*

 
dossier

Archief

DE UTOPIA-EXPRES

MARTIN VAN DER LAAN − 11/02/98, 00:00

Oh, die stappen hier allemaal uit”, wijst de vermaarde Italiaanse criminoloog Cesare Lombroso (1836-1909) op een bruut gezelschap in de Utopia-expres: “Halfmensen zijn het, een terugval in de evolutie. Kijk naar dat lage voorhoofd, hun hoge jukbeenderen, die enorme oogkassen, prominente wenkbrauwen en schuin aflopende schouders: apen toch! Minder nog eigenlijk; toen ik in 1870 de schedel van die ouwe dief Vilella lichtte, vond ik bij zijn achterhoofd een hersenstructuur die je ook bij inferieure schepsels aantreft, bij knaagdieren vooral.”

Laten we Lombroso's verfoeilijke opvattingen over de geboren misdadiger maar aan zijn 19e eeuwse, nog grove medische vizier wijten. Of ligt het wellicht toch aan moeder natuur dat deze ongure, rusteloze, agressieve lui bij deze tweede stop gelijktijdig gaan afhaken? We hoeven ze zo te zien geen van allen te verdenken van een al te hoog IQ: geboren criminelen bestaan niet, maar misschien lag er indertijd al wel een beetje boef in de wieg.

Zijn het misschien gewoon pechvogels van huis uit, met een verstoorde chemische en elektrische huishouding in de bovenkamer? Je mag het onder criminologen niet hardop zeggen, maar lees in A Mind to Crime van Anne Moir en David Jessel: hormonen en boodschapperstoffen in de hersenen zijn op z'n minst medeverantwoordelijk voor onze uitglijders, vooral van mannen die bij herhaling een scheve schaats rijden. Besef eerst eens dat zij ruim negen van de tien misdaden voor hun rekening nemen, een dominantie die je uit louter culturele of sociale achtergronden onmogelijk kunt begrijpen.

Ach, de sociale wetenschappen geven in de ogen van Moir en Jessel bij het voorspellen van een criminele carrière niet meer houvast dan de kristallen bol. Als negen van de tien boeven grote pindakaaseters waren, begrepen ook psycho- en sociologen dat het aan dat beleg moet liggen, maar nu negen van de tien delicten op naam van de man komen, zien ze niet in dat er iets gewelddadigs en grijperigs in de aard van het beestje zit.

Het komt natuurlijk door een teveel aan testosteron, het mannelijke geslachtshormoon waarvan jongens tijdens hun ontwikkeling in de puberteit tot aan hun 18e jaar veel produceren. Dat is nou net in de tijd dat de schurk in jongens ontwaakt.

Wat dit hormoon teweeg kan brengen blijkt onder meer uit een opmerkelijke afwijking bij achttien 'jongens' uit de Dominicaanse Republiek, door James Wilson en Richard Hernnstein beschreven in hun omstreden Crime and Human Nature.

De jongens werden als meisje geboren en als zodanig ook opgevoed, tot zich in hun puberteit als gevolg van de gebruikelijke testosteron-stoot mannelijke geslachtsorganen ontwikkelden, een zware stem en een mannelijk spiergestel. Ook in hun gedrag werden het échte jongens.

Je moet de invloed van androgene stoffen, de hormonen die ondermeer de man mán maken, natuurlijk wel durven zien. Zo geeft te denken dat a) mannetjesratten die in de baarmoeder blootstaan aan veel androgenen later buitengewoon assertief blijken bij het verdedigen van hun territorium en erg brutaal bij het buit maken van voedsel. Pijn doet ze niet veel en angst kennen ze nauwelijks. b) Verkrachtingen komen vaak voor in de herfst, net toevallig in het seizoen met pieken in de aanmaak van mannelijke geslachtshormonen. c) Meet het maar: veel androgenen betekent weinig invoelingsvermogen, weinig schuldgevoel en veel agressie. d) Als vrouwen een misdrijf plegen doen ze dat vaak vlak voor of tijdens de menstruatie.

Kwestie van hormonen natuurlijk. Een teveel maakt je niet direct een misdadiger, maar sommige mensen zijn er wel aardig mee op weg. Per slot van rekening veranderden anabole steroïden enkele sporters ook in tamelijk onaangename lieden. O. J. Simpson? En de ongure lui die hier gaan uitstappen hebben iets van die engerd.

Ze zouden eens moeten meedoen aan de proef van die professor uit Georgia, die androgenen mat in het speeksel van delinquenten: van de elf met een laag niveau hadden er negen een geweldloos vergrijp begaan, van de elf met hoge waarden zaten er tien voor een gewelddadig misdrijf. Gewoon een testosteronvergiftiging?

De prof tekende daar in Scientific American (maart '95) bij aan dat hij slechts een indirect verband ontdekte, stress en scheidingsperikelen hadden ongetwijfeld meegespeeld. Tja, de wetenschapper zal eens niet met zo'n schijterige relativering op de proppen komen: een surplus aan testosteron wijst je overduidelijk richting boevenpad.

