de markt'. Hij wil ter plekke tonijn vangen, roken, verpakken en exporteren. “'Samen in de Markt' kan voor ons risico's afdekken, een stukje onzekerheid weghalen, zodat je de eerste stap kunt zetten. Gerookte tonijn loopt goed in Nederland. We kunnen de volumes nu al niet meer aan, dus dan ga je aan de Polen-route denken. Maar het is toch van de zotte dat je vis in het Caribisch gebied koopt, naar Nederland verscheept, hier rookt, en vervolgens naar Polen brengt om er een zakje omheen te doen? Daar verwerken is een ideale oplossing en het levert Curaçao werk en inkomsten op.”
Hij heeft al een lokale partner op Curaçao en denkt er zelfs over om de vis ter plekke te gaan vangen, misschien ook om een klein scheepswerfje te bouwen voor een eigen vissersvloot. Den Heijer in Scheveningen zal de verse vis gaan verwerken. Maar eerst is een haalbaarheidsstudie nodig. En er moet een inspectie worden opgezet die garandeert dat de verwerkte vis aan de Europese maatstaven voldoet, anders gaat het niet door. Ter Kuile: “De wereld is groot genoeg. We kunnen ook naar een ander eiland in het Caribisch gebied.”
Herkemij: “'Samen in de Markt' heeft laten zien dat er vanuit Nederland wel degelijk belangstelling is om bedrijfsactiviteiten te gaan ontwikkelen. Ze kunnen bij wijze van spreken morgen beginnen. Daardoor kan de Antilliaanse overheid er niet meer onderuit om een prettig ondernemingsklimaat te scheppen. Want de ondernemers stellen natuurlijk wel eisen.” Met spanning wordt nu uitgekeken naar de volgende bijeenkomst, op 16 oktober in Den Haag. Daar hopen de deelnemers te horen wat de door Nederland toegezegde fiscale maatregelen in concreto inhouden. En wat de Antilliaanse overheid met hun eisen denkt te gaan doen.
Herkemij: “Want laat een ding duidelijk zijn: de Antillen hebben het Nederlandse bedrijfsleven nodig en niet omgekeerd. 'Samen in de Markt' is de horzel in dat proces. We dwingen de Antilliaanse overheid als het ware voorwaarts. Want fiscale maatregelen of niet: zonder een gezond ondernemingsklimaat zal er echt niets gebeuren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.