Vanavond nog in de Toneelschuur in Haarlem; tournee tot 30 maart. Serie van 27/2 tot 9/3 in Bellevue in Amsterdam.
De Russische schrijver Vladimir Sorokin schreef in 1983 zijn roman 'De Rij'. Hierin beschrijft hij hoe het gedurende anderhalf etmaal toegaat in zo'n rij. Het wachten krijgt aan het slot een hilarische apotheose tijdens een donderend onweer, wanneer de totaal verregende Vladimir te schuilen komt bij de verkoopcheffin van de begeerde Amerikaanse jassen. In een nachtelijk treffen berijden zij elkaar in bed en in bad even woest als het buiten tekeer gaat, en de volgende ochtend heeft Vladimir zijn jas.
Marlies Heuer en Dic van Duin bewerkten de roman van Sorokin tot een vooral in de aankleding fraaie, typische Carrousel-produktie, in sfeer vergelijkbaar met de Ginzburg-bewerkingen die Heuer voor het gezelschap maakte. De toon is evenwel heel wat lichter: wachten in de rij is op zichzelf natuurlijk geen ijzersterk dramatisch gegeven, en de conflictjes die ontstaan, lossen vanzelf weer op in de loomte van de zomerdag en de berusting van de Russische ziel, al of niet met wodka bedropen.
Heuer en Van Duin deden samen de regie en spelen ook mee, samen met Dik Boutkan, Antoinette Jelgersma en Wouter Steenbergen. De opmerkingen die de wachtenden elkaar toevoegen, leiden tot niets: een prachtige scheldpartij van Heuer eindigt als een langzaam tot stilstand komend speelgoed-mechaniekje met dezelfde drieletterwoorden; een vleiend 'Zeemeerminnetje, leg je hoofd maar tegen mijn schouder' voert niet tot daden. Plannen worden weer teruggedraaid, opdrachten niet uitgevoerd, en ieder die vol ongeduld de rij verlaat, keert daar kort daarop in terug.
De voorstelling krijgt z'n sterkte in de beelden die Heuer zo schitterend weet te componeren: Jelgersma die ineens in witte tutu een zwaan komt dansen, een gemelijke Boutkan die een overhemd steelt en minuten lang alleen maar aan de knoopjes frunnikt. Het opschuiven van de rij hebben decorontwerpers Martin van Poppel en Rogier Weijand buitengewoon esthetisch verbeeld door telkens wegschuivende gordijnen.
Als het laatste gordijn is weggeschoven, lezen Van Duin en Jelgersma de hilarische vrijpartij uit het slot van de roman voor. Zacht speelt een strijkkwartet, een samovar staat op tafel, en zonder elkaar aan te raken, bewegen Steenbergen als Vladi en de zwijgende Irene Schaltegger die de gordijnen telkens kwam openschuiven, om elkaar heen. Het is een typisch Heueriaans contrapunt van schone treurigheid die in stilte wordt gevangen, en sappige satire die daar doorheen dendert - hier houd ik erg van.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.