Ligt het niet aan hun testosteron, dan hebben deze Utopia-gangers wellicht een gebrek aan serotonine, een stof die in de hersenen functioneert als boodschapper tussen verschillende regio's. Serotonine zorgt ondermeer voor het overleg tussen de hersenschors, waar zeg maar ons verstand hoort te zitten, en de dieper weggelegen, meer dierlijke hersengebieden, waarin onze emoties zetelen.

Serotonine hoort al te hevige emotie tot bedaren te brengen. Te weinig serotonine betekent dus te weinig rem. En in verhouding tot vrouwen zijn mannen helaas gezegend met een mager gevuld serotonine-dépot.

Nu geven biochemici toe dat het serotonine-niveau in een mens zich niet eenvoudig laat bepalen. Maar indirect, door het meten van afbraakprodukten, zijn ze er toch vrij zeker van dat jongetjes met gedrags- en leerproblemen, niet zelden ook agressief en impulsief, mager zijn bedeeld met serotonine: de delinquenten in de dop.

Zo begint crimineel gedrag een zaak van biochemici te worden. Vooruit, sociale omstandigheden doen er natuurlijk nog wel toe. Maar al houden ze in Psychiatrie & Justitiabelen een slag om de arm, de psychiaters wijzen in dit boek ook op een verband tussen geweldsdelicten en een serotonine-gebrek bij mensen die voortdurend hun handen niet thuis kunnen houden. Hier remmen de hersenen de emoties duidelijk te losjes.

Dat komt nogal eens voor bij jonge mannen die onbevreesd lijken en bijzonder snel verveeld zijn. Zij lijden aan underarousal: hun hersenen zijn moeilijk te prikkelen door de ditjes en datjes van alledag, ze zijn uitgerust met een te lage vervelingsdrempel. Dan moet je haast wel mot gaan zoeken of af en toe een riskante greep doen in een etalage om de boel van boven te animeren.

En dat is de reden waarom we nu een deel van het reizigersvolk kwijtraken? “Nou, vind je het gek dat vandalisme en kruimeldiefstal welig tieren in een tijd van overvloed, waarin we streven naar een stijf en gans geregeld Utopia?”, mopperen Moir en Jessel. Geen oorlog meer, geen honger, geen martelgang op de fiets het land door om aan een baantje te komen: het leven wordt te gladjes, en dan gaat een prikkelzoeker vanzelf uit stelen en slaan.

Aan mensen, die regelmatig opwinding zoeken om hun hersenen aan de praat houden, moet je daarom niet met een leugendetector vragen of ze schuldig zijn: dat apparaat meet bedrog op basis van de huidgeleiding, die bij slechte leugenaars toeneemt als gevolg van transpiratie. Maar de onverschrokken delinquent wordt door zijn hoge prikkeldrempel niet warm of koud van een leugen en spreekt volgens de techniek dan altijd de waarheid.

Schuilt het kwaad alleen maar in te weinig serotonine of te veel testosteron? Nee, in de communicatie tussen de denkende en de emotionele mens in de hersenen kunnen allerlei losse contactpunten voor narigheid zorgen. Bij neurologische onderzoeken onder tweeduizend Canadese gedetineerden ontdekte men ooit bij 90 procent een hersenbeschadiging. Daar hoort dan de volgende voorspelling bij: gewelddadige criminelen hebben meer hersenschade dan 'vredelievende' dieven.

Bewezen? Nee, het gelijk van die bewering laat nog wel even op zich wachten, maar toch denken sommige neurologen nu al het verschil tussen meer en minder gewelddadige misdadigers in een EEG te kunnen zien. Zij vermoeden dat ongebruikelijke EEG-patronen wijzen op weeffouten in vitale hersenkwabben, die verhinderen dat kinderen de gevolgen van asociaal, impulsief of agressief gedrag leren onderkennen. Zij verraden als kind al zo'n emotionele koelheid en morele 'amnesie', om als ouder triest van te worden.

Ach, wat er diep in de neurale krochten allemaal niet mis kan gaan. Onder de uitstappers herkennen de neurologen bij voorbeeld ook wat pechvogels, die door plotselinge elektrische ontladingen, een soort verscholen epilepsieën, in ene van Jekyll in mr. Hyde transformeren.

“Geloven jullie echt zo'n radicale gemoedsomslag met die slappe praat van jullie te kunnen begrijpen?”, willen de biologisch georiënteerde criminologen wel eens van de sociale wetenschappers weten. Om te vervolgen: “We hangen niemand meer voor het stelen van een schaap, maar 'gewelddadige' mensen met een tumor in hun temporele kwab of een diep verscholen stroomstoring in de hersenen sluiten we levenslang op achter slot en grendel. Wij mogen niet zeggen dat de biologische uitrusting mede ons lot bepaalt, maar dat zal ze zeker blijven doen zolang jullie de ogen sluiten voor de chemie achter de misdaad.”

mailIcon print |