*

 
dossier

Archief

Susanne Rossmann (45), directeur Kindercentrum Dientje

Door: redactie − 07/01/98, 00:00

“Toen we hier foto's van hertjes ophingen, riepen de kinderen 'kijk eens, paarden met takken op hun hoofd.' Dat is wel grappig, maar het geeft ook aan dat het buitengebeuren steeds verder weg van kinderen komt te staan. Het is voor velen niet meer mogelijk om op straat of in het bos te spelen en ook de buurtgemeenschappen vallen weg. Kinderen missen dit stukje sociale ontwikkeling.

Ik denk dat kindercentra de sociale opvoeding die kinderen vroeger door de buurt of grootfamilie kregen, gaan vervangen. Ook naar ouders toe: ik merk duidelijk dat we steeds meer de gesprekspartner worden over de opvoeding en ontwikkeling van hun kind.

De behoefte aan opvang groeit hard, steeds meer ouders delen werk en zorg. Op dit moment is de combinatie van baan en kinderen vaak stressig. Voor de kinderen is het ook onrustig: twee dagen naar de crèche - vier hele dagen is te duur - en dan nog twee dagen naar oma of de buurvrouw. Maar dat is vaak geen oplossing.

Ik ben ervan overtuigd dat over 25 jaar meer ouders zullen proberen hun werktijden op elkaar af te stemmen. Kinderopvang is dan de enige aanvulling op thuis, ouders kunnen precies die uren of dagdelen kopen die ze nodig hebben.

Ik ben optimistisch en geloof dat het huidige geregel en gehaast van ouders overgaat, dat er een nieuw evenwicht komt waarin de flexibele kinderopvang een belangrijke rol speelt. Dat is pedagogisch ook beter: kinderen hebben één vaste plek waar ze naartoe kunnen. Op die manier zijn ouders minder gestresst als ze thuis zijn. Ik troost gehaaste ouders vaak door te zeggen: 'Jullie zijn de voorhoede van een nieuwe manier van leven, jullie moeten alles uitzoeken en bevechten, maar jullie zorgen er wèl voor dat het straks beter wordt.' Dat klinkt wat idealistisch, maar ik zie dat ouders steeds bewuster, kritischer en veeleisender worden over kinderopvang. Ik vind de emotionele verbondenheid van leidsters met kinderen essentieel, daar let ik meer op dan op de opleiding van een sollicitante.

Nee, ik ben niet bang dat de groeiende behoefte aan flexibele opvang beunhazerij in de kaart zal spelen. Je hoort nu soms van excessen door de commercialisering, maar dat zijn in mijn ervaring uitzonderingen. Ouders zullen dat steeds minder accepteren. Ik ben er zelfs huiverig voor om de huidige regelgeving nog strakker te maken. De huidige regels zijn goed, het schort vooral aan controle. Als je nog strakkere regels maakt, loop je het risico dat je de relatie tussen ouders en opvang aantast, dat de spontaniteit verloren gaat. Als je gaat verbieden dat kinderen langer dan tien uur achter elkaar op een crèche mogen zijn, creeer je onrust voor het kind: arbeidstijden worden steeds flexibeler en sommige ouders kiezen er nu al voor om bijvoorbeeld drie dagen van elf uur te werken en zo twee in plaats van één dag vrij te kunnen zijn voor hun kind. Zo'n keuze wordt met te strakke regelgeving onmogelijk, terwijl het wel goed is voor het kind.

Ik hoop overigens ook dat de kinderopvang onder welzijn blijft vallen en niet bij de sector onderwijs moet aansluiten. Omgaan met een jong kind is heel bijzonder, en past niet bij de strakkere aanpak van onderwijs.

Mijn droom is dat er over 25 jaar letterlijk en figuurlijk meer ruimte en rust komt voor kinderen. In de gezinnen omdat de combinatie van werk en kinderen beter lukt. Maar ook in de opvang: dat we nog kleinere groepen en grotere groepsruimtes kunnen maken. Veel hangt ervan af of de werkgevers bereid zullen zijn meer in de kinderopvang te investeren. Je krijgt er een rustiger en - dat durf ik te stellen - minder agressieve samenleving voor terug.''

mailIcon print |