Het is warm en vol in de bovenwoning aan de Haagse IJsselstraat. Tot ver in de smalle gang staan cameraploegen, fotografen en verslaggevers. “Niemand binnenlaten hoor”, roept een familielid naar een fotograaf die zich weer naar buiten wringt.
Vanaf de straat dringen gedempt kinderstemmen door die 'Barney, Barney' scanderen. Raymond van Barneveld, door fans liefkozend 'Barney' genoemd, is de eerste niet-Engelstalige winnaar van de Embassy Professional World Darts Championship, het meest pretentieuze Britse Wereldkampioenschap darts.
Ogenschijnlijk rustig staat de 30-jarige Hagenees de journalisten te woord. Op de schoorsteenmantel, naast een schilderij van een zonsondergang in een roze lijst, hangen felicitatie-faxen. “Ja, laat SBS 6 ook maar”, zegt Van Barneveld in de drukte tegen zijn vrouw Sylvia. “Die hebben zoveel gedaan voor de dartssport in Nederland door de wedstrijd zondag uit te zenden, die kan ik niet weigeren.”
Darts wordt in Nederland nog veel te weinig serieus genomen, vindt Van Barneveld. Al jaren zoekt hij tevergeefs een sponsor. “In Nederland zien mensen darts niet echt als sport. Ze denken dat je alleen maar even het bord moet raken. Maar die getalletjes staan daar ook niet voor niks. Nee toch? In Engeland houden darters in de zomermaanden zelfs roadshows met hun sponsors. Ze trekken met bussen het land door en geven demonstraties.”
Van Barneveld draagt een groen colbertjasje en een Flintstones-das. Zijn fors gezicht kijkt met vriendelijke ogen kalm de volle kamer in.
Ook drie jaar geleden, in 1995, deed Barney mee aan de Embassy in het Britse Frimley Green. Hij werd op het nippertje tweede, achter Richie Burnett uit Wales. De ontvangst in Den Haag was toen enthousiast en ook in de rest van Nederland leek darts populairder dan ooit. Wekenlang rende Van Barneveld van televisieshow naar interview. Nu zouden de sponsors zich wel aandienen, hoopte de Hagenees. Een aantal bedrijven beloofde inderdaad serieus over sponsoring na te denken, maar na een maand of wat hoorde van Barneveld niets meer. De teleurstelling was groot. Door de spanning kreeg Van Barneveld een maagzweer en ook op Nederlandse toernooien blonk hij niet meer uit. Pas toen hij zich voornam darts weer gewoon te beschouwen als een leuk spel, haalde hij weer de ene na de andere beker binnen.
Oktober vorig jaar veroverde hij in Australië de formele wereldtitel. En nu dus de kroon op zijn werk: de Embassy. De dartskampioen wordt morgen door de gemeente Den Haag gehuldigd en donderdag door zijn werkgever, PTT Post. Die heeft de postbode meteen een week betaald verlof gegeven, om even bij te komen van alle media-aandacht. “Het is nog steeds een droom professioneel darter te worden”, zegt Van Barneveld. “De publiciteit is nu zo groot, daar moet toch wel een sponsor uit zijn te halen. Iemand moet in Nederland de eerste zijn die professioneel dart. Diegene wil ik graag zijn. Het is toch raar dat in Engeland, waar darts niet eens formeel een sport is, wel sponsors zijn. Terwijl darts hier zelfs door de NOC-NSF als sport is erkend.” Als Van Barneveld zeker is van langdurige steun van een sponsor zegt hij zijn baan als postbode op. “Iedereen wil toch van zijn werk zijn hobby maken als dat kan. Ja toch?”
Buurtbewoners, schoolkinderen en andere fans wachtten gisteren ruim een uur op de komst Van Barneveld. In de IJsselstraat hangen slingers, vlaggetjes en oranje balonnen.
“Weinig woorden, grote daden”, staat op z'n Haags op een groot spandoek. “Niet te wènag, kap nâh” meldt een papier op de voordeur van nummer 22. Als aan het eind van de straat een witte limousine zichtbaar wordt, stijgt een gejoel op en dringen de mensen naar voren. “Kijk, hij staat in de auto te huilen”, roept een vrouw als Van Barneveld met zijn glanzende beker zichtbaar wordt.
