van onze correspondent BRUSSEL - Hoe absoluut kan en mag het biechtgeheim zijn? In België klinkt de vraag naar aanleiding van diverse pedofiliezaken, waarbij de kerk ervan wordt verdacht zedendelicten van geestelijken in de doofpot te hebben gestopt.
“De biechtvader moet het biechtgeheim respecteren”, zei hulpbisschop Paul Lanneau onlangs, toen hij moest getuigen in het proces tegen André Vanderlyn. Deze 64-jarige pastoor uit de Brusselse wijk Sint-Gillis staat terecht op verdenking van verkrachting van drie minderjarigen en 'aantasting van de goede zeden'.
Onzin, is de mening van priester Rik Dévillé, enfant terrible van de Belgische clerus. De wet mag dan het biechtgeheim erkennen, dan wil niet zeggen dat een priester een onvoorwaardelijke zwijgplicht heeft. “Als iemand in de biecht vertelt dat hij iets strafbaars heeft gedaan, dan mag de biechtvader die informatie niet rechtstreeks doorspelen aan het gerecht. Maar hij moet er wel alles aan doen om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt”, zei Dévillé onlangs.
In het geval van de Brusselse priester lijkt er sprake van nalatigheid. “U moest eens weten hoevaak ik mijn oversten heb aangesproken over mijn seksuele problemen”, zo verklaarde de verdachte zelf tegenover de gerechtelijke politie, “Als ze toen geluisterd hadden, was het niet zo erg geweest. Ik kreeg voortdurend te horen dat ik moedig en voorzichtig moest zijn”, aldus Vanderlyn, over wie, bleek, al sinds 1968 is geklaagd.
Zijn superieuren deden er weinig mee. Ook de klachten over wangedrag van de priester in de zomer van 1996 verdwenen onder tafel: tijdens een verkennerskamp zou hij een jongen een tijd lang op zijn knie hebben gehad, gestreeld en op de mond gezoend. Weliswaar had Lanneau, in opdracht van kardinaal Godfried Danneels, een gesprek met de man, maar hij kwam tot de conclusie dat Vanderlyn onder invloed van alcohol had gehandeld en daarom niet toerekeningsvatbaar was.
“Ik dacht dat het om een geïsoleerde daad ging. Voor mij was het geen probleem van pedofilie. De priester was onder invloed van drank en ik heb hem aangeraden te stoppen met drinken”, verklaarde de hulpbisschop kort voor kerst voor de rechtbank, tot ontsteltenis van heel België, waar sinds de zaak-Dutroux het thema 'kinderen en seks' toch al zo gevoelig ligt. De ouders van de betrokken kinderen dreigen nu zowel Lanneau als Danneels zelf aan te klagen wegens 'schuldig verzuim'.
Of en wanneer dat precies gaat gebeuren is nog niet duidelijk, wèl dat de zaak het prestige van de (top van de) kerk bepaald schaadt, temeer daar zij zich wel degelijk actief heeft bemoeid ten faveure van de priester. Zo pleitte Danneels in oktober 1996 in een brief aan Claude Lelièvre, ombudsman voor de naleving van de rechten van het kind, om een 'omzichtige benadering', gezien de 'uitstekende reputatie' van Vanderlyn.
De kardinaal heeft steeds ontkend wie dan ook in bescherming te nemen. Het gerecht moet zijn werk doen, zei hij bij diverse gelegenheden; er bestaat geen aparte justitie voor priesters.
Sinds 1 september zijn er twee telefoonnummers (één Vlaams, één Waals), waar mensen met klachten over seksueel misbruik binnen pastorale relaties terecht kunnen. Tot verdriet van de kerk werden deze zogenaamde Contactpunten echter, ondermeer door de krant Le Soir, onmiddellijk tot 'doofpotlijnen' bestempeld. De indruk dat de kerk liever de andere kant opkijkt konden ze in ieder geval niet wegnemen. In november nam de Belgische justitie in het aartsbisschoppelijk paleis van Danneels in Mechelen een aantal dossiers in beslag, in het vermoeden dat het bisdom op de hoogte was van pedofiele praktijken van een onderwijzer van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut in Sint-Genesius-Rode. Vlak voor kerst gebeurde iets dergelijks in Gent. Daar ging het om een koster die van seksueel misbruik wordt verdacht. Ook in dit geval vermoedt justitie dat de kerk ervan wist. Een vader van een van de slachtoffers beweert dat hij, toen hij zich begin vorig jaar bij het bisdom beklaagde 'wandelen werd gestuurd'.
Overigens is er in de relatie bisschop en ondergeschikte zelden of nooit formeel sprake van een 'biechtgeheim', omdat de eerste wel wijzer zal wezen dan als iemands 'baas' tevens diens biechtvader te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.