Voormalig VVD-leider Hans Wiegel riep zijn partij afgelopen maandagavond vanuit Cappelle aan den IJssel op zich niet alleen op de PvdA als coalitiepartner te richten, maar ook weer eens naar het CDA te kijken. Die uitspraak mocht wel in de krant, want het is intusssen nieuws om zoiets uit de mond van een liberaal te vernemen.
Er is wel eens gedacht dat christen-democraten en liberalen elkaars natuurlijke bondgenoten zijn - vooral in de polarisatieperiode tussen 1967 en 1986 deed die opvatting opgang -, maar alleen al het feit dat deze partijen al tien jaar niet meer samenwerken, leert anders. Daar komt bij dat perspectief op hernieuwde samenwerking in de nabije toekomst ontbreekt, wat Wiegel ook zegt en hoezeer hij ook lonkt naar Jaap de Hoop Scheffer, van wie het politieke hart eerder rechts dan links van het midden zit.
Nu was de uitspraak van de oude politieke vos Wiegel uiteraard voor een belangrijk deel ingegeven door tactische overwegingen. De positie van een partij in de formatieonderhandelingen is veel sterker, als zij zich niet met huid en haar aan één concurrent overlevert, maar een alternatief achter de hand heeft. Dat lijkt politiek abc, maar de sociaal-democraten zagen in 1977 in de euforie over hun grote verkiezingszege volledig over het hoofd dat CDA-kopman Van Agt ook met de VVD een meerderheidskabinet kon vormen. Wiegel herinnert zich dat als geen ander. Hij profiteerde van de blindheid van de sociaal-democraten en timmerde na de langste formatie van de eeuw in korte tijd met Van Agt een kabinet in elkaar. Nu er ook in de VVD een overwinningsroes begint te ontstaan, vond hij het kennelijk nodig een waarschuwing te laten horen en de partij weer even bij de tactische les te bepalen.
Maar het was niet alleen tactiek. Wiegel heeft altijd het belang van goede verhoudingen in de politiek onderkend, ook in de persoonlijke sfeer. Op dat vlak is er de laatste tijd sprake van enig sfeerbederf tussen CDA en VVD. Vooral de snoeiharde kritiek van de liberale minister van landbouw Van Aartsen op het optreden van De Hoop Scheffer in het varkensdebat, eind vorig jaar, heeft veel kwaad bloed gezet. Van Aartsen noemde de conclusie van de CDA-aanvoerder dat de gezinsbedrijven in de varkenssector een stille Kerst zouden beleven 'aalglad.' In één adem verklaarde hij dat hij nooit in een kabinet met het CDA zou gaan zitten. Iedereen die hem daarvoor zou vragen, kon zich de moeite besparen. En ja, het buitensluiten van het CDA bij de kabinetsformatie in 1994 was wat hem betreft een doel op zichzelf geweest.
Het zijn uitspraken die herinneringen oproepen aan de hoogtijdagen van de polarisatie, toen PvdA-congressen anti-KVP-resoluties aannamen en een D66-voorman als Gruijters riep dat hij, als hij een christen-democraat een hand had gegeven, altijd even zijn vingers natelde. Zo beroerd zijn de verhoudingen op dit moment zeker niet, maar het is wel waar dat slechte ervaringen met het CDA een stille drijfveer achter paars hebben gevormd.
Van Aartsen heeft dat nu voor het eerst onbesmuikt naar buiten gebracht, zich daarmee een klassieke liberaal tonend. Het liberalisme heeft altijd een sterk antiklerikale inslag gehad, in de VVD is dat wat achter de huig weggedrukt sinds de partij in de jaren zeventig in het katholieke zuiden aanhang begon te winnen. In de PvdA bestaat dat sentiment ook wel, maar het verschil is dat in die partij de samenwerking met het CDA in de vorige kabinetsperiode weliswaar als moeizaam, maar niet zoals in de VVD als vernederend is ervaren.
Voor de coalitievorming in Nederland is deze achtergrond weliswaar van belang, maar niet doorslaggevend. CDA en VVD vonden elkaar in de jaren tachtig in een vrij langdurige samenwerking, omdat zij, veel eerder dan de PvdA, beseften dat voor het economisch herstel een forse afslanking van de verzorgingsstaat noodzakelijk was. Zo dicht staan liberalen en christen-democraten thans niet bij elkaar. Sterker nog, naar de vier grote partijen kijkend is de programmatische en ideologische afstand tussen de VVD en CDA het grootst. Zou samenwerking tussen die partijen al in beeld komen na de verkiezingen, dan moet er een behoorlijke kloof worden gedicht.
De ervaring van 1977 heeft Wiegel geleerd dat in zo'n situatie een goede verstandhouding wonderen kan verrichten of op een cruciaal moment het beslissende duwtje kan geven. PvdA-leider Kok gaf vier jaar terug, toen hij als informateur moest kiezen tussen CDA en VVD, om politieke redenen de voorkeur aan de liberalen. Bolkestein gaf hem de garantie dat zijn partij de sociale uitkeringen de eerste twee jaar ongemoeid zou laten, Brinkman wilde die zekerheid niet geven. Daarnaast speelden er nog wel een paar andere politieke factoren mee, maar het was óók bekend dat Kok nauwelijks met Brinkman door één deur kon. Zo bezien is het dus zeer begrijpelijk dat Wiegel al snel is begonnen De Hoop Scheffer stroop om de mond te smeren.
Daarmee heeft hij tegelijk de vinger gelegd op de spagaat waarin het CDA terecht dreigt te komen met een links program en een aanvoerder die zich vooral rechts profileert. In het verleden, toen de partij een dominante positie in de Nederlandse politiek innam, was dat niet zo'n probleem. In het midden van het spectrum was zoveel wendbaarheid zelfs een voordeel. Maar de verhoudingen zijn intussen ingrijpend veranderd.
In het afgelopen najaar presenteerde het CDA zich met een programma dat sterke sociale bewogenheid uitstraalde, met krachtige accenten op ondersteuning van mensen met een minimuminkomen en gezinnen met kinderen en op verbetering van de kwaliteit van de samenleving, zoals de zorg voor gehandicapten. De Hoop Scheffer vatte dit profiel samen in het motto 'het CDA is het marktdenken voorbij'. Maar dat nieuwe profiel is sindsdien nog niet van het papier losgekomen, laat staan dat het samenvalt met de trekken van De Hoop Scheffers leiderschap. Het lijkt wel alsof de man en het program elkaar niet zo liggen.
Het nieuwe leiderschap, waarvoor in het afgelopen voorjaar een hoge prijs is betaald, blijft erg vaag. Met het voeren van oppositie tegen paars gaat het nog altijd niet goed. In het Kamerdebat over de opstand van de procureurs-generaal maakte de CDA-fractie allerminst een overtuigende indruk. Dat optreden leek eerder ingegeven door reflexen (de minister moet weg) dan door een goed doordenken van een situatie waarin het gezag van de politiek zelf in het geding was. Het beeld is er niet beter op geworden nu het Kamerlid Koekkoek als zondebok is aangewezen.
Het CDA heeft een veelbelovend program en een lijst met veelbelovende Kamerkandidaten. Het wordt de hoogste tijd dat de kopman de belofte waarmee hij het roer overnam, waarmaakt. De Hoop Scheffer staat er nog niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.