“Ik gun het 'm zó”, zegt Hans Spaans. “Mijn vrouw is samen met zijn vrouw opgegroeid, ik ken hem goed. Zelf heb ik ook wel eens gedart. Maar dan moet je elk weekeinde naar toernooien, dat werd me gewoon te duur. Raymond kan zich ontzettend goed concentreren. Hij heeft wel eens in een interview gezegd dat hij zijn tegenstanders niet meer ziet, alleen het dartbord. Hier heeft hij zo naar toe gewerkt. Ik gun het hem ontzettend en hoop dat hij nou eindelijk een sponsor vindt, dat verdient 'ie echt.”
Op straat speculeren de fans verder over de toekomst van Barney. “Die zie ik morgen wel weer post bezorgen”, zegt een man met de handen in de zakken. Bijna vertederd: “De gek.” “Hem kennende geeft 'ie zijn baan bij de PTT niet zo gauw op hoor”, zegt buurtgenoot Jan de Nooijer ook. “Hij moet ook z'n ziektekosten betalen en hij heeft wel een gezin met drie kinderen. Maar misschien koopt 'ie wel een villaatje buiten. Dat geld kan een mooie reden zijn om eens te verhuizen. Ja toch?”
“Dat zeker niet”, zegt Barney even later stellig. “Je moet je wortels niet verloochenen. Waarschijnlijk komt er wel een nieuw autootje. Maar dat heb ik dan ook zelf verdiend.”
Op z'n zeventiende kwam Van Barneveld voor het eerst met darts in aanraking. Zijn vader nam hem mee naar stamkroeg De Entertainer. “Tot dan toe had ik wel gevoetbald en zo, maar in geen enkele andere sport was ik echt een uitblinker.” Van Barneveld ontdekte snel dat hij talent had en kreeg er steeds meer plezier in darts. Hij kwam al gauw in een team terecht en trainde zo'n vijf uur per dag. Onder anderen de lokale dartmeester Jan Brouwers begeleidde hem naar toernooien waar Barney in gestaag tempo de Nederlandse top bereikte.
“Het mooiste van darts is het mikken. Het mikken en dan ook nog precies daarop gooien. Het gaat er om dat je bereikt waar je je zinnen op zet. Dat is ook het verschil met de vorige Embassy. Nu heb ik gewonnen, dat is heel anders dan tweede worden. Ik wist vanaf het begin dat dit een keer zou gebeuren.”
“Ik behoor nu bij de wereldtop en daar wil ik blijven.” Concentratie, zelfvertrouwen en rust is bijzonder belangrijk voor Van Barneveld. Anders dan veel andere topsporters traint de Hagenees nauwelijks voor belangrijke wedstrijden. Dat geeft alleen maar onrust. “Ik heb dit topniveau gewoon. Al een paar jaar.”
Aanvankelijk dronk Van Barneveld voor iedere wedstrijd twee rumcolaatjes om het trillen in zijn werp-arm te bedwingen. Vooraf, want tijdens de wedstrijd mogen darters in Engeland geen alcohol meer drinken. Dit om het café-imago van de sport te verbeteren. Van de Bacardi-cola is Van Barneveld nu definitief af. Hij heeft een naar zijn idee veel beter middel ontdekt: acupunctuur. “Eens in de week krijg ik van die naaldjes in mijn lijf. Op mijn handen, mijn benen of bij mijn borstkas. Je merkt er niets van, gewoon een paar speldenprikjes. Zelf denk je dat zoiets niet kan, je snápt het gewoon niet. Maar het werkt.”
“Van darten word je zeker bijgelovig. Ik draag een leuk kettinkje met een poppetje van de Flintstones-figuur Barney, dat ik van een goede vriend voor mijn verjaardag heb gekregen. Vorige week ging het pas echt goed nadat ik het poppetje een kus gaf. En als ik merk dat het goed gaat als ik bepaalde kleren draag, hou ik die bij belangrijke wedstrijden steeds aan. De Barney-sokken die ik van iemand kreeg, heb ik bij alle wedstrijden gedragen.”
Van het laatste deel van de wedstrijd zelf, weet Barney niet veel meer. Het ging in een soort roes. “Je raakt zo geconcentreerd. Ik wil het graag op video bekijken om te zien wat er nou precies is gebeurd. Naar dat moment heb ik veertien jaar lang toegeleefd. Drie jaar lang moest ik me verbijten voor ik weer tegen dezelfde man, Richie Burnett, in deze finale kon spelen.” Voor zich uit, alsof hij het zich nog steeds niet goed realiseert: “Ik heb nu drie wereldtitels. Drie wereldtitels.